De rechter had al een paar keer op de klok gekeken en dat was de advocaat niet ontgaan.
Aanvankelijk ging hij onverstoorbaar door, maar toen de rechtbankvoorzitter hem voor de tweede keer onderbrak, zei de raadsman: ‘Ik begrijp dat u begint te popelen dat in stop.’
Nou zaten de rechters vast niet te popelen, maar dat ze op dat moment met kromme tenen het pleidooi zaten aan te horen, leek mij overduidelijk.
De rechterlijke gezichten deden hun best zo onafhankelijk als mogelijk te kijken, maar hun blikken waren vooral verveeld.
En die raadsman, een bijklussende agrariër, ging maar door.
Hij sprak van Jiskefet-achtige toestanden en citeerde uit Debiteuren-Crediteuren. Over commando’s die op de televisie satirisch drie meter hoog in de lucht kunnen springen.
Maar toch niet in het echt.
Taken van rechters zijn niet alleen waarheidsvinding en het vellen van een oordeel. Rechters dienen er ook op toe te zien dat een strafproces eerlijk verloopt.
Dat de verdachte bijvoorbeeld niet in zijn belangen wordt geschaad.
Ik denk dat het nog nooit is voorgekomen in een rechtszaal dat een rechter de raadsman het zwijgen oplegt om vervolgens tegen de verdachte te zeggen dat zijn advocaat er een potje van maakt.
Zo van: ‘Geachte verdachte, de rechtbank is van oordeel dat we het proces moeten schorsen, opdat u in de gelegenheid wordt gesteld een betere advocaat te vinden. Uw raadsman maakt er namelijk een potje van.’
Zo werkt het niet.
De rechters kijken verveeld, op de klok of laten hun gedachten lekker op de loop.
Toen het pleidooi twintig minuten ver was, vroegen de rechters of de geachte raadsman misschien eindelijk eens duidelijk wilde maken wat hij duidelijk wil maken.
De raadsman: ‘Ja, daar kom ik zo op.’
Tien minuten later haalde de advocaat een deskundige aan: zijn smid.
‘Mijn smid heeft niet alleen erg veel verstand van landbouwwerktuigen, maar mijn smid is ook fietsenspecialist.’
De advocaat had aan zijn smid foto 29 uit het strafdossier later zien en onmiddellijk had de smid geroepen: 10 kilo tegendruk!
Ziedaar!
De rechters dachten misschien wel aan volgende week, eindelijk een weekje vrij.
De raadsman kakelde verder: ‘Ik schat dat als je een fietser aanrijdt met hooguit 30 kilometer per uur, dat je dan niet moet verwachten dat de fietser dood is (…). Een mens kan soms heel veel lijden.’
Rechters: En dan eindelijk weer eens naar de markt en daarna lekker koken en gezellig eten met Jan en Alie.
Het was niet zo dat de advocaat van Johannes niet zijn best deed. Dat deed hij wel. Het uitgeschreven pleidooi telde maar liefst vijftien A-viertjes. Edelachtbaar college, stond er boven.
Daaronder het gekakel waar ook ik geen touw aan kon vastknopen.
‘Je zou’, sprak de advocaat nadat hij (op pagina 9) zijn favoriete arrest van het Hof Amsterdam (NJ 1995, 552) aanhaalde, ‘misschien die abortus kunnen vergelijken met de kapotte fiets (…).’
Ik ben bang dat de verdachte niet in de gaten had dat zijn belangen allesbehalve werden gediend.
Terwijl hij daar wel alle belang bij had.
De officier van justitie had hem een poging tot moord ten laste gelegd en eiste daarvoor vier jaar gevangenisstraf.
Johannes beweerde dat hij op het moment de poging werd uitgevoerd, thuis was, dat hij van niks wist en dus het nooit gedaan kon hebben.
Dat hij ook nooit in het illegale schuurcafé was geweest waar de ruzie zich afspeelde, voorafgaand aan de moordpoging.
Hij had Diesel, zoals het slachtoffer werd genoemd, nimmer met zijn rode oud model Volvo opzettelijk aangereden. Wat al die getuigen ook mochten beweren. Dat het wel onomstotelijk zijn auto was, waarmee de fietsende Diesel opzettelijk werd geschept, kon hij ook niet verklaren.
‘Het is ook al weer drie maanden geleden.’
Kortom, Johannes kon wel een goede advocaat gebruiken.
Nadat de raadsman van Johannes had vastgesteld dat de klokkijkende rechters zaten te popelen, verhaalde hij over zijn confrontatie van een week geleden met een kort gedingrechter.
Dat het toch niet gekker moest worden.
De raadsman dacht, wellicht, nu ik toch in de stad ben, kan ik ook dit onrecht mooi even aan de kaak stellen.
De strafrechters onderbraken hem voor de derde keer.
Na afloop van de zitting, in de beslotenheid van de raadkamer, moeten ze vast en zeker tegen elkaar hebben gezegd: wat een drama, die man.
Ook mijn idee.
Bij deze roep ik dan ook het pleidooi van mr. E. – uitgesproken op 18 december in zittingszaal 14 te Groningen - uit tot het meest belabberde van 2007.
Een verdachte heeft recht op een warme deken.
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak - 28 december 2007
Johannes is veroordeeld tot 42 maanden celstraf waarvan 6 voorwaardelijk. Daarnaast mag hij een jaar lang geen auto of brommer rijden.
UPDATE - uitspraak hof - 24 juni 2008
Johannes ging in hoger beroep en het gerechtshof in Leeuwarden deed vandaag - vervroegd - uitspraak: er is sprake geweest van een ongeluk, dus niet van opzet (maar van schuld). Ofwel: Johannes is vrijgesproken. De advocaat was mr. Heiko Eckert (en dat is niet mr. E. uit het bovenstaande verhaal).