In 2006, lees ik in het deze week verschenen boekwerkje van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), zijn ruim 134 duizend rechtbankstrafzaken door de strafrechters afgedaan.
Dat leverde in 93 procent van de zaken een schuldigverklaring op.
Zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen – de zaal voor de zwaarste misdrijven – deed vorig jaar een bescheiden duit in de zak.
Mijn lijst van 2006 telt 360 strafzaken met een vonnis. Met achttien vrijspraken en drie keer een ontslag van alle rechtsvervolging (een ovar, wel schuldig, geen straf).
Hoewel de wereld van de criminaliteit onvoorspelbaar en grillig is, kom ik dit jaar op een soortgelijk aantal uit (inclusief het aantal vrijspraken en ovar's). Pin me er niet op vast, ik ben per slot van rekening het CBS niet.
Die 360 Groninger zaken in 2006 leverden – o toeval – 360 jaar aan gevangenisstraf op, waarvan 76 jaar voorwaardelijk. Het aantal opgelegde taakstraffen was goed voor 381 werkweken van 36 uur.
Ik verwacht niet dat het jaar 2007 in veel zal afwijken.
Ik denk ook niet dat Dennie en Jelle het verschil zullen maken. Samen stonden ze donderdagochtend terecht in zaal 14, Daarmee zijn alle overeenkomsten verteld.
Dennie en Jelle hebben op 4 mei in de binnenstad van Groningen een man beroofd.
Dat deden ze door hem een mes te tonen en hem een vuurwapen op het hoofd te zetten. Vervolgens ontfermden ze zich over diens zojuist gepinde zeventig euro en mobiele telefoon.
Beweert de officier van justitie.
Jelle (21) zegt dat het klopt.
'Er zat die avond agressie in ons', zegt hij.
En: 'Het is geen excuus of zo, maar we hadden veel gedronken en drugs op. Dan ga je sneller door het lint.'
Jelle heeft nu spijt.
Hij belooft de rechters dat hij nooit meer mensen zal beroven en ook dat hij van de drugs afblijft.
Lijkt hem beter voor iedereen.
Dennie (28) zegt dat hij niet weet waar Jelle het over heeft.
Waarom hij dat niet weet, weet hij ook niet.
'Hoe moet ik ook alles onthouden? Ik schrijf niet alles op.'
Heel stellig: 'Ik heb er niks mee te maken. En ik snap niet waarom Jelle zegt dat we samen waren.'
Dennie kijkt een paar keer nors (of is het laatdunkend?) naar links opzij, naar Jelle. Jelle kijkt niet een keer naar rechts, naar Dennie.
Het is waar, erkent Dennie, dat ze die avond samen de stad in waren gegaan en dat Jelle een mes, een sierdolk, bij zich had en hij zijn bolletjespistool. Dat was omdat ze Albert de drugsdealer wilden pakken. Of liever gezegd, bang wilden maken. 'Albert had geld van mij gekregen voor bier. Maar ik heb hem nooit weer gezien. En dat was de tweede keer al. Ik wilde mijn geld terug.'
Nee, antwoordt hij, normaal gesproken loop ik nooit met een wapen door de stad.
Toen ze Albert niet konden vinden, gingen ze naar een koffieshop en daarna wietroken in De Kanarie. Dennie zegt dat hij daar heel de avond is gebleven. Dat weet hij zeker. Hij had er nog een paar gasten met het bolletjespistool bedreigd. Omdat zij hem bedreigden. 'Ik laat me niet pakken door vijf man of zo. Toch? Nee, Jelle was daar niet bij, wat Jelle ook beweert. 'Kijk, dat klopt dus ook al niet.'
De officier van justitie brengt in dat Dennie in het bezit is geweest van de mobiele telefoon die bij de beroving is buitgemaakt. Heeft hij ook mee gebeld, die avond.
Hoe dat nou toch kan?
Simpel, zegt Dennie, die telefoon heb ik gekocht. 'Van Jelle, voor vijftien euro want er zat geen oplader bij. Jelle zei tegen mij dat ie die telefoon ergens op de grond had gevonden.'
Jelle doet z'n best de rechters te behagen. Hij zegt dat hij zijn excuses wil aanbieden aan het slachtoffer. Het liefst in een dader-slachtoffer-gesprek. En dat hij, als hij straks weer bij zijn moeder gaat wonen, een opleiding wil gaan volgen. 'Ik ben geen schooltype, maar een diploma heb je wel nodig om verder te komen.'
De officier van justitie eist vier maanden cel, vier voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een cursus die in 30 uur leert dat je van alcohol dronken kunt worden en dat je dan gekke dingen kunt doen met spijt achteraf.
Dennie lijkt het allemaal prima te vinden.
Laconiek: 'Aan gelul achteraf heb je niks. Toch?'
De officier: twaalf maanden onvoorwaardelijk.
Het viel op dat de rechters wel hun vragen stelden, maar niet de indruk wekten echt nieuwsgierig te zijn naar de waarheid van dit verhaal.
Dat is wel eens anders, helemaal als een verdachte ontkent of zegt het allemaal niet meer te weten.
Het was ook de advocaten opgevallen.
Op het moment dat je dacht, nu leggen ze het vuur na aan de schenen, zeiden de rechters zomaar dat ze voldoende waren geïnformeerd om te kunnen oordelen.
Omdat het maar om een eenvoudig straatroofje ging? Of waren de rechters, toen ze het dossier hadden gelezen, al tot de conclusie gekomen dat Dennie niet voor vrijspraak in aanmerking komt? Wat hij ter zitting ook zegt of niet meer weet?
Maar misschien ook wel omdat het jaar ten einde loopt en de rechters dachten, we hebben al genoeg straf opgelegd dit jaar, wij hebben voor 2007 onze bescheiden duit al in de zak gedaan.
Die twee maken het verschil toch niet.
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraken - 27 december 2007
Dennie - met zijn leugenachtige ontkennen, aldus het vonnis, heeft de geeiste twaalf maanden gekregen.
Jelle krijgt acht maanden cel, waarvan vier voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een verplichte cursus alcohol en delinquentie waar dertig uur voor staat.