
Dit is een lang verhaal.
Ik schrik wel eens van krantenlezers.
Van krantenlezers die op de nieuwssite van Dagblad van het Noorden – de krant waarvoor ik werk – reageren op nieuwsberichten.
Maandag berichtte ik op de krantenwebsite over de student die zijn ex-vriendin in – waarschijnlijk – een opwelling heeft gewurgd en tien jaar gevangenisstraf tegen zich hoorde eisen.
Tien jaar?
Een lachertje reageren nieuwssite-bezoekers van de krant.
Levenslang martelen, dwangarbeid tussendoor en daarna een nekschot.
Een zelfde lot mag de officier van justitie treffen, hij die zo'n idioot lage straf eist en de rechters die – helemaal compleet bezopen – zo een lage straf opleggen.
Dat zal ze leren, allemaal.
In mijn schrik denk ik dan dat dat vast krantenlezers moeten zijn die op angstmakelaar Wilders stemmen.
Maar als ik dan bekomen ben, denk ik weer van niet.
Want wil die Wilders, afgaand op zijn gekakel, ons niet behoeden voor figuren die dergelijke extreme praktijken juist voorstaan?
Nou dan!
Moordenaars kunnen op weinig sympathie rekenen.
Dat is al heel lang zo.
Ik kijk naar Martin.
Hij is de moordenaar.
Een gewone jongen van 22 jaar die op zaterdag in de Herestraat in Groningen in een hippe kledingzaak wat bijverdiende.
Zijn vrienden wonen in een Fries dorp waar hij is opgegroeid.
Daar kennen ze hem als een rustige en sociale jongen.
Door de week studeerde hij communicatie aan de Hanzehogeschool.
Hij voetbalde en was verliefd op Tessa bij wie hij een kamer huurde in het appartement dat haar vader had gekocht.
Tessa, 19 jaar, kwam uit dezelfde Friese contreien als Martin.
Zij studeerde rechten.
Tijdens de rechtszaak ontstaat het volgende verhaal.
De liefde tussen beide zat in het slop.
Het was wel eens uit, maar daarna ook weer aan.
In april dit jaar ging het weer eens uit en het leek ditmaal serieus.
Dat uitte zich in voortdurende ruzies, ook over niks.
Ze spraken af, op 13 april, uit elkaar te gaan.
Ze zouden vrienden blijven en leuke dingen gaan doen.
Tessa dacht, misschien raak ik hem zo wel kwijt.
Martin dacht, misschien komt het zo wel weer goed.
De afspraak was ook dat Martin andere woonruimte zou gaan zoeken.
Voor 1 mei.
Op 24 april komt Tessa thuis van een dagje winkelen in Assen met haar moeder. Ze had een nieuwe bikini gekocht.
Ze had ook gebeld dat ze niet thuis zou komen voor het eten.
Als ze thuiskomt, tegen zevenen, is het direct bonje.
Over het eten.
Even later gaat Martin douchen.
Hij heeft een hekel aan dat geruzie, kan er niet tegen.
Vanuit de kamer hoort hij de telefoon overgaan, met die irritante ringtone van Samsung.
Korte tijd daarna komt Tessa de badkamer binnen.
Zegt, snerend aldus Martin: er komt morgen een jongen die belangstelling heeft voor de kamer.
De kamer die vrijkomt omdat Martin, zoals was afgesproken, zou vertrekken.
Martin vermoedt dat die beller de nieuwe vriend is van Tessa.
Denkt, jaloers aangelegd zoalshij is, dat hij wordt ingeruild voor een ander.
Hij voelt zich voor lul gezet.
In de badkamer maken ze opnieuw ruzie.
Duw- en trekwerk.
Tessa valt.
Hij trekt zijn trainingsbroek aan en belt een studiegenoot. Hij wil weg, de stad in. Als hij dat vertelt - ze zijn op de slaapkamer en ze zitten naast elkaar op de rand van het bed - zegt Tessa dat ze dat niet leuk vindt en dat hij zich onnozel gedraagt.
Dat hij dom is.
Martin tegen de rechters: 'Toen knapte er iets in me. Er gebeurde iets waar ik geen besef van had. Ik ging op haar zitten.'
Rechters: U was boos.
Martin: 'Ik was getergd. Ik loop altijd voor dingen weg. Nu was ik het zat om alles maar te pikken.'
Rechters: Wat wilde u bereiken door op haar te gaan zitten?
Martin: 'Ik wilde dat ze rustig werd. Maar ze was hysterisch, ze sloeg en zei dingen. Toen ging het helemaal mis.'
Rechters: U probeerde het gillen te stoppen.
Martin: 'Ja, ik heb mijn hand op haar mond gelegd. Ik verloor de controle over mezelf.'
Rechters: En toen?
Martin: 'Toen ik weer bij besef kwam, was het te laat. U kent de afloop.'
Hij gaat op de bank zitten, weet niet wat te doen. Probeert mond-op-mond beademing, maar stelt vast dat dat zinloos is
Paniek.
112?
Hij durft het niet.
'Ik snapte d'r helemaal niks meer van.'
Hij pakt het kussen en drukt dat even in haar gezicht.
Hij haalt het beddengoed af en stopt dat in de wasmachine.
Hij tilt Tessa op en legt haar in de keuken, voor het aanrecht.
Hij draait het gas open, steekt kaarsen aan en zet het raam op een kier.
Hij pakt zijn fiets en gaat naar een kennis die ergens in het centrum van de stad woont.
Ze gaan de stad in, naar Time Out en hij probeert te doen alsof er niks aan de hand is.
Halverwege fiets hij terug naar huis.
'Ik wilde mezelf aangeven.'
Het zet een paar stappen in de woning en vertrekt weer, terug naar de stad.
Zijn studiegenoten: 'Martin zei nooit zoveel, die avond wel, dat viel wel op.'
Als de stapavond aan een einde komt, brengt hij een meisje achterop de fiets naar huis. Als hij haar afzet, vindt zij het vreemd dat hij haast heeft. Dat het afscheid zo snel ging dat ze niet eens dank-je-wel kon zeggen.
Voor de tweede keer gaat hij de woning binnen.
Blaast de kaarsen uit en draait het gas dicht.
Hij maakt een bovenbuurman wakker, maar die stuurt hem weg.
Hij belt 112.
Zegt: 'Ze hebben mijn vriendin vermoord. Er klopt hier iets niet.'
Daarna gaat hij buiten, met het hoofd tussen de knieën, zitten wachten.
Agenten en het ambulancepersoneel zullen later zeggen dat ze zich verbaasden over zijn gedrag.
Dat er iets niet klopte.
Gespeelde emoties.
Hij wordt eerst gehoord als getuige.
Maar al de tweede keer als verdachte.
En legt een bekentenis af die hij in de daaropvolgende negen verhoren regelmatig hier en daar aanpast.
De rechters zullen het moeten doen met het verhaal zoals Martin dat tijdens de zitting heeft verteld.
Omdat alleen hij het kan navertellen.
De rechters zullen op basis van dit verhaal moeten oordelen of er sprake is van moord (met voorbedachten rade) of van doodslag (opzet op de dood, maar in een opwelling).
De officier van justitie kiest 'alles afwegende' voor dit laatste.
Het verhaal bevat te weinig ingrediënten voor een vooropgezet moordplan.
Ze zegt dat haar eis van tien jaar gezien mag worden als een straf met een hoog vergeldingsgehalte.
Dat ze in de eis mee heeft laten wegen dat hij heeft geprobeerd sporen uit te wissen.
Dat de nabestaanden, de ouders van Tessa, zijn verscheurd door verdriet.
Dat het jongere zusje van Tessa, die nadat ze een levensbedreigende ziekte overwon, alle levensvreugde heeft verloren.
Een strafeis ook om anderen in te laten zien dat emoties nooit mogen worden omgezet in geweld.
Ik kijk naar Martin, de moordenaar.
Gewone jongen van 22 jaar die op zaterdag hippe kleding verkocht, halverwege de Herestraat.
Bij wie volgens de deskundigen sprake is van identiteitsonzekerheid.
Iets dat zijn rechters hem kwalijk nemen.
Rechters: Was je identiteitsonzeker?
Martin: 'Uuh? Ja.'
Rechters: Waarom heb je dan geen hulp gezocht?
Over wie zijn onafhankelijke rechters snerend opmerken dat hij, ja jij stommeling, maar weinig van zijn communicatiestudie heeft opgestoken.
Omdat het in zijn relatie met Tessa juist mankeerde aan communicatie.
Alsof dokters niet ziek kunnen zijn.
Moordenaars kunnen op weinig sympathie rekenen.
Maar ik geloof niet in levenslang martelen en daarna het nekschot.
Ik denk dat alle officieren van justitie, alle rechters, ja dat zelfs alle krantenlezers het levenlange risico lopen dat hun zonen al dan niet met voorbedachten rade moordenaars kunnen worden.
En dat je dan wel anders piept.
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak - 4 februari 2008
De rechtbank heeft de 22-jarige Martin veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar (conform). Met het openbaar ministerie is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van moord, maar van doodslag. Wat de rechtbank Martin extra kwalijk neemt is dat hij berekenend te werk is gegaan. Dit heeft strafverzwarend gewerkt.
Het vonnis van de rechtbank Groningen is hier te lezen.