In de perskamer van het gerechtsgebouw van Groningen zeggen wij wel eens dat er ook veel onzin over de strafrechtspraak wordt gezegd en geschreven.
Dat zeggen wij omdat we dagelijks getuige zijn van de praktijk en dus wel beter denken te weten.
We zeggen dat de roep om slechts gevangenisstraffen voor ernstige zeden- en geweldsmisdrijven op te leggen in plaats van wollige taakstraffen, baarlijke nonsens is.
We zeggen dat de kranten, wij journalisten dus, met al onze nieuwsberichten en -berichtjes ook wel eens de suggestie wekken dat kinderverkrachters en halve moordenaars wegkomen met werkstrafjes.
Wat, weten wij beter, niet waar is.
We vragen ons dan in de perskamer af of alle mensen onze stukjes wel lezen.
Want dan zou iedereen toch beter moeten weten.
Wij zeggen tot slot dat er voor ons niets anders opzit dan te blijven schrijven en gaan vervolgens naar zittingszaal 14 voor de zoveelste volgende strafzaak.
Daar staat Tonny.
Hij heeft in Groningen met een vleesmes geprobeerd iemand dood te steken.
Daarna stapt hij op de trein richting Amsterdam.
Nog voor station Assen vernielt hij in de eerste klas met dat vleesmes een stoel en loopt vervolgens zwaaiend door de volle tweede klas, met stekende bewegingen richting passagiers.
In Assen slaagt de gewaarschuwde politie er in hem uit de trein te praten.
Op het politiebureau vertelt Tonny dat hij helemaal niet naar Amsterdam zou gaan.
Hij had halverwege ergens willen uitstappen om zich dan voor een tegemoetkomende trein te werpen.
Zodat alles snel voorbij zou zijn.
Nu moet hij de Nederlandse Spoorwegen 389,90 euro betalen voor de aangerichte schade.
Tonny zegt: 'Dat betaal ik wel.'
De 4.138,12 euro die de man opeist die hij probeerde dood te steken, wil hij niet betalen.
'Niet zolang die vent ontkent dat hij mij kent.'
'Die vent' verklaart bij de politie dat er een hem vreemde man stond te trappen tegen zijn tuinhekje.
Als hij, net thuis van zijn werk, daar wat van zegt, wordt hij in het gezicht gespuugd.
En daarna met dat vleesmes gestoken.
Met zijn linkerarm kan hij het mes afweren. Het letsel blijft daardoor beperkt tot een steekwond van twee centimeter in de onderarm.
Een schrammetje, verdedigt de advocaat van Tonny.
Het slachtoffer schrijft echter in een brief aan de rechtbank dat zijn leven en dat van zijn gezin volledig op de kop staat. Zijn drie jonge kinderen waren getuige van de steekpartij en zijn bang. Zelf heeft hij geen plezier meer in zijn zelfstandig ondernemersschap, laat de administratie verslonzen en is vaak depressief. Dan vraagt hij zich af wat de zin van het leven is als dat zomaar ineens afgelopen kan zijn door toedoen van een gek
.
'We hopen dat de man geholpen wordt', zo besluit de brief.
De rechters vragen: Wat vindt u daar nou van?
Tonny: 'Een mooi verhaal, verder geen commentaar.'
Later zal hij zeggen dat wat hij heeft gedaan, niets voorstelt in vergelijking met wat hem is aangedaan.
De gedragsdeskundigen zeggen dat Tonny een paranoïde man is, alcoholgebruik misbruikt en cannabisafhankelijk is. Verslaafd aan softdrugs dus. Hij rookt al twintig jaar lang dagelijks joints, het laatste jaar wel zeven op een dag.
De psychiater vindt een opname in een gesloten kliniek voor behandeling noodzakelijk, vooral gezien de grote kans op herhaling.
De officier van justitie kan zich vinden in een klinische opname. Om dat mogelijk te maken, eist ze 14 maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Niet voor een poging tot doodslag, zoals aanvankelijk ten laste was gelegd, maar voor een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en voor dat gezwaai in de trein.
Tonny vindt het prima, snapt ook wel dat er iets moet gebeuren.
Resteert de vraag wat hem is aangedaan.
Als de rechters hem daar naar vragen, wordt hij - tot dan de rust zelve - fel en emotioneel.
Een week voor die steekpartij was hij nog door de politierechter veroordeeld tot een geldboete van 250 euro en dertig dagen werkstraf.
Hij had met negen straatkeien alle dubbele ramen van het huis van zijn ouders ingegooid.
'Ik wilde de waarheid weten.'
Zijn ouders kennen die waarheid, evenals zijn broer.
Een waarheid die ze nooit met hem hebben willen delen.
Tegen de rechters zegt hij: 'Als ik mijn vader tegenkom, maak ik hem dood.'
Met de man die hij neer wilde steken, blijkt het allemaal niets te maken te hebben.
Wel met Aagje.
Met haar zou hij gaan samenwonen, maar dat ging op het allerlaatste moment niet door.
Zijn Aagje had een seksuele relatie met een ander.
Met zijn vader.
Tonny wilde het maar niet geloven, maar na jaren had zijn broer door de telefoon tegen hem gezegd: 'Het is waar, Tonny. Leer er mee leven en als je dat niet kunt, hang jezelf dan maar op.'
Toen pakte hij het vleesmes.
Rob Zijlstra