
Ik stel me het zo voor, als Peter aan het einde van de middag terugkeert op de afdeling.
Zijn medegedetineerden vragen: 'En? Hoe was 't jongen?
Pff, zucht Peter, 'Het ging zoals jullie al hadden gezegd.'
De medegedetineerden: 'Zie je wel, zeiden we toch? Hoe waren de rechters?
Peter: 'Uuh, die waren eigenlijk best wel aardig.'
Medegedetineerden: 'Zijn ze meestal. Zegt niks. De officier van justitie?
Peter: 'Een kreng.'
Een vrouw?
Peter: 'Ja, blond.'
Shit. Hoeveel?
Peter: '24 maanden, zes voorwaardelijk.'
Fuck man, hoe lang zit je hier al?
Peter: 'Drie maanden en vier dagen.'
Okay. Moet je dus nog, uuh, nog negen. Zijn wij al weg. En je advocaat?
Peter: 'Die had een heel verhaal, ik snapte d'r eigenlijk helemaal niks van. Maar volgens mij was hij wel goed. Hij zei tegen de rechters dat de eis van de officier veel te hoog was, hij zei zoiets van dat het niets toevoegt dat ik nog negen maanden hier moet zitten.'
Dat zeggen die advocaten altijd, man. Nou, join the band. O ja, was je moeder er ook?
Peter: 'Ja, gelukkig wel.'
Dat is altijd goed, daar zijn rechters wel gevoelig voor. Ga slapen, man, zo'n dag op de rechtbank, dat sloopt je.
Peter: 'Ze vroegen nog hoe ik mijn toekomst zie.
De medegedetineerden: 'Kop op Peter, morgen gaan we tafeltennissen. Okay?'
En daar zit hij dan, zo stel ik mij dat voor, na een lange dag alleen in zijn cel.
Twee weken wachten op de uitspraak.
Nog nooit was hij zo eenzaam.
Hij had zich, potverdorie, zo voorgenomen om niet te gaan janken. En wat? Binnen vijf minuten ging het al mis. Zat ik daar als een klein kind te grienen. Ja, die ene rechter, die was dus echt wel aardig. Zij gaf me haar papieren zakdoekjes. Maar die fucking pers was er volgens mij ook. Ik mag toch hopen dat het morgen niet in de krant staat. Gaan ze me allemaal uitlachen. Kon ik het maar terugdraaien. Alles. Dat alles weer was zoals eerst.
Dit alles is door mij verzonnen.
Wat wel echt is, is dat Peter, 19 jaar, donderdag terechtstond in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.
En dat hij daar met rode oogjes bekende in mei dit jaar een zelfgemaakte molotovcocktail op het dak van de sporthal had gegooid, dat hij dat bij de politie – tegen beter weten in – steeds had ontkend. Hij had tegen beter weten in anderen de schuld gegeven.
Wat echt is dat de sporthal in stadswijk Lewenborg volledig afbrandde.
Schade: 2,2 miljoen euro.
Het belendende verzorgingstehuis met zestig hoogbejaarden moest ontruimd.
Ook zijn schuld.
De papieren zakdoekjes van een van de rechters waren ook echt, alsmede de eis van vierentwintig-zes van de officier van justitie.
En dat hij per dag zo'n tien tot vijftien jointjes rookte, zonder dat zijn moeder dat wist, klopte eveneens.
Hij was heel de dag stiekem stoned.
En wat nog echter is, is de claim van de gemeente Groningen, de eigenaar van de verbrande sporthal.
Hij, hierdoor vriendin kwijt, geen werkgever meer die hem laat lassen, moet de gemeente Groningen 500.000 euro betalen.
Dat is meer dan een miljoen toen hij dertien was.
Van de drie minderjarige molotovcocktail-medeplegers – die in oktober bij de kinderrechter terechtstaan - heeft hij wat dit betreft, 481.148 euro om precies te zijn, niet veel te verwachten.
Zijn toekomst?
Morgenvroeg tafeltennissen.
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak - 27 september 2007
De rechtbank vonniste achttien maanden celstraf, waarvan zes voorwaardelijk. Daarnaast moet hij die 481.148 euro aan de gemeente Groningen betalen. Dat mag in termijnen.