Toen 't Zandt nog niet op de kaart stond, werd de Oosterparkwijk in Groningen in een maand tijd opgeschrikt door een serie branden en brandjes.
Er ontstond onrust in de wijk en er gingen geruchten dat er een buurtwacht ingesteld zou worden om de pyromaan van het Oosterpark eens even flink te ontmaskeren.
De politie deed onderzoek.
Het was de buurtagent opgevallen dat er steeds een man met een herdershond opdook op het moment dat de brandweer de noodzakelijke bluswerkzaamheden verrichtte.
Adriaan.
De man die in de krant had geroepen dat er een buurtwacht moest worden ingesteld.
Adriaan werd aanvankelijk als getuige gehoord en vervolgens als verdachte aangehouden.
Eerst zei hij nee, maar al vrij snel bekende hij: veertien brandstichtingen.
Het was toeval dat Adriaan en de man die wordt verdacht de pyromaan van 't Zandt te zijn, donderdag beide moesten opdraven in zittingszaal 14.
Adriaan zat in het ochtendprogramma, Johnny B. van 't Zandt in de middag, pro forma, maar onder grote belangstelling van de media.
De mediabelangstelling voor Adriaan was gering.
Er waren wel meer verschillen.
In de krant had gestaan dat het 't Zandt, maandenlang geteisterd, de ouders van de verdachte Johnny B. in de armen had gesloten. Het dorp besefte dat de ouders van Johnny door een hel gingen, dat zij er ook niets aan konden doen.
In de Oosterparkwijk ging het anders, minder barmhartig. Daar werden de ouders van Adriaan bedreigd.
Tijdens de laatste jaarwisseling is serieus rekening gehouden met een volkse afrekening.
Johnny B. ontkent dat hij de pyromaan is.
Adriaan ook. 'Ik ben geen pyromaan.'
De rechters vragen of Adriaan iets met vuur heeft.
Adriaan zegt: 'Nee, niks. Vuur is levensgevaarlijk.'
Rechters: Gevaarlijk, maar misschien juist daarom wel mooi?
Adriaan: 'Er is niks moois aan. Ik heb het domste gedaan wat een mens kan doen. Fikkie stoken.'
Rechters: Stemmen in het hoofd?
Adriaan: 'Nee.'
Adriaan zit al veertien maanden opgesloten in het huis van bewaring. In het Pieter Baan Centrum is hij geobserveerd.
Het fikkie stoken is zeer waarschijnlijk een schreeuw om aandacht geweest. Hij had liever negatieve aandacht, dan helemaal geen aandacht.
Adriaan knikt dat dat zo is, dan wel zo was.
'Ik wilde iemand zijn, maar voelde me een loser.'
Hij was zijn baan kwijtgeraakt, er waren moeizame problemen thuis. Thuis, zo vertelt, waar hij vroeger een prima opvoeding had gehad. Zo prima zelfs dat veel vriendjes van toen, graag met hem wilden ruilen.
De laatste tijd had hij alleen maar foute vriendjes.
De rechters zijn niet helemaal gerust.
Er zijn, zeggen ze, veel mannen wanhopig op zoek naar werk, maar die toch geen branden stichten.
Ze vragen: draait u er niet een beetje om heen?
Het klinkt niet echt als een vraag.
Aan de feiten- veertien brandstichtingen – worden niet veel woorden vuilgemaakt.
Adriaan trok gordijntjes door de brievenbus en stak die dan aan. Soms verzamelde hij rotzooi om dat voor de deur te leggen en in brand te steken. Soms trapte hij het vuur zelf ook weer uit, in de stille hoop dat hij dan de held zou zijn.
De officier van justitie rept van ernstige feiten want vlammen groot of klein, lijken op rupsjes nooitgenoeg.
De branden, zegt de aanklager, hadden rampen kunnen worden.
De oude mevrouw van nummer 144 kon net op tijd door toevallige passanten uit haar woning worden getild. Dat had ook anders kunnen aflopen.
Adriaan knikt opnieuw.
Hij had er bij gestaan en toegekeken en was flink geschrokken.
'Ik wil mezelf niet schoon praten, maar als ik het terug kon draaien…'
De officier van justitie stelt zijn hamvraag: wat moeten we nu met Adriaan?
Deskundigen neigen naar een tbs-maatregel, maar de officier vindt dat net een stap te ver.
Zegt: 'Ik heb het beeld van een eenzame man. Dat is een harde, maar ook een trieste conclusie. Ik ben wel begaan met Adriaan, want niets is zo erg dan eenzaam door het leven te moeten. Ik heb het volgende voor Adriaan in het vat: een fikse vrijheidsstraf van 36 maanden waarvan twaalf voorwaardelijk om een behandeling mogelijk te maken en dat alles met een proeftijd van vijf jaar.'
Het komt niet heel vaak voor dat een advocaat bij een dergelijk strafvoorstel zegt dat hij de eis van de officier van justitie buitengewoon genuanceerd vindt.
Adriaan lijkt opgelucht: de dreigende tbs is van de baan.
Hij wil graag nog wat zeggen.
Hij zegt: 'Ik ga keihard mijn best doen om te laten zien dat het ook anders kan.'
Sinds de arrestatie, nu veertien maanden geleden, heeft hij zijn vader niet gesproken.
Zijn vader is boos.
In zijn cel ligt een wanhopige brief voor hem.
Met dichtgeknepen keel: 'Al weken, maar er staat nog geen woord op.'
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak - 17 april 2008
Adriaan is veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk (met een proeftijd van 5 jaar).
het vonnis