Tuesday, October 30, 2007

BUNKERBIJBLOG

 

Het was toch een beetje Dolle Maandag in de Nederlandse strafrechtspleging. Start van het proces tegen de gezinsvoogd in de zaak-Savanna, start van het proces tegen 22 Hells Angels, het begin van de contouren van wat wel eens de grootste rechterlijke dwaling in onze strafrechtsgeschiedenis zou kunnen blijken: drie wijze mannen hebben het Openbaar Ministerie geadviseerd de zaak tegen Lucia de B. voor herziening voor te dragen.

 

Ik ken alle zaken een beetje, die van Lucia het best. Ik herinner me vooral de schok die het arrest van het Haagse gerechtshof teweegbracht. Levenslang en tbs. Mijn oren tuten er soms nog van na, ik was er destijds bij.

 

Het zal toeval zijn geweest, maar in het megaproces-Holleeder, dat ook op Dolle Maandag meedraaide maar door de andere processen duidelijk aan pers- en publieksbelangstelling had ingeleverd, waren we toe aan een feit dat onder andere omstandigheden de rechter vermoedelijk niet eens gehaald zou hebben. Een feit dat er volgens Holleeder en zijn advocaat met de haren is bijgesleept, louter bedoeld om de verdachte er nog eens extra gekleurd op te zetten als boef met geweldsreputatie.

 

Het is feit 10 op de aanklacht tegen Holleeder: bedreiging van een serveerster en de chefkok van café De Omval, in de buurt van het Amstelstation, aan het water, op 29 augustus 2002. De Neus wou een broodje, hij kreeg een paaltje.

 

Een dag eerder had er een stuk in De Telegraaf gestaan, met John Mieremet (de Schele, Span van het duo Spic & Span) als bron. Holleeder heeft de afgelopen weken meermalen omstandig uit de doeken gedaan dat dit artikel en een vervolg daarop een week later een dijkdoorbraak heeft veroorzaakt in het leven van Willem Endstra, met de inmiddels bekende afloop. Endstra was vanaf die datum de bankier van de onderwereld en Holleeder zijn bewaker.

 

De suggestie is dat de publicaties ook van invloed zijn  geweest op het humeur van de Neus.

 

In feit 10 rijdt Holleeder zijn groene BMW naar café De Omval (ben er nooit geweest, ken de situatie ter plaatse dus niet uit eigen waarneming). Er is verschil van inzicht over de vraag of deze manoeuvre zich in de ochtend- dan wel de middaguren heeft voltrokken, volgens early riser Holleeder

’s morgens.  Het zal een mooie dag zijn geweest, in elk geval goed genoeg om Holleeder te laten plaatsnemen op het terras.

 

Op dat terras zaten volgens de verdachte geen andere gasten, volgens het personeel wel. En Holleeder had zijn auto tussen het terras en de Amstel geparkeerd, waardoor volgens het personeel de andere gasten het zicht op het water werd ontnomen.

 

Hij was er met een ‘Joegoslaaf’, die later door een van de personeelsleden werd geïdentificeerd als Dino S. (niet zijnde een Joegoslaaf). Ten onrechte, volgens Holleeder, het was iemand anders – wie dan wel, bleef in nevelen gehuld.

 

Vervolgens ging het ongeveer zo:

De Neus bestelt zijn broodje, in dit geval een omeletje, met een glaasje melk (een mens onthoudt de gekste dingen).

Het omeletje kwam niet.

De Neus staat op, loopt naar binnen en vraagt waar zijn broodje blijft.

Je krijgt geen broodje, geeft de vermetele serveerster hem te verstaan. Je moet eerst je auto wegzetten.

De waarneming van de serveerster (niet wetend wie zij tegenover zich had): de Neus flipte meteen, hij ging af als een raket. ‘Als je niet snel zorgt dat het eten op tafel staat, dan zal je nog eens wat meemaken. (…) Horecakut.’

 

Interpellatie Holleeder: hoho, dat soort dingen zeg ik niet. Ik zal mijn ongenoegen hebben geuit, maar niet op die manier.

 

In café De Omval onderneemt men actie. Er wordt naar twee mannen gebeld die zich vanuit de binnenstad naar het café spoedden om bijstand te verlenen (‘om mij effe op te knappen, een paar stompen te verkopen’, aldus de Neus), de politie wordt gebeld. De Neus loopt naar zijn auto, zijn broodjesgenoot naar de zijne. Laatstgenoemde vertrekt, De Neus bedenkt zich en loopt weer naar binnen.

 

Hij ging ontzettend moeilijk doen, aldus het aanwezige personeel (twee serveersters). Vanuit de keuken komt de chefkok op het rumoer af. In de loop van het dispuut krijgt hij van de Neus te horen dat zijn hersens eruit worden geslagen en dat zijn kop van zijn romp wordt getrokken.

 

Buiten wordt een paaltje rechtop gezet – zo’n ijzeren geval dat met een sleuteltje ontgrendeld kan worden, door het cafépersoneel. Het zet de groene BMW klem.

 

Onder anderen Willem Endstra heeft over Holleeder wel eens gezegd dat je vooral niet aan zijn geld moet komen, daar wordt-ie ziek van. Een paaltje overeind zetten ten einde hem de weg te versperren, is ook geen goed idee. Dat kan leiden tot een lichaamshouding en een blik die in het dossier-Kolbak meerdere getuigen angst hebben aangejaagd.  Volgens de Neus zijn die observaties het gevolg van het beeld dat zijns ondanks van hem is geschapen. ‘Als ik de krant lees, ben ik ook bang voor mezelf!’ zo vatte hij de beeldvorming maandag samen.

 

Terug naar De Omval. Paaltje omhoog, de raket maakt een doorstart. Hij zou de zaak kapotmaken en er een hoerenkast van maken – je kon het zo gek niet verzinnen of hij schreeuwde het, aldus het personeel.

 

De politie liet op zich wachten en komt uiteindelijk als de vogel is gevlogen. De mannen uit de binnenstad niet. Zij arriveren, springen uit de auto en hollen in de richting van de Neus.

 

Volgens de Neus herkende een van de twee hem op zeker moment. ‘Heee.. hallo, Willem…’ zou deze toen hebben gezegd.

 

Het liep uiteindelijk met een sisser af, in die zin dat Holleeders gevraagde eieren ongebroken bleven en dat hij met vermoedelijk rammelende maag vertrok. Of hij nog ‘vuile kale kankerlijer’ had geroepen tegen een van de twee toegesnelde mannen?

 

‘Ja, dat zou een tekst van mij kunnen zijn!’

 

Peter Elberse

gastblogger

 

 

eerdere bijdragen van gastblogger peter elberse staan hier  

posted @ 12:58 AM | Feedback (44)