Had ik net over de drugspolitiek geschreven, leek het tegendeel zich aan te dienen.
Voor mij – beweert justitie - zit een criminele organisatie.
Ik kan de bendeleden – bewaakt door zes bewapende politiemensen – aanraken als het moet.
Bij aanvang van het proces dat zes uur zal gaan duren, vallen onheilspelende woorden.
De boef links van mij dreigde twee jaar geleden geliquideerd te worden. De politie had hem tijdig kunnen waarschuwen.
Er wordt gerept van peilzenders, informatie van de criminele inlichtingen eenheid (cie) en van agent A17-63, een Duitse infiltratiepolitieman die wordt gerund door geheim agent B11-30.
Infiltrant A17-63 is onlangs nog vermomd, met pruik en al, gehoord in de zwaarbeveiligde rechtbank De Bunker in Amsterdam.
Twee van de vier verdachten komen uit Cali, zo'n beetje de cocaïnehoofdstad van de aarde.
Op het kastje achter de rechters staan de verzamelde werken van het politieonderzoek, negen volle ordners met steeds een fotootje van een musje op de rug.
Dit laatste omdat het onderzoek een code heeft meegekregen: code mus.
Een van de vier advocaten is de bekende strafpleiter Theo Hiddema.
Die mag dan zijn opgegroeid in Sappemeer en rechten hebben gestudeerd in Groningen, zo een bekende topadvocaat komt natuurlijk niet voor een paar zweetvoeten deze kant op.
Kortom: het leek wel menens, donderdag in zittingszaal 14.
De vraag is natuurlijk: is dat ook zo?
Justitie beweert vaker wat.
Een rechtbankverslaggever beschikt niet over het strafdossier. Hij moet het hebben van hetgeen op de zitting wordt gezegd.
De pest in dit verhaal is dat drie van de vier verdachten zich op hun zwijgrecht beroepen.
Ze zeggen niks.
Alleen Antoni praat.
Hij is een praatgraag.
Dankzij zijn eerder gepraat was de zaak ook hot geworden.
Achteraf bezien was dat dom, dom, o zo dom, want Antoni had met zijn gepraat een beetje zitten te jorannen tegen geheim agent A17-63.
Wat hij had gezegd, was stoere grootspraak geweest.
Om indruk te maken.
Zegt hij nu.
Het begon in 2006.
Bij de afdeling stiekem (cie) van de politie kwam frequent informatie binnen dat Gosse, eigenaar van pandjeshuis Fast Money in Groningen, in cocaïne deed.
Hij zou bijvoorbeeld verkopen vanuit het destijds trendy restaurant Kaap Hoorn.
Het lukte de sterke arm niet om de vinger achter Gosse te krijgen. Toen opperde iemand: laten we A17-63 proberen.
Duitse Hans.
En zo kwam Duitse Hans in zijn grote Mercedes naar Groningen, kocht een dure telefoon in het pandjeshuis en ging eens in de buurt op een terras zitten, niet toevallig daar waar Antoni ook wel vertoefde.
Ze raakten in gesprek.
Over koetjes, kalfjes, auto's, voetbal en over vrouwen.
Er ontstond iets moois.
Dacht Antoni.
Ze gingen samen naar het Newscafé, De Grote Griet, naar De Pintelier, naar de terrassen in de Poelestraat en A17-63 bracht eens onder de strenge regie van twee Groninger officieren van justitie een voetbalsjaaltje uit Stuttgart mee.
De geheim agent vertelde dat zijn familie in de Duitse afvalverwerking zat, met een filiaal in Utrecht. Dat hij misschien wel een baantje voor Antoni had.
Die had daar oren naar, naar een legaal baantje om zijn ontspoorde leven weer op de rails te krijgen.
En om goede sier bij die aardige Duitser te maken, begon Antoni dus te jorannen.
Zei dat hij vrienden had en dingen kon regelen.
Ook wel cocaïne.
Een kilo? Geen probleem.
Vijftien kilo? Easy voor mij.
Via Antoni kreeg de politie langzaam maar zeker zicht op de handel en wandel van Gosse en diens compagnon Simon.
Telefoons werden getapt en de verdachte bende werd in de gaten gehouden door het observatieteam.
Duitse Hans bestelde eerst een proefje van 100 gram (3600 euro) en uiteindelijk de klapper: vier kilo cocaïne voor 144.000 euro.
In Amsterdam zou de deal geschieden.
Bingo, dacht de politie, maar in Amsterdam ging van alles mis.
Er kwam geen deal.
Wel werd bij een vierde verdachte 1025 gram cocaïne aangetroffen, in een plastic zakje onder een bed waar schoenen op stonden.
Dat is ook niet niks en het mus-team dacht toch een mooie zaak rond te hebben.
Een kilo in beslag en 100 gram uitgevoerde drugs (want geleverd aan een Duitser) en dat in georganiseerd crimineel verband.
De advocaten reppen van verdraaide feiten, normschendingen en ontbrekende bevelen en pleiten voor vrijspraken.
Duitse Hans zou Antoni hebben uitgelokt, iets dat uit den boze is bij pseudokoop.
Strafpleiter Hiddema ('t kost wat, zo'n onderzoek') noemt het mus-dossier een grabbelton waar voor elk wat wils in zit. Maar nou net niet iets op basis waarvan de vermeende bendeleden met hun wispelturige onderlinge contacten op kunnen worden veroordeeld.
'Met de beste wil wring je dat niet uit dit dossier.'
De officier van justitie blijft bij twintig en twee keer zestien onvoorwaardelijke maanden cel.
Na zes uur luisteren weet ik niet wie het meest te vrezen heeft voor de uitspraak over twee weken: de aanklager of de beklaagden.
Wel weet ik dat in het strafrecht niet alles wat lijkt, ook zo is.
Rob Zijlstra