Wednesday, March 26, 2008

Het was een merkwaardig gedoe, dinsdag in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen.

Voormalig rechter (raadsheer) Wicher Wedzinga (50) stond terecht.

Hij wordt beschuldigd van oplichting en bedreiging, ook met geweld.
Een ander verwijt is dat hij zich ten onrechte heeft uitgegeven als advocaat à 350 euro per uur.

 

De rechtbank had er een hele dag voor uitgetrokken, met zelfs vandaag als reservedag.

Zoiets doen ze in een moordzaak niet eens.

De drie rechters en de griffier waren he-le-maal vanuit Arnhem in bar weer naar Groningen gekomen.

Dat was weer wel te begrijpen.

Omdat Wedzinga als rechter in het noorden actief is geweest, moest de onafhankelijkheid uit het zuiden komen.

 

Na ruim zeven uur procederen kwam de strafeis: een werkstraf van honderd uur, drie weken voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van 500 euro, ook al voorwaardelijk.

Na zeven uur mag je dit mild noemen.

 

Nu is Wedzinga niet de eerste de beste verdachte.

Het komt in Nederland niet zo heel vaak voor dat een voormalig rechter terecht moet staan vanwege strafbare feiten.

Nog zeldzamer is dat zo'n zelfde rechter voor een tweede keer in de verdachtenbank belandt.

Misschien zijn recidiverende rechters zelfs in bananenrepublieken wel uitzonderlijk.

 

Terug naar de beschuldigingen.

De gevallen magistraat, de zittende rechters, officier van justitie Oebele Brouwer en advocaat Peter Plasman raakten er maar niet over uitgepraat. Toch kwam die milde strafeis na al die uren niet als een verrassing.

Zo ernstig was het nou ook weer niet wat Wedzinga allemaal had geflikt.

 

Je kunt het hufterig vinden dat je als nepadvocaat dan wel als juridisch adviseur een uurtarief van 350 euro in rekening durft te brengen bij iemand die in grote persoonlijke problemen is geraakt.

Strafbaar is dat niet.

 

Wat deze strafzaak echt bijzonder had moeten maken, was Wicher Wedzinga zelf.

Vooraf had hij op zijn website aangekondigd ter zitting de revolutie te zullen uitroepen.

Want Nederland is een tikkende tijdbom geworden.

De rechtsstaat verkeert in staat van ontbinding.

Nederland is verworden tot een politiestaat waar ingezetenen vol onschuld het slachtoffer zijn van de heersende klasse die bestaat uit corrupte politiemensen, extremistische officieren van justitie, onkundige rechters en beroerde advocaten.

Het volk heeft niets meer te vertellen!

 

Wedzinga zou de hele bliksemse boel aan de kaak stellen, terwijl Maurice de Hond vanaf de tribune rugdekking zou geven.

Maurice de Hond zat er wel.

Maar er gebeurde helemaal niets.

 

Slechts eenmaal verhief Wedzinga zijn stem.

Hij riep 'hou je mond' tegen een van de rechters toen die maar vragen bleef stellen terwijl hij - voor eventjes – een beroep had gedaan op zijn zwijgrecht.

Na een paar vermanende woorden van advocaat Plasman bood Wedzinga nederig zijn excuses aan.

De heersende klasse glimlachte: 'Geaccepteerd.'

 

De officier van justitie eiste dus geen straf die Wedzinga in het gevang zal doen belanden en die het nationale geweten van eerlijke rechtspraak voor jaren werk zal opleveren.

 

De officier van justitie deed het venijniger.

Hij richtte zich niet tot Wedzinga als oplichter of als bedreiger.

De officier van justitie zei:

 

'Wedzinga was ooit een vlotte student met een sportieve inslag, hetgeen leidde tot een indrukwekkende carrière. Hij gaf les aan universiteiten, aan advocaten, aan rechters, hij schreef boeken die juridische standaardwerken zijn geworden.

Hij schopte het op eigen kracht tot raadsheer.

 

Toen kwamen de barsten.

 

De echtscheiding, de affaire met een aanminnige dame uit de Oekraïne, de strafzaak met de veroordeling, het einde van de glanscarrière, het faillissement en een niet tijdig uitgevoerde werkstraf die hem een paar weken in de gevangenis deed belanden.

Bij het openbaar ministerie heerst vooral het gevoel van medelijden met Wedzinga. We hebben te maken met een persoonlijk drama, met een man die de weg een beetje kwijt is.'

 

Het klonk heel pijnlijk allemaal.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - uitspraak - 7 april 2008

De rechtbank noemt Wicher Wedzinga een uitstekend jurist, maar wel eentje die strafbare feiten pleegt: verduistering, bedreiging en een poging tot afdreiging. Al met al goed voor een werkstraf van 150 uur en drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Het vonnis valt hiermee hoger uit dan de eis. 

Voor het verwijt dat Wedzinga zich heeft uitgegeven voor advocaat (wat hij niet is) werd hij niet veroordeeld: de rechtbank verklaarde de dagvaarding op dit punt nietig.

 

het vonnis (rechtspraak.nl) 

posted @ 4:55 PM | Feedback (70)