Bij aanvang van een strafzaak, maak ik altijd een korte aantekening van de verdachte.
Groot, klein, dik, dun, soort schoenen (meestal Nike-air), wel of geen tatoeage in de nek, boos, opgewekt, onzeker of juist blakend van zelfvertrouwen. Hoe hij voor het hekje staat. Dat soort dingen.
Als maandagochtend even na negen uur Little de zittingszaal wordt binnengeleid, noteer ik: heeft broek van zijn veel grotere broer aan.
Wist ik veel op dat moment.
Het is een standaardzaakje, gebaseerd op klassiek politieonderzoek.
Little zou in Groningen in drugs hebben gedeald.
Cocaïne en heroïne en dat gedurende drie maanden.
De handel geschiedde vanuit een woning aan de H.L. Wicherstraat in Groningen. Een dealpand met bijbehorende overlast. Dit laatste was ook de aanleiding voor het onderzoek.
De woning werd een paar keer een tijdje in de gaten gehouden door postende agenten.
Bezoekers werden 'afgevangen'.
Op het politiebureau legden deze afgevangenen – drugsgebruikers – verklaringen af. Toen er voldoende verklaringen waren – 'ja, wij kopen drugs van Little' – kwam er een inval.
De officier van justitie noemde het overigens geen inval, maar sprak van een instap.
Op het moment van de instap, stond Little lekker te douchen in de drugswoning.
Op een bed lag zijn broek.
In de broek de verboden grammen en bolletjes wit en bruin.
Handelshoeveelheid.
Ook vond de politie kleine, witte visitekaartjes met daarop het telefoonnummer van Little.
Dat kwam mooi uit, want bij de afgevangenen waren precies dezelfde kaartjes aangetroffen.
Little ontkent dealer te zijn.
Okay, hij hosselt wat, om in zijn eigen gebruik te kunnen voorzien.
Hij brengt wel eens vraag en aanbod bij elkaar of doet wat boodschappen voor de jongens.
Waarom hij daar was, in dat pand vol drugsoverlast?
Nou, dat leek hem wel duidelijk: om er te douchen.
Was het zijn broek op dat bed?
Jawel.
Maar niet zijn drugs.
Visitekaartjes?
Die waren voor de meisjes. Op feestjes deelde hij die uit.
De rechters hebben over de feiten niet veel vragen.
Het lijkt wel een uitgemaakte zaak.
De officier van justitie doet het uit zijn blote hoofd.
Zegt: Een bescheiden dossier waar de drugs niet van afspatten, maar met voldoende belastend materiaal.
Vraagt zich af: wat moet je nou met iemand als Little die al eens tot vier jaar gevangenisstraf voor drugshandel is veroordeeld en nu weer aan de beurt is?
Stelt voor: achttien maanden gevang.
Met het kruis tussen knieën en enkels wordt Little nog voor tien uur weer afgevoerd.
De officier van justitie doet nog een kleine nabeschouwing met de studenten strafrecht op de publieke tribune.
Ze knikken.
Instemmend.
Ja, je zult er maar naast wonen, daar in de H.L. Wicherstraat.
Met de officier zijn ze van mening dat Little voldoende schuldig is, want geloofwaardig kwam hij niet over met zijn gedraai en gedoe over die broek op dat bed. Dat, terwijl hij stond te spetteren, anderen misschien de drugs in zijn broekzakken hebben gestopt.
Ook ik denk dat Little geen schijn van kans maakt.
Er worden vaker verdachten veroordeeld op basis van zo'n klassiek politieonderzoek.
En dat geeft toch te denken.
Iemand wordt veroordeeld op basis van verklaringen van afgevangenen, van hen uit de drugsscene die alleen met behulp van bedrog kunnen overleven.
Of er alle belang bij hebben, listig te verklaren.
In menig strafzaak zouden dergelijke verklaringen onbetrouwbaar heten.
De strafrechtstudenten blijven knikken.
Ja, dat is ook wel weer zo.
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak - 2 juni 2008
Little is niet geloofwaardig, vinden de rechters: 12 maand celstraf