Verhalen, ook de waargebeurde, hebben een begin en een eind.
In het echt is het anders.
In het echt is er geen begin of eind.
Aan een gebeurtenis gaat altijd iets vooraf en als het gebeurd is, gaat alles gewoon weer verder.
Een verhaal is een willekeurig hapje uit het echt.
Het volgende verhaal zou kunnen beginnen op het moment ik donderdagochtend in zittingszaal 13 twee mannen met elkaar hoor praten.
De ene man is de politierechter, de andere de verdachte.
Deze twee mannen hebben iets gemeen.
De politierechter weet dat, de verdachte niet.
Het was toeval dat ik in zaal 13 belandde. De strafzaak in zittingszaal 14 – een zeer gewelddadige verkrachting - kwam al na een half uur tot een einde omdat zich nieuwe gebeurtenissen hadden aangediend. Ik zou uren moeten wachten op de volgende zaak.
Dacht, dan ik ga even in 13 kijken, bij de politierechter.
Daar stond een 48-jarige man terecht op verdenking van het stelen van een zestien jaar oude rode Opel Astra.
Het gesprek tussen de politierechter en de verdachte ging over de vraag of hij de auto nou wel of niet had gestolen.
De verdachte zei van niet.
Hij had die auto begin vorig jaar verkocht aan Abel met wie hij nog een appeltje te schillen had. Toen was Jan bij hem gekomen. Hij kende Jan wel, via zijn zoon. Jan had een auto nodig, voor een duister zaakje. Iets met een ramkraak. Hij zei tegen Jan, ik weet wel een auto en ik heb de sleutel ook nog.
Hij dacht, als Jan nou eens die auto van Abel steelt, heb ik mooi met hem dat appeltje geschild.
Samen reden ze naar Groningen, waar Jan de sleutel kreeg, in de Astra stapte en wegreed.
De verdachte tegen de politierechter: 'Ik heb de auto dus niet gestolen. Ik heb alleen de sleutel gegeven.'
De politierechter: Hoe kijkt u er nu op terug?
De verdachte: 'Ik ben dom geweest. Het was een opwelling. Ik had last van depressies. Omdat mijn zoon in de gevangenis zit. Dat vind ik vreselijk.'
De politierechter knikt.
Vriendelijk zegt hij: Dat begrijp ik.
Vraagt: Bezoekt u uw zoon vaak?
De verdachte: 'Altijd op vrijdag, en zo vaak ik kan.'
Dit verhaal had ook kunnen beginnen in oktober 2006, toen twee jongens van Groningen naar Leek fietsten. Ze hadden op hun hangplek bij het Noorderstation een tip gekregen. In Leek woont een oude man met heel veel geld. Die is zo beroofd.
Na wat bier, paar jointjes, wat xtc en een snuif cocaïne en bijna in Leek, besloten ze dat het beter zou zijn de oude man dood te slaan.
Dat probeerden ze ook, maar schrokken zo van het vele bloed dat ze er zonder buit vandoor gingen. De oude man van tachtig overleefde het. Een wonder, zeiden de artsen. Na een maand werden de twee gepakt en vorig jaar veroordeeld wegens een poging tot moord. Beide kregen vier jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Een van die jongens heet Tom.
Tom is de zoon van de verdachte.
De tip dat er in Leek een oude man woont met heel veel geld – gemakkelijk te beroven – kwam van Jan en zijn vrienden.
De verdachte vader dacht twee vliegen in een klap te kunnen slaan.
Hij dacht niet alleen die lelijke Abel een poets te bakken (mooi zijn auto kwijt), maar ook af te rekenen met Jan en zijn vrienden. Door hun rottip immers zit zijn zoon Tom van 19 voor 4 jaar de gevangenis om daarna tbs'er te worden. En nu zouden ze opdraaien voor autodiefstal en hopelijk ook voor een ramkraak.
Justitie had de verdachte een acceptgiro van 270 euro aangeboden. Door te betalen had hij de gang naar de politierechter kunnen voorkomen. De officier van justitie was wel wat geschrokken van het bedrag, want doorgaans zet justitie zwaarder in als het om autodiefstal gaat.
Ergens moet iets fout zijn gegaan.
De officier zegt niet onsportief te willen zijn en eist opnieuw 270 euro wegens het medeplegen van autodiefstal.
De politierechter vraagt: Waarom heeft u niet gewoon betaald?
De verdachte antwoordt dat hij dat geld niet heeft. Hij is huisman, geen kostwinner.
Ik had dit verhaal ook kunnen beginnen met de politierechter.
Die zat een paar maanden geleden ook in zaal 13.
Niet als rechter, maar als vader en als steun voor zijn zoon.
Die moest vanwege rottigheid in 13 terechtstaan bij de politierechter.
Vaders met zonen die van het rechte pad zijn gegleden, moeten iets gemeen hebben.
De politierechter tegen de verdachte: Wat u heeft gedaan is strafbaar en u bent ook een strafbare dader. Maar u bent geen medepleger, wel medeplichtig. U heeft het plan de auto te stellen niet beraamd, u heeft wel geholpen. Ik veroordeel u tot een boete van 200 euro en die mag u van mij in vier termijnen betalen.
Rob Zijlstra
mijn nieuw weblogadres
www.zittingszaal14.nl