
Het hekje van Groningen (en mijn pen)
- met update -
Het strafrecht staat bol van oude gewoonten en symboliek.
Neem onze rechters.
Zij noemen elkaar president en vice-president.
Als zij, het geacht college, vanuit de raadkamer de zittingszaal betreden, loopt de president voorop. Dan volgt de oudste rechter, pas daarna de jongste.
De jongste rechter zit altijd rechts van de president (vanuit de zaal gezien dan)
De oudste rechter links kan in leeftijd best de jongste rechter zijn.
En daarmee de jongste rechter rechts, de oudste.
Het aantal rechterlijke dienstjaren telt.
Voor de president maakt het niet uit. Die kan best wel de jongste van heel het geachte stel zijn.
Bij het gerechtshof – dat niet zoals de rechtbank zetelt in een gerechtsgebouw, maar in een Paleis van Justitie - is het nog veel mooier.
Daar heten rechters raadsheren.
Ook de vrouwelijke rechters zijn er heren.
De aanklager bij het hof heet niet officier van justitie, maar wordt, tikkeltje deftig, advocaat-generaal genoemd.
En voor alle duidelijkheid: raadsheren moeten niet over een kam worden geschoren met raadsmannen. Want raadsmannen (en -vrouwen) zijn weer advocaten.
Bij binnenkomst van de rechters worden alle aanwezigen in de zittingszaal geacht te gaan staan.
De bode, aangesproken met deurwaarder, roept dan: De Rechtbank!
Door te gaan staan toont de zaal, het publiek en daarmee de samenleving respect voor de zittende magistratuur.
Zittingszalen zijn ook niet zomaar zalen.
De zittingszalen die ik ken hebben allemaal een plafond op aanzienlijke hoogte. Ik schat dat het plafond van de immer indrukwekkende zittingszaal A van het gerechtshof in Leeuwarden wel een meter of vijftien hoog is.
Het plafond van zittingszaal 14 doet een meter of zes, zeven.
Ze zeggen dat zittingszalen zo uit de hoogte doen omdat de verdachte zich klein en nietig moet voelen.
Zo hebben ze dat vroeger bedacht.
Bij aanvang van het strafproces worden altijd eerst – en overal in het land – de personalia van de verdachte gecontroleerd.
Vervolgens krijgt de verdachte te horen dat hij niet verplicht is antwoord te geven op vragen die hem worden gesteld (de cautie).
Daarna krijgt de officier van justitie het woord om de tenlastelegging voor te dragen. De beklaagde hoort dan waarvan hij wordt verdacht.
De samenleving is dan al weer gaan zitten, maar de verdachte moet blijven staan.
Hij moet een beetje in zijn hemd staan.
Zodra de officier van justitie is uitgesproken geeft de president de verdachte een seintje, ten teken dat hij mag gaan zitten.
En ook wanneer de rechtbank twee weken na de zitting uitspraak doet, moet de verdachte, terwijl de rechter het vonnis al dan niet samenvattend voorleest, voor het hekje staan en blijven staan.
Tenminste dat had ik gedacht.
Maar sinds kort weet ik dat dit een typisch Gronings gebruik is.
De rechtbank in Groningen is de enige rechtbank in Nederland waar de verdachte bij aanvang van het strafproces moet staan.
In Groningen staat een verdachte dus letterlijk terecht.
In de rest van het land slechts figuurlijk.
Maandag stond Eddie eventjes terecht, het ging om een pro forma-zitting.
Brandstichting in Delfzijl.
De parketwachters (politie) leiden de Delfzijlster de zittingszaal in en sommeren hem voor het verdachtenbankje te gaan staan, in afwachting van de opkomst van de rechtbank.
Dat vindt Eddie niks.
Hij wil zitten.
Mag niet.
Hij blijft het willen.
De politieparketwachter, goelijk: 'Kom op joh, wij staan toch ook?'
Eddie, bits: 'Ik hoor niet bij jullie.'
Hij blijft wel staan.
Vanwaar, leg ik aan de rechtbank voor, doet Groningen nog altijd wat elders in heel het land is afgeschaft?
Vanwaar deze rechtsongelijkheid?
De rechtbank van Groningen antwoordt dat voorafgaand aan de nieuwbouw van het huidige gerechtsgebouw (opgeleverd in januari 1998) de strafrechters in deze zijn geraadpleegd.
En de toenmalige strafrechters waren inderdaad van mening dat een verdachte terecht hoort te staan en dat hij dat fysiek ook zo moet voelen.
Slechts alleen dan wanneer een verdachte slecht ter been is, wordt van deze symboliek afgeweken.
De rechtbank besluit het antwoord met de opmerking dat deze kwestie momenteel geen onderwerp van discussie is onder de huidige strafrechters.
Maar dat het uiteraard niet wordt uitgesloten dat het dat nog eens wordt.
Rob Zijlstra
UPDATE - 25 augustus 2008
Het gerucht deed al een tijdje de ronde en werd vanochtend - maandag 25 augustus 2008 - een feit: per 1 september wordt het terechtstaan vor het hekje afgeschaft. De verdachte mag dan bij binnenkomst van de zittingszaal direct naast zijn of haar advocaat gaan zitten. De strafsector, zo blijkt uit een interne mail, wil op deze manier eenduidigheid bewerkstelligen.