Tuesday, January 08, 2008

Het was een mooie dag geweest, mijn eerste dag van dit jaar in zittingszaal 14.

Juridisch gezien dan.

Het begon 's ochtends direct al met een fraai pleidooi over de vrijwillige terugtred.

Vervolgens was er een onverwacht boeiend geval van noodweer.

Daarna ging de juridische verwennerij nog even door met een complexe rechtsvraag over dwang.

 

In de zittingszalen van het strafrecht moet de gebeurde werkelijkheid worden gevangen in juridische termen. Omdat er in werkelijkheid van alles en nog wat kan gebeuren, is de wet tamelijk abstract om het vangnet zo groot mogelijk te laten zijn.

Dit maakt dat er veel ruimte is voor interpretatie.

 

Stef had niet zijn dag, al jaren niet.

Toen reed hij ook nog een verkeerde straat in en sloeg tot overmaat van ramp de motor van zijn auto af.

Juist op dat moment reed een man op een brommer voorbij die een lelijk gebaar maakte richting zijn stuntelende medeweggebruiker.

Stef: 'Toen gingen bij mij de gordijntjes naar beneden.'

Hij gaf een dot gas om die lelijke brommerman eens even flink aan te rijden.

 

Maar op het laatste moment gingen de gordijntjes weer omhoog en ging Stef vol in de ankers. Hij remde met alles wat hij kon, maar wist niet meer te voorkomen dat hij de brommer van achteren raakte.

De brommerman vloog hoog door de lucht.

 

De officier van justitie vertaalde het woeste rijgedrag in een poging tot doodslag.

De brommerman had wel dood kunnen zijn.

 

Strafadvocaat Mathieu van Linde interpreteerde het anders.

Hij zei: Er is sprake van vrijwillige terugtred en dat moet leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging.

Immers, Stef kwam bijtijds tot inkeer. Door te remmen heeft hij het gevolg – de aanmerkelijke kans op de dood van de brommerman – gunstig weten te beïnvloeden. Hij kwam terug op de intentie de man dood te rijden. Dat er toch een aanrijding plaatshad, na het remmen, doet daar niets aan af.

De Hoge Raad laat hier met het Eemskanaal-arrest geen misverstand over bestaan.

Dus, zei Van Linde.

 

De officier bleef bij de poging tot doodslag en eiste een werkstraf van 240 uur, zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee jaar en gaf het dringende advies aan Stef zijn auto te verkopen.

 

En toen was het nog maar tien uur 's ochtends.

Daarna kwam de kwestie noodweer.

Heel kort gezegd: twee hondenbezitters kregen ruzie nadat hun honden elkaar in de haren waren gevlogen met schade tot gevolg.

Mark had geen zin in gedoe, draaide zich om en liep weg.

Plots werd hij van achteren geschopt en daarna flink geslagen.

Mark wist dat zijn aanvaller een vechtsporter was en hij niet.

Om aan de sterke belager te ontkomen, pakte hij zijn mes uit de rechter kontzak en stak toe.

De vechtsporter raakte levensgevaarlijk gewond.

 

Poging tot doodslag, zei de officier van justitie.

Aanvankelijk.

Want, zo vroeg hij zich vervolgens af: mocht Mark zich, gezien de gebeurde werkelijkheid, verdedigen?

Anders gevraagd: was er sprake van een noodweersituatie?

Vrijwel altijd zijn het de advocaten die die vraag stellen en die vraag dan ook met ja beantwoorden.

Vrijwel altijd schudt de officier dan van nee.

Een beroep op noodweer is zelden succesvol.

 

De advocaat van Mark viel dan ook van zijn stoel toen de officier wel ja zei: 'De verdachte mocht zich in dit geval verdedigen.'

De volgende vraag is dan altijd: is het ingezette verdedigingsmiddel proportioneel?

Mag hij die trappen en klappen krijgt, zich verdedigingen met een mes?

Ook die vraag beantwoordde de aanklager (ditmaal) met ja.

De advocaat viel nogmaals om van verbazing.

De eis: ontslag van alle rechtsvervolging.

De advocaat had daar weinig aan toe te voegen: 'Ik deel de visie van de officier van justitie.'

 

's Middags stond er in zittingszaal 14 een verkrachting op de rol.

Man van 23 verkracht meisje van 15 waarmee hij een dag eerder via een chatbox contact had gekregen. Zij had op zijn verzoek voor de webcam haar borsten en billen getoond.

Dat had ze niet moeten doen, chatte hij, want nu zou hij foto's daarvan wel eens op het internet kunnen publiceren.

Tenzij zij zou doen wat hij verder verlangde.

Het meisje bibberde bij de gedachte dat die foto's op haar school zouden worden verspreid.

Dan zou iedereen haar uitlachen.

En dus volgde een ontmoeting in het echt, die uitmondde in de verkrachting in de bosjes van het park.

De officier eiste vier jaar gevangenisstraf.

 

De advocaat sprak van een complexe, doch interessante rechtsvraag.

Bij verkrachting moet sprake zijn van dwang.

Is, wierp de advocaat op, bij de dreiging foto's te publiceren op het internet sprake van een zodanige dwang dat zij daaraan geen weerstand kon bieden?

En ook: wanneer een slachtoffer zich gedwongen voelt, zegt dat nog niet dat er ook gedwongen is.

 

Kortom, zittingszaal 14 had maandag voor bijvoorbeeld alle rechtenstudenten een interessante dag kunnen zijn.

Juridisch gezien dan.

 

Maar er zaten geen studenten op de publieke tribune.

De enige twee studenten die er waren, zaten in het verdachtenbankje.

Drs. Juut en drs. Juul.

Beide pas afgestudeerd, helemaal klaar voor het Nederlands bedrijfsleven.

Niemand die het wist, dat ze daar zaten.

Geen medestudenten, geen vrienden of familie of aanverwanten.

Niemand ook die het weten mocht, als het even zou kunnen.

Ze zaten daar aan de vooravond van een fraaie carrière stiekempjes.

 

Het juridisch boeiende aan hun kwestie is de strafmaat.

De bak in of een werkstraf.

Daar is momenteel binnen de rechtspraak discussie over.

Beide afgestudeerden vrezen de bak en alle schande die dat met zich mee zal brengen, los nog van de een na de andere afwijzingen na sollicitatiegesprek.

Daarom zaten ze daar stijf van de zenuwen schuldbewust berouw te tonen.

De officier van justitie bedreigde Juut nog even met achttien maanden celstraf, maar uiteindelijk hoorde hij een werkstraf van 240 uur tegen zich eisen.

Juul 150 uur.

 

Nee, ik zal hun namen onthouden.

En ik zal hun namen herinneren wanneer een van die twee ooit hoge ogen gooit bij de verdeling van de ministerposten of aanspraak maakt op een toppositie binnen de BV Nederland.

Ik zal dan nog weten dat dat een van die sukkels is die zich tijdens zijn studententijd in Groningen zat te vervelen en toen maar twee jaar lang kinderporno ging downloaden van het internet.

Net als zijn huisgenoot.

Omdat ze kickten op misbruikte kinderen, ook al zeiden ze van niet.

 

Ik geloof niet dat dit laatste - juridisch gezien dan - valt te kwalificeren als een bedreiging.

 

Rob Zijlstra

 

UPDATE - uitspraken - 21 januari 2008

Ten aanzien van Stef mag het van de rechtbank een paar onsjes minder: een werkstraf van 100 uur, 3 maanden voorwaardelijke celstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid van een jaar. Het terugtred-verweer werd door de rechtbank als niet relevant afgedaan.

 

Mark kon niet anders dan hij heeft gedaan: zich verdedigen. Dat hij dat met een mes deed, is volgens de rechters niet disproportioneel: met de officier van justitie is de rechtbank van mening dat hier sprake is van noodweer en dus kreeg Mark een ovar (ontslag van alle rechtsvervolging).

 

In de verkrachtingszaak is 2 jaar celstraf en tbs met dwangverplegng opgelegd. Er is wel degelijk sprake geweest van dwang en dus van verkrachting, aldus de rechtbank in het vonnis (zie ook 'streetrebel')

 

Drs. Juut en drs. Juul kregen werkstraffen van respectievelijk 180 (plus zes maanden voorwaardelijk) en 120 uur (drie maanden voorwaardelijk) opgelegd.

 

 

 

 

posted @ 1:00 AM | Feedback (26)