Wednesday, October 10, 2007

Stel u wordt met uw eigen keukenmes in de buik gestoken.

Daarbij wordt de 12-vingerige darm – die heeft u – link geperforeerd.

U overleeft dankzij een spoedoperatie in het ziekenhuis.

 

Welke straf wenst u de dader toe dan wel wat doet recht in zo'n geval?

 

Achttien jaar?

Twaalf?

Met tbs?

Vijftien maand?

Waarvan vijf voorwaardelijk?

Een werkstraf?

 

Het hangt er vanaf.

Het hangt af van de dader.

Van de context, van de aard van de gedragingen.

 

Zoals een kunstenaar de werkelijkheid verbeeldt, moet justitie de gebeurde werkelijkheid vertalen in juridische termen.

Dat levert doorgaans een nogal abstract beeld op.

 

'…dat hij op of omstreeks 4 juli 2007 in de gemeente Groningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, Rein van het leven te beroven, met dat opzet, een mes heeft gepakt en/of die Rein met dat mes (met kracht) in de buikstreek, althans in het lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.'

 

Het bijbehorende misdrijf is niet zo'n heel ingewikkelde.

Richard stak op 4 juli zijn vriend Rein met een keukenmes in de buik.

 

Richard en Rein hadden samengewoond, verliefde en romantische momenten gehad, maar in bar El Rubio ging het mis.

Richard rommelde daar met een ander en toen ze 's nachts samen op de bank tegenover elkaar zaten kregen ze woorden.

Jaloezie.

Rein zei 'ga maar weg' tegen Richard, maar Richard had geen zin zo laat 's nachts nog de straat op te gaan.

Hij liep van de bank naar de keuken, pakte uit het blok een mes, niet de allergrootste, en stak (met kracht) links in de buik.

Vervolgens riep hij: 'Oh mijn god.'

Onmiddellijk belde hij 112 en rende in paniek naar het Groninger hoofdbureau van politie aan de Rademarkt.

Dat is vlakbij, om het hoekje.

Daar vertelde Richard wat hij zojuist had gedaan.

 

Rechters: Waarom pakte u een mes?

Richard: 'Toen ik naar de keuken liep, wilde ik geen mes pakken.'

Rechters: Maar u pakte wel een mes.

Richard: 'Ik kan niet liegen, ik weet het niet meer. Ik heb nachtmerries en zal de rest van mijn leven hier mee moeten leven. Ik vind het verschrikkelijk. Gelukkig gaat het nu goed met Rein. We hebben ook weer contact.'

 

Vijf jaar?

 

Richard kan, zeggen psychiater en psycholoog, moeilijk de weg vinden in het leven. Zijn verleden bestaat uit nare dingen. Omdat hij homo is, werd hij vaak mishandeld door zijn vader. Die kon er niet mee omgaan. De gezinssituatie was niet prettig. Hij werd verwaarloosd. Onder zware emotionele druk, kan Richard plotseling agressief reageren. Een behandeling is noodzakelijk.

 

De officier van justitie zegt: 'Richard is niet iemand die messentrekkend door de stad loopt. Het is goed dat hij 112 heeft gebeld. Dat duidt op verantwoordelijkheidsbesef. Hij is niet weggelopen voor zijn daad, maar heeft zichzelf bij de politie gemeld. Dat siert hem. Meestal moeten wij de daders naar binnen trekken. Resteert het ernstige feit.'

 

De officier vervolgt: 'Door te steken met een mes is er een aanmerkelijke kans op een fatale afloop, op de dood. Dat weet ieder mens. Een poging tot moord vind ik in dit geval te zwaar. Er is geen sprake van voorbedachten raad. Ik hou het op een poging tot doodslag.'

 

De officier eist vijftien maanden celstraf, waarvan vijf voorwaardelijk. En om de ernst van het feit te onderstrepen voegt hij daar nog een werkstraf van 120 uur na detentie aan toe. En een behandeling als de reclassering dat wenselijk acht.

 

De advocaat heeft een ander juridisch idee: ontslag van alle rechtsvervolging.

Een ovar.

Dat betekent dat je het wel wettig en overtuigend hebt gedaan, maar dat geen straf wordt opgelegd.

 

Er is, zegt advocaat Lidewij Wachters, namelijk sprake van vrijwillige terugtred.

Richard stak, maar schrok daar zo van dat hij 'oh mijn god' riep en onmiddellijk 112 belde. Daarmee maakte hij het mogelijk dat Rein snel geopereerd kon worden. En daarmee werd de aanmerkelijke kans dat Rein het loodje zou leggen, teniet gedaan.

 

De officier van justitie schudt het hoofd.

Het verschil is subtiel, maar voor de vrijwillige terugtred is geen ruimte.

Richard had al gestoken.

Er is dus sprake van een voltooide poging.

 

De advocaat schudt ook.

Zij roept een oude, nare zaak in herinnering.

Man wil zichzelf en baby doden en springt met baby in de arm in het kanaal.

Het koude water brengt hem op andere gedachten en hij klimt met baby weer op de wal.

Poging tot doodslag, zei justitie.

Vrijwillige terugtred, zeiden toen ook de advocaten.

De poging mocht dan voltooid zijn – hij sprong in het water - maar de baby ging niet dood.

Een ovar.

De Hoge Raad der Nederlanden knikte: voltooide poging sluit vrijwillige terugtred niet uit.

 

Terwijl de aanklager en de verdediger juridisch nog even doorstoeien, denkt Richard misschien wel aan zijn Rein.

In zijn laatste woord zegt hij tegen de rechters dat hij hoopt op een tweede kans.

'Om het weer goed te maken met mijn ex.'

 

Rob Zijlstra

 

UPDATE - 23 oktober 2007 - uitspraak

Geen vrijwillige terugtred, niks ovar.

Een poging tot doodslag, goed voor achttien maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk.

Geen werkstraf.  

posted @ 12:43 PM | Feedback (63)

BUNKERBIJBLOG

 

Er staat een tafeltje in zaal 1 van de Osdorper bunker, vanaf mijn positie gezien een beetje naar links, dicht in de buurt van de plek waar de officieren van justitie Plooij en De Vries zich ophouden.

 

Er staat een stoel bij dat tafeltje. Aan de andere kant een microfoon.

Koud een week geleden zat Bram Zeegers op die stoel.

Bram sprak in die microfoon.

Twee dagen lang.

 

We konden hem niet zien.

Hij zat achter dat zwarte scherm.

Alsof hij toen al een beetje aan het doodgaan was, daar achter dat scherm.

 

Voorzitter Verpalen wijdde één enkele zin aan het overlijden van Bram, zelfs zonder zijn naam te noemen.

 

In zaal 1 zei verder niemand iets over hem. In de loop van de dag werd een enkele keer gerefereerd aan zijn getuigenverklaring. Dat zal nog wel vaker gebeuren – in het proces is Bram Zeegers voorlopig nog springlevend.

 

In de wandelgangen de speculaties. We wisten urenlang bijna niets, behalve dat hij dood was. Dat was niet genoeg, we wilden meer, het ene scenario na het andere vloog over tafel in de perskamer.

 

Het is nu bijna middernacht en we weten eigenlijk nog steeds bijna niets, behalve dat hij dood is. In het Nederlands Forensisch Instituut wordt koortsachtig gewerkt aan de beantwoording van de vragen waarop iedereen het antwoord zo snel mogelijk wil vernemen.

 

Intussen in zaal 1.

 

In de tweede helft van de middag gebeurde het. Voorzitter Verpalen hield Holleeder een stuk uit de Achterbankgesprekken voor, de geheime gesprekken die Endstra voerde met drie mannen van de CIE. De passage ging over een ontmoeting op straat tussen Endstra en Moszkowicz, toen ook al zíjn voormalige advocaat.

‘Je zit er tot hier in’, had Endstra Moszkowicz toegevoegd.

 

Verpalen vond die passage ‘authentiek’ klinken, zoals hij eerder op de dag ook al een stuk van een getuigenverklaring van Endstra’s broer Haico ‘authentiek’ vond klinken – hoe een woedende Holleeder een fiets om een lantaarnpaal ‘vouwde’.

Over die tweede keer ‘authentiek’ struikelde Holleeder. En hij bleef liggen,  ineens, na een wekenlange, ogenschijnlijk goede verstandhouding met Verpalen, had hij er geen trek meer in.

 

‘Zorgelijk’ vond hij het dat Verpalen die kwalificatie gebruikte. ‘Dat betekent dat u denkt dat hij de waarheid spreekt.’

Holleeder werd er ‘flauw’ van. Dat zegt hij wel vaker als iets hem niet bevalt. Dan wordt hij ‘flauw’.

 

Verpalen verweerde zich. Hij zei allereerst iets wat hij en zijn collega’s al vaker over de motieven van getuigen á charge hebben gezegd: ‘Waarom zou het anders zijn [dan de getuige beweert – PE]? Waarom zou iemand dat zeggen als het anders is?’

 

Dat zijn voor Holleeder moeilijk te beantwoorden vragen. Ik zou er zelf ook geen antwoord op hebben. Als je iedere getuigenverklaring met dergelijke vragen in het achterhoofd beoordeelt, zou je iedere getuige op zijn woord moeten geloven of in elk geval het voordeel van de twijfel moeten gunnen.

 

Dat getuigen soms ook liegen alsof het gedrukt staat, of de zaken verdraaien, dat is geen nieuws.

 

Uiteraard kreeg Holleeder bijval van zijn advocaat, die eveneens bezwaar maakte tegen het ‘authentiek’. Hij bracht het voorzichtig, maar niet voorzichtig genoeg om Verpalen te laten informeren of hij de rechter wellicht bevooroordeeld vond.

Nee, dat vond hij niet, maar hij had er moeite mee dat er voor zijn cliënt ongunstige kwalificaties in de hoofden van Verpalen en de twee bijzitters spookten. Ook had Kuijpers zich gestoord aan het hoofdschudden van de jongste rechter, in reactie op een antwoord op een van haar vragen door Holleeder.

 

Verpalen meende dat hij moest kunnen zeggen dat hij ‘onderdelen’ van Endstra’s talrijke achterbankuitspraken authentiek vindt klinken. Dat wilde hij Kuijpers, als procesdeelnemer, niet onthouden.

 

 

Er moet mij iets van het hart.

Ik zit nu wekenlang bij dit proces, dat in alle opzichten ernstig de moeite waard is. Zo zoetjes aan bekruipt mij niettemin het ongemakkelijke gevoel dat er iets scheef zit, dat er zich een lichtelijk ongelijke strijd aan het aftekenen is.

 

Ik zal er geen doekjes om winden: ik vind dat deze rechtbank de oren te zeer laat hangen naar het openbaar ministerie, de samensteller van het kolossale dossier. Er wordt Plooij en De Vries (uitstekende officieren) geen strobreed in de weg gelegd. Zij worden niet geïnterrumpeerd en niet zelden neemt de rechtbank hun standpunten over bepaalde kwesties bijna woordelijk over.

‘De officier heeft een punt…’ heb ik voorzitter Verpalen al vele malen horen zeggen.

 

Advocaat Kuijpers moet aanzienlijk meer moeite doen om  zijn visie in het proces-verbaal van de zitting te krijgen. Er is hem al ettelijke te malen te verstaan gegeven, al dan niet gekscherend, dat hij zo lang van stof is, lastig, niet to the point. Als hij iets beargumenteert, wordt hij nogal eens onderbroken met een ‘dat horen we later wel in uw pleidooi…’

 

Vorige week had Holleeders tegenoffensief – de Keukentapes – geen schijn van kans. Waarom eigenlijk niet? Waarom mochten Holleeder en Kuijpers de door hen gepresenteerde selectie van die stiekeme opnames (we weten nog steeds niet wie de regisseur van die tapes is geweest, Holleeder of Endstra) niet in het geding brengen?

 

De rechtbank nam er geen genoegen mee dat de overige tientallen uren tape, door Holleeder en Kuijpers níet geselecteerd, niet werden verstrekt. Waarom mag het OM wel selecteren en de verdediging niet? Omdat Nova al die uren geleuter wel had? Alsof er nooit iets via OM of politie op straat beland.

 

Holleeder heeft beslist een fenomenaal imagoprobleem – er zijn doden gevallen rond zijn dossier en ook voor het overige heeft hij evident niet voor dominee gestudeerd. ‘Iedereen slikt alles voor zoete koek omdat ik Willem Holleeder heet’, zo beklaagde hij zich dinsdag in de authentiekdiscussie.

Dat klinkt velen wellicht als volstrekt pathetisch in de oren, maar dat neemt niet weg dat hij zichzelf in de rechtszaal naar behoren moet kunnen verdedigen. Zeker in het uiterst complexe dossier-Endstra is aan dat recht afbreuk gedaan en dat moest maar eens gezegd worden.

 

Peter Elberse

gastblogger

posted @ 9:34 AM | Feedback (21)