Zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank is ook een plek waar werelden elkaar ontmoeten.
Er is daar de wereld van de magistraten, die zittend of staand de waarheid en niets dan de waarheid hoog in het vaandel hebben staan.
Dat moet, want zij dienen de wet.
Het is daar ook de wereld van grote en kleine verdachten die gemeen hebben dat de waarheid er soms niet toe moet doen, bijvoorbeeld om het vege lijf te redden.
Hoeft ook niet, want verdachten mogen liegen.
Op 17 maart dit jaar was er een ontmoeting tussen die twee werelden in zaal 14.
Bommel zei dat hij niet in drugs deed, niet meer.
De officier van justitie zei van wel en trok twee weken later aan het langste eind.
De rechters stuurden Bommel voor achttien maanden naar de gevangenis.
Dat kwam allemaal een beetje door Sander.
Sander zou tijdens de handel de chauffeur van Bommel zijn geweest.
Dat had hij op het politiebureau ook verklaard.
Bommel doet in drugs en ik reed hem langs zijn klanten.
Op die 17e maart werd Sander in een lastig parket gebracht, omdat hij voor de keuze wereld gesteld.
Hij moest kiezen tussen de wereld van de waarheid van de magistraten en die van zijn omgeving waar list en bedrog de dienst uitmaakt.
In de ene wereld lieg je niet, in de ander verlink je niet.
Zo lastig zat getuige Sander daar dus op die dag in maart in 14.
Met de grote Bommel vlak naast hem.
Sander verklaarde tegen de rechters dat hij destijds bij de politie niet de waarheid had gesproken.
De waarheid is, zei hij, dat Bommel niet in drugs handelt, niet meer.
Hij reed Bommel wel in de auto rond, maar dat was omdat Bommel dan dronken was, dan was hij Bob.
Agenten hadden op het politiebureau tegen hem gezegd, zeg nou maar dat Bommel de boef is, want dan mag jij naar huis.
Daarom had hij tegen de politie gelogen.
De officier wees hem er nog op dat hij onder ede stond en dus de waarheid en niets dan de waarheid dient te spreken.
Sander keek met een schuin oog naar Bommel en zei dat wat hij zojuist had verklaard, de waarheid was.
Daarop werd getuige Sander in de zittingszaal gearresteerd en als liegbeest opgesloten.
Maandagochtend zat Sander op de stoel waarop in maart Bommel zat.
Verdacht van meineed.
Na zijn aanhouding verklaarde hij dat wat hij destijds bij de politie had verklaard, waar was.
Dat hij dus als getuige had gelogen.
Tegen de reclasseringsmedewerker zwakte hij dat weer wat af.
De rechters, maandagochtend: en wat is het nou?
Sander: 'Ik heb een beetje de waarheid gesproken en een beetje niet.'
De officier van justitie: 'Aha, dus een beetje niet.'
Vervolgde: Een beetje meineed is ook meineed en dat is een zeer ernstig feit, want het is bij ons de bedoeling dat men hier de waarheid spreekt.
Sander knikt.
Dat snapt hij nu ook wel.
De reclassering rapporteerde dat Sander niet altijd de consequenties van zijn handelen overziet. Dat hij sterk beïnvloedbaar is door zijn (zijn) omgeving en daar nog wel eens het overzicht verliest.
De officier van justitie knikt.
Dat had zij ook wel gelezen.
Ze rept nogmaals van de ernst van het gepleegde strafbare feit, dat zoiets ernstigs een gevangenisstraf rechtvaardigt, maar dat ze daar in dit geval van afziet.
Waarom moest jij vanochtend eigenlijk zo vroeg naar Groningen, vraagt thuis misschien wel iemand aan Sander?
- Rechtbank.
Heb je gedaan?
- Tegen hun gelogen.
OK. En?
- 120 uur werkstraf en twee maanden voorwaardelijk.
Ach, te overzien. Je hebt toch niemand van ons verlinkt?
- Nee, tuurlijk niet… Nou ja, dat wil zeggen, een beetje.
Oei!
Rob Zijlstra