Televisiekijkend Nederland kijkt die avond naar Tatort (aflevering Frauenmorde), naar Giel van de Vara, naar Zomergasten (met Christine van Broeckhoven), naar Law and Order of misschien wel naar de late editie van Hart van Nederland.
De onderbuurvrouw kijkt naar dit laatste programma, naar het laatste actienieuws. Ze moest eens weten op dat moment. Want terwijl ze kijkt, hoort ze lawaai van boven. Ze hoort gegil en geschreeuw en later ook aanhoudend gegorgel.
Dat moet even na half elf zijn geweest. Dat wist ze zeker van dat tijdstip, vertelde ze de politie, omdat ze naar het laatste actienieuws zat te kijken. En dat begint om half elf.
Wat ze toen nog niet wist was dat dat gegorgel de bovenbuurman was. Die werd op dat moment vermoord.
Ze hadden wel vaker ruzie, Robert en Malukku zoals hij werd genoemd. Robert was een paar maanden geleden bij hem ingetrokken en samen leefden ze hun drank- en drugsleven. Malukku stoorde zich steeds vaker aan zijn huisgenoot, bijvoorbeeld omdat die de gewoonte had zijn geluidapparatuur uit elkaar te schroeven. Bovendien zat hij aan zijn medicijnen.
Als Malukku op die avond eventjes een ommetje gaat maken ter voorbereiding van een pijpje cocaïne, maakt Robert er nog meer een potje van. Bij thuiskomst wordt het Malukku te veel. Nog meer rotzooi en ook alle medicijnen op. Er vallen woorden en even later staan ze met messen tegen over elkaar. Er lagen messen overal in de woning.
Robert roept: ’Iedereen is bang voor jou Malukku, maar ik niet. Schop me er maar uit.’
Robert zou daarop een stekende beweging hebben gemaakt, Malukku schopt de stekende arm weg. Robert rent naar de slaapkamer en zijn huisgenoot rent daar achter aan. Met een waas voor mijn ogen, zal hij later op het politiebureau verklaren. Op het matras komen ze na een bodycheck ten val en er wordt gerold en geworsteld.
De buurvrouw beneden kijkt er niet meer van op. Er was zo vaak gesodemieter daarboven.
Op een gegeven moment roept Robert: ’Hou op, ik stop ook.’ Malukku vindt het ook genoeg want het moet niet te gek worden. Als hij de kamer verlaat, zegt hij nog: ’Morgen praten we er verder over.’
Robert gorgelt nog wat en sterft.
De onderbuurvrouw: ’Na een tijdjes werd het rustig boven.’
Het is niet helemaal duidelijk is wanneer Malukku ontdekt dat er niets meer valt uit te praten met zijn huisgenoot. Twee dagen later wordt hij zittend op een bankje met een blikje bier gesignaleerd in het winkelcentrum. ’s Avonds gaat hij naar zijn zus en vertelt met rollende tranen over de wangen dat hij Robert heeft vermoord.
’Zondagavond al. Hij ligt daar nog.’
De zus belt de politie rond elf uur die avond met de mededeling dat er in de Kaliumstraat in Groningen een moord is gepleegd. De volgende dag meldt Malukku zich op het politiebureau. Daar kennen ze hem wel.
Moord, zegt de officier van justitie. De verdachte ging achter Robert aan, met een mes in de handen. Er is sprake geweest van een orgie van geweld. Zeventien steek- en snijwonden, enkele twintig centimeter diep. ’Robert had geen schijn van kans.’
Moord is niet aan de orde, verdedigt de advocaat. De vraag moet zijn: was het noodweer of niet? Ze hadden ruzie en stonden met messen tegenover elkaar. De situatie is ter plekke ontstaan. Malukku heeft op geen enkel moment bedacht, nu ga ik hem vermoorden.’
De officier: Malukku ging achter Robert aan toen die naar de slaapkamer vluchtte. Er was geen sprake van een aanval waartegen de verdachte zich zou moeten verdedigen. Hij had iets anders kunnen gaan doen. Deed hij niet. Moord.
Malluku zegt niks. Hij is niet in zittingszaal 14 aanwezig, maar ligt in het gevangenisziekenhuis in Scheveningen. Heel de dag te slapen, zegt zijn advocaat, want hij is ernstig ziek. Lichamelijk en geestelijk. Dit laatste wordt bevestigd door huispsychiater Takkenkamp van de Groninger rechtbank. Hij zegt: ’Een typisch geval van het Herman Brood-scenario. Lichaam en brein kapot als gevolg van langdurig drugs- en alcoholgebruik. ’Hij wordt geen 80 en ook geen 70, nog een paar jaar hooguit.’
Volgens de gedragsdeskundige heeft Malukku met zijn kapotte lever en antisociale persoonlijkheidsstoornis gehandeld vanuit angstimpulsen. ’Door de drugs en alcohol is niet alleen de lever kapot, maar is er ook sprake van hersenschade, schade aan de frontale kant van de hersenen. Juist op die plek waar de impulscontrole zit. Een tbs is het beste voor hem. ’
Malukku ziet, zegt zijn advocaat, niets in een tbs. Voor hem is dat een schrikbeeld. Hij zegt, klinkt misschien wat raar uit zijn mond, wat moet ik daar tussen al die gestoorde moordenaars? Bovendien, behandeling heeft toch geen zin en dan is de tbs voor hem wel een heel duur verpleeghuis. Hij zegt, laat mij maar in de gevangenis zitten.
De officier van justitie houdt rekening met alles, maar blijft bij moord. Ze eist een gevangenisstraf van 24 maanden en tbs met dwangverpleging.
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak 13 december 2007
Geen moord, zegt de rechtbank, maar doodslag. Er was geen sprake van kalm en rustig beraad - vereist voor moord - maar een opeenvolging van gebeurtenissen met veel geschreeuw. Ook kan niet worden gesproken van noodweer, zoals de raadman had aangevoerd. De verdachte handelde niet uit angst of bedreiging, maar uit boosheid. Het fatale geweld was niet ter verdediging, aldus het vonnis.
Hoewel de rechtbank de minder zware variant van het levensdelict (doodslag) bewezen acht, is de straf conform het strafvoorstel dat het openbaar ministerie bij de rechtbank neerlegde. Dit omdat het geweld buiten alle proporties was.
het vonnis