Aanvankelijk werd gedacht aan kortsluiting, maar daags na de brand gonsde het al van de geruchten in het dorp.
De buurtagent besloot op onderzoek uit te gaan. Twee maanden later werden Kees en zijn vriend Jaap gearresteerd.
Op het politiebureau vertelt Jaap dat het een soort wraakactie is geweest.
’In het dorp mochten ze ons niet. We vielen buiten de groep en we werden met de nek aangekeken. We wilden ze terugpakken’, vertelt hij in de verhoorkamer.
Jan de huisgenoot van Jaap was jarig die dag en Kees kwam tegen elf uur ’s avonds op bezoek. Na verloop van tijd en wat bier ging de jarige slapen en namen Kees en Jaap een pilletje xtc.
Daarna gingen de twee vrienden een ’rondje dorp’ doen.
Deden ze wel vaker.
Ze stonden een tijdje in een bushokje en even later voor het Jeugdhonk aan de Hoofdweg.
Het was geen plan.
Ze vinden een pot rode verf en smijten die door een raam.
Zo komen ze binnen.
Voor geld dat er niet is.
Dan maar de bank. Met een aansteker steken ze het jeugdhonkmeubelstuk aan.
Wie, vragen de rechters?
Beide, zeggen Kees en Jaap.
Het vuur verspreidt zich verrekte snel, constateert Kees nog en met Jaap neemt hij de benen.
Nee, antwoorden ze, we hebben er niet aan gedacht de brandweer te bellen.
’We waren onder invloed, dan denk je niet aan de brandweer.’
Eenmaal weer thuis zien ze in de donkerte een oranje gloed.
Jaap: ’Ik dacht nog, hé dat kan toch niet.’
Kees: ’Het was niet de bedoeling het hele gebouw in brand te steken.’
Tegen elkaar zeggen ze: ’Dit had niet moeten gebeuren.’
Van het jeugdhonk blijft niets over.
Hoezo wraak, willen de rechters weten.
Jaap: ’Nou ja, wraak. Wraak is niet het woord. Sinds ik in dat dorp woon, kijken ze raar naar me. Alsof ik een crimineel ben. En als je op een bepaalde manier wordt behandeld, ga je je ook zo gedragen.’
In Kees vindt Jaap wel een goede vriend.
Kees is niet populair in het dorp.
Regelmatig heeft Kees het aan de stok, met de vrijwilligers van het Jeugdhonk bijvoorbeeld.
Er is een incident met een stanleymes dat Kees ontkent.
’De getuigen liegen. Ze spannen tegen me samen.’
Er is gedoe met zijn ex-en. Er wordt bedreigd en mishandeld.
Sommigen zijn doodsbenauwd voor Kees.
Een van de ex-en krijgt tijdens de kinderspelweek politiebeveiliging.
Kees zelf ziet dat anders.
Het is allemaal aanstelleritis, vindt hij.
Drank en drugs speelden wel een rol, zeggen ze.
Maar later niet meer. Ze hadden een keer op een zondagavond een documentaire gezien over de gevolgen van regelmatig drugsgebruik. Toen ze de televisie uitdeden, gingen de ogen open.
’We zijn toen gekapt met drugs.’
Jaap: ”Ik leefde in twee werelden, in die van mijn opleiding en in de wereld van de drugs. De een heeft toekomst, de ander niet. Ik heb gekozen voor de toekomst.’
Jaap studeert voor beveiliger.
De officier van justitie zal later zeggen dat hij dat geen prettige gedachte vindt, Jaap als toekomstig beveiliger.
’Volgens mij kun je beter een andere opleiding zoeken.’
Maar als hij zijn eis formuleert, is hij toch mild.
Bij brandstichting hoort een gevangenisstraf, maar ’met enige schroom’ eist de aanklager een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke celstraf.
Voor Kees geldt een ander verhaal.
Op 8 december vorig jaar - het Jeugdhonk bestaat nog – was hij weer eens flink kwaad op heel het dorp. Met een spuitbus met goudgekleurde verf was hij een ’rondje dorp’ gaan doen. Bij het ontwaken telden de dorpelingen 23 hakenkruizen.
De officier van justitie ziet een parallel: net als bij de brandstichting nam hij met die spuitactie opnieuw wraak op de bevolking.
Kees ontkent.
Het waren geen hakenkruizen, zegt hij, maar tekens die hij van het internet had gehaald.
’Die tekens staan ook op boeddha-beelden en zijn al duizend jaar oud. Het zijn zonnestralen.’
De officier van justitie: ’Het waren op hakenkruizen gelijkende tekens. En zeer zeker geen zonnestralen.’
De aanklager vervolgt: ’We hebben hier te maken met de schrik van Holwierde. Het goede nieuws is dat hij nog steeds vastzit. Het slechte nieuws dat hij geen enkel inzicht heeft in zichzelf en dat de kans op herhaling groot is. Twee jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.’
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraken - 22 november 2007
Kees en Jaap zijn conform de eisen van de officier van justitie veroordeeld.