Tuesday, May 27, 2008

De afgelopen twee dagen was ik getuige van een van de meest bijzondere strafzaken in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen.

Voer ook voor juristen, als je het mij vraagt. 

 

De zaak Reinier S.

Dan wel de moordzaak Gonda Drent.

Daterende uit december 1996, Hoofdstraat 163, Hoogezand.

Twaalf jaar na dato hoort de ontkennende Reinier S. tegen de zin in van de officier van justitie diezelfde officier van justitie 15 jaar gevangenisstraf eisen.

 

Een politieonderzoek vol oude blunders.

De eerste procesdag begon met een ruim twee uur durend betoog van de advocaat die de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleitte.

Werd niet gehonoreerd.

Op de tweede procesdag houdt de officier een bijna drie uur durend verhaal om aan het einde van dat betoog een aanhoudingsverzoek te doen. Omdat hij de verdachte liever eerst ziet geobserveerd in het Pieter Baancentrum.

 

's Middags doet de advocaat een wrakingsverzoek omdat hij de rechters beticht van vooringenomenheid.

Verzoek afgewezen door een inderhaast samengestelde wrakingskamer.

 

Dan wijst de rechtbank de arrestatie ter zitting van de verdachte, door de advocaat aangeduid als een vreemde snuiter (maar daarmee nog niet schuldig) af.

Waarop de officier van justitie zegt wel 20 jaar te willen eisen, maar door onder meer die grove fouten en het lange tijdsverloop tussen arrestatie in 2004 en de zitting (nu) 15 jaar eist.

 

Kort daarop loopt de verdachte Reinier het gerechtsgebouw uit, omdat hij als vrij man het vonnis mag afwachten.

'Ik heb Gonda niet vermoord', zijn de laatste woorden in zijn laatste woord.

 

En daar ging het nou juist wel om.

 

Heel lang verhaal.

 

Als de brand aan de Hoofdstraat 163 die nog prille nacht van 12 december 1996 is geblust, vinden brandweermannen het ernstig door vuur verminkte lichaam van Gonda. De kluis in de woning is leeg. Er zou daar 350.000 gulden in hebben gezeten.

 

Reinier had de brand bij thuiskomst ontdekt en belde 112 (toen nog 06-11). Hij wist zijn twee kinderen uit de slaapkamers vol rook te redden. Voor Gonda kwam hij te laat.

 

De politie vond het die nacht te donker voor nader onderzoek. De bewaking van de plaats van het misdrijf werd overgelaten aan schoonmaakpersoneel, in opdracht van de verzekeringsmaatschappij.

Ze begonnen alvast wat op te ruimen.

 

Pas de volgende ochtend rond tien uur meldde zich de eerste politieman. Daarna ging er heel veel mis.

 

Reinier kwam desondanks al snel als verdachte in beeld.

Door politiegeklungel kon de zaak echter niet rond worden gemaakt, moest Reinier worden vrijgelaten en na een aantal maanden kreeg hij de kennisgeving niet verdere vervolging.

 

Geen verdachte meer, einde verhaal.

 

In 2004 buigt het cold case team van de Groninger politie zich over de zaak en opnieuw komt Reinier in beeld.

 

Bij TNO laat de politie de brand in een deels nagebouwde woning nog een keer uitbreken. Dat levert nieuwe inzichten op. Bijvoorbeeld dat wat Reinier allemaal zegt, niet logisch is, dan wel dat hij leugenachtige verklaringen heeft afgelegd.

En dat Gonda door een misdrijf om het leven moet zijn gebracht.

 

Reinier wordt opnieuw aangehouden.

De politie denkt vervolgens ook een motief voor de moord op Gonda te hebben gevonden: geld.

 

Door de dood van Gonda kon Reinier beschikken over een miljoen gulden, deels geld van de twee levensverzekeringen die hij kort daarvoor op haar leven had afgesloten.

En dat geld wil hij maar wat graag, gezien zijn frequente, maar weinig lucratieve bezoeken aan het Holland Casino.

Een croupier die later politieman werd, herinnert zich dat Reinier eens op één dag 93.000 gulden had verloren.

 

Gonda vindt dat beroepsgegok maar niks en heeft haar partner een scheiding in het vooruitzicht gesteld als hij blijft spelen. Komt bij, zegt de officier van justitie, dat de liefde tussen de twee op dat moment over een hoogtepunt heen is.

Er is nogal wat overspel over en weer.

Daar is ook bewijs voor, want tijdens een observatie heeft het observatieteam Reinier eens flink zien zoenen.

Met een ander.

 

Op 11 december 1996 betrapt Gonda haar Reinier in de parkeergarage van het Holland Casino in Groningen.

Dikke bonje bij thuiskomst.

Loopt uit de hand.

Reinier slaat Gonda met een vlak voorwerp, mogelijk een broodplankje,  op het achterhoofd.

Dood.

 

Daarna vertrekt hij om zich een alibi te verschaffen.

 

Even voor twaalf uur die nacht komt hij weer thuis.

Hij gooit een stellingkast over het lichaam van Gonda en sprenkelt motorbenzine over haar heen.

 

Dan belt hij om zestien minuten over twaalf die nacht 06-11 en meldt dat de voordeur in de brand staat en dat er veel rook is.

Hij brengt zijn slapende kinderen in veiligheid.

En steekt de boel in de brand.

 

Zo ongeveer zien politie en justitie het.

 

Reinier zegt dat hij die nacht bij thuiskomst de brand ontdekt, zijn kinderen redt, te laat voor de arme Gonda en alarm slaat.

 

Maar de voordeur stond niet in brand.

Er was geen slaapkamer vol rook waaruit hij zijn kinderen redde.

De kinderen roken ook niet naar rook.

Nee, Reinier was op het moment de brand werd gesticht, in de woning.

Niks onderweg naar huis.

 

Het zal allemaal wel, zegt zijn advocaat, maar direct bewijs voor dit alles is er niet.

Alleen indirect.

En: er zijn andere scenario's mogelijk en die zijn nimmer door de politie onderzocht, omdat de politie vanaf de eerste dag Reinier in het vizier had.

Tunnelvisie.

Er is zijn ook videobanden van verhoren spoorloos zoek.

 

Eigenlijk weten we helemaal niks, zegt de advocaat.

Er is een hypothese, aan aanname, meer niet.

En dat Reinier een vreemde snuiter is met zijn rare verklaringen, mag zo wezen. Het zegt niets over schuld.

 

Aan het einde van de middag tref ik Reinier S. tijdens een van de vele schorsingen op een stoel aan voor de koffieautomaat.

Het is normaal gesproken raar een verdachte daar te zien zitten.

Iets verderop staan de verdrietige ouders van Gonda en haar vrienden.

Blikken kunnen niet doden.

 

Hij vraagt wat ik er van denk, van alles.

'Pfff, ik weet het niet.'

Hij knikt: 'Het OM speelt hoog spel.'

Ik vraag hoe het is om op dit moment niet te weten waar hij vanavond, of misschien zelfs wel de komende tien, vijftien jaren zal slapen.

Hij zegt: 'Zo leef ik al twaalf jaar, maar wat moet ik?"

Ik weet het niet.

Hij: 'Het is onwerkelijk.'

Ik zeg: 'Alleen jij weet het.'

Hij: 'Als ik rechter zou zijn, zou ik het ook moeilijk vinden.'

 

De bewakende parketwachter biedt hem een kopje koffie aan.

'Doe maar chocolademelk', zegt hij.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - uitspraak - 10 juni 2008

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat Reinier S. zoch schuldig heeft gemaakt aan doodslag, brandstichting en oplichting. Goed voor twaalf jaar gevangenisstraf.

Er was vijftien jaar geeist.

In het vonnis staat dat de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat rekening heeft gehouden met het forse tijdsverloop, 'hetgeen voor een aanzienlijk deel te wijten is aan onvolkomenheden en nalatigheden in het opsporingsonderzoek door de politie. De rechtbank is van mening dat dit onvoldoende in de eis van de officier van justitie tot uiting is gekomen en zij zal dan ook een lagere gevangenisstraf opleggen dan is gevorderd (...)'

 

posted @ 11:34 PM | Feedback (72)

Vorige week donderdag zat ik in zittingszaal 14 vlak achter Aziz.

Aziz is een kleine man van 30 jaar.

Tien jaar geleden was hij naar Nederland gevlucht in de hoop op leven.

 

Hij leerde hier de mooie Necat kennen, een moderne jonge vrouw.

Zij kwam net als hij uit Irak, maar anders dan hij had zij inmiddels de Nederlandse nationaliteit.

Als ze wel eens onenigheid hadden in hun huwelijk van zeven jaren, schold zij hem altijd uit voor stomme asielzoeker.

Daarmee deed ze Aziz veel pijn.

Hij zou als man graag de kostwinner zijn, maar van ons mocht hij nooit werken.

 

Los van af en toe een ruzietje over niks, hadden ze best wel een goede relatie, zo samen, ook ondanks dat hij veel last had van stress.

 

Toen kwam er een lelijke dag.

 

Necat, die soms depressief was, krijgt ellendig nieuws vanuit Irak.

Dat er nog meer familie dood is gegaan.

Ze zitten dan samen op de bank, zij voedt hun dochtertje.

Het kind geeft plotseling over en voor Necat is de maat dan vol.

Boos pakt zij de baby bij de hals.

Heel eventjes maar.

 

Dat is voor de gestreste Aziz reden ook boos te worden.

Hij pakt Necat bij haar hals en vraagt of dat soms fijn is, zo?

 

Hoe lang hij haar zo vast heeft gehouden?

Aziz snikt.

Hij weet het niet meer.

 

Necat valt.

Raakt buiten bewustzijn.

En sterft op de grond.

 

Zo ongeveer moet het gegaan zijn in juni 2005, in hun flatwoninkje in Groningen.

 

Aziz probeert nog van alles, maar Necat komt niet meer tot leven.

Aziz denkt, als dit, dit nare ongeluk, uitkomt, zijn mijn twee kinderen behalve hun moeder, ook hun vader kwijt.

 

Paniek wordt meester in die flatwoning.

 

En zo doet Aziz op die lelijke dag, iets naars.

Hij hangt Necat in de badkamer op aan het snoer van de wasmachine, belt de politie en zegt dat ze nogal depressief was de laatste tijd.

De schouwarts zegt dat de verwondingen passen bij een zelfdoding.

Een beetje een koekenbakker die arts, maar dat is achteraf.

 

Aziz neemt de zorg voor de twee kinderen op zich, maar al snel blijkt dat hij dat niet aankan. Hij wordt een tijdje opgenomen door de GGz, met als gevolg dat de kinderen alsnog in een pleeggezin terechtkomen.

 

Op een gegeven moment, midden vorig jaar, vertelt het oudste dochtertje een geheim aan haar pleegmoeder. Dat papa en mama ruzie hadden en dat mama toen viel en de volgende dag dood was.

Dat had ze gezien.

 

De pleegmoeder meldt dit aan jeugdzorg die het weer opneemt in een voortgangsrapportage over de kinderen.

Aziz als vader krijgt het rapport ook en leest over het verklapte geheim.

 

Hij gaat naar het politiebureau en vertelt dat zijn dochtertje de waarheid spreekt. Dat het geen zelfmoord was, maar dat er een naar ongeluk was gebeurd, die dag in juni 2005.

Als bewijs heeft hij de voortgangsrapportage meegenomen.

 

Aziz wordt daarop in het politiebureau aangehouden en sindsdien (november 2007) zit hij vast.

 

Zo vlak achter Aziz in de zittingszaal zie ik niet alleen een kleine, maar ook een wanhopige, gebroken man met tranen en tuiten. Hij heeft de dood van Necat nooit gewild, zegt hij met horten en stoten.   

De tolk hoeft het niet eens te vertalen.

 

De officier van justitie oppert nog even een moord.

Er is een geruchtenverhaal dat Aziz het niet alleen heeft gedaan, maar met hulp van buitenaf en dus voorbedacht.

Omdat, ondanks dat hij beweert dat de relatie goed was, er een scheiding in de lucht hing.

En een scheiding zou schande betekenen binnen de gemeenschap.

 

Het blijft bij een gerucht.

De officier komt uiteindelijk uit op doodslag, weliswaar opgebiecht, maar toch nog goed voor een eis van zeven jaar gevangenisstraf.

 

Vorige week vrijdag zat ik in zaal A van het gerechtshof in Leeuwarden.

Voor mij zit Christine.

Ze zegt dat ze zo moe is, dat ze twee jaar lang tegen deze dag heeft opgekeken, dat ze hoopt dat het nu snel voorbij zal zijn.

 

Christine stak in augustus 2005 haar vriend dood op een moment dat die lag te slapen in bed.

Ik ga dat ellendige rotverhaal niet nog eens vertellen.

Ik schreef er eerder over.

 

Bij het hof werden vrijwel dezelfde vragen gesteld, met zo ongeveer dezelfde antwoorden.

De advocaat-generaal (officier van justitie in hoger beroep) wil niets weten van het verweer van de advocaat.

De advocaat beweert dat de rechtbank in Groningen het enige juiste oordeel heeft geveld: er is sprake van psychische overmacht en dus is Christine wel schuldig, maar moeten we haar niet straffen.

 

De advocaat-generaal houdt het op de verkeerde keuze en oppert nog even moord.

Omdat er nog altijd iets raars is.

Er is een mogelijkheid dat Christine het niet alleen heeft gedaan, maar met hulp van een derde.

Want toen zij na haar misdaad de politie had gebeld en in de politieauto werd overgebracht naar het bureau, peuterde ze de simkaart uit haar telefoon en brak die in onleesbare stukjes.

 

Waarom?

Heeft ze iets te verbergen?

Heeft ze het niet alleen gedaan en voorbedacht?

Ze weet het niet meer, waarom.

  

Het blijft een onverklaarbaar verhaal en daarom komt de aanklager toch maar uit op doodslag. En 24 maanden celstraf waarvan 18 voorwaardelijk.

 

In Groningen was nog vijf jaar celstraf geëist.

De nieuwe eis betekent dat Christine niet terug hoeft naar de gevangenis. De overblijvende zes maanden heeft ze al gezeten.

 

Maandag zat ik in zittingszaal 14, schuin achter Reinier S., die verdacht wordt van moord op zijn partner Gonda, ruim elf jaar geleden.

Er is een dochter (toen 5, nu 16) die zegt het te hebben gezien.

Dat papa mama sloeg en dat mama toen viel en de volgende dag dood was.

Er zijn wilde indianengeruchten dat S. het niet alleen heeft gedaan, hulp kreeg van buitenaf, van een huurmoordenaar, en daarmee dus voorbedacht.

Dat ze, hij Reinier en zij Gonda, het samen best goed hadden, maar ook dat er een scheiding in de lucht hing.

 

Het is niet goed, al die moorden.

Met elkaar te vergelijken.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - uitspraak Christine - 3 juni 2008

Het hof zou aanstaande vrijdag uitspraak doen in de zaak van Christine. Het hof heeft echter besloten dat niet te doen. De raadsheren willen eerst de deskundige horen die iets zinnigs kan zeggen over Christine. De uitspraak volgt dus later. 

 

UPDATE - uitspraak Aziz- 5 juni 2008

Aziz is conform de eis tot 7 jaar celstraf veroordeeld wegens doodslag [vonnis].

 

 

UPDATE - uitspraak Christine - 20 juni 2008

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft Christine vrijgesproken. Volgens het hof heeft de vrouw niet de opzet gehad Anton H. om het leven te brengen. Wanneer geen sprake is van opzet, volgt automatisch vrijspraak. Advocaat Gert Meijer noemt  de uitspraak van het hof opmerkelijk. Het arrest.

 

 

posted @ 1:09 AM | Feedback (40)