Posted on Wednesday, August 27, 2008 11:38 PM
Ik heb een bos haar.
Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ook, want je ziet het zo.
Het doet er ook niet toe.
Er bestaan mannen zonder haar en dat geeft ook helemaal niks.
Het gaat niet om haar.
In zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen zit regelmatig een officier van justitie met zeg maar een bepaald kapsel.
Als je tegenover haar staat, kun je zien dat het haar aan de linkerkant van de officier langer is dan het haar aan haar rechterkant.
Het is asymmetrisch.
Zo heeft haar kapper haar haar geknipt.
Nu is de haardracht van een officier van justitie volstrekt irrelevant.
Eigenlijk hoor ik daar ook helemaal niet over te schrijven.
Maar het wordt anders als dat haar een zekere rol gaat spelen in een strafproces.
Officieren van justitie horen met open vizier te strijden.
Nu wil het geval dat als deze officier zit, er zo op het gezicht niets aan de hand is.
Dat verandert zodra deze officier van justitie gaat staan en begint met aanklagen.
Dan richt zij zich, zoals het een aanklager betaamt, tot de voorzitter van de rechtbank.
Die voorzitter zit, vanuit de zaal gezien, rechts van haar.
Vanuit de zaal gezien is dan alleen de zijkant van de officier van justitie zichtbaar.
En dan zie je, door dat haar, geen gezicht.
Dat ziet niet alleen de verdachte niet, maar ook wij van de perstafel en de eventuele belangstellenden op de publieke tribune niet.
Wij van de zaal zien alleen een pratende mond en een puntje van de neus.
En dat is een raar gezicht, vooral als je er een tijd naar moet luisteren.
Ik denk niet dat de officier van justitie zich hier bewust van is.
Daarom meld ik het toch maar even.
Rob Zijlstra