Wednesday, September 12, 2007

Justitieverslaggever Peter Elberse (ANP) volgt vanaf de eerste rij het proces-Holleeder. Als gastblogger zal hij exclusief op deze plek regelmatig verslag doen van zijn belevenissen in de zwaarbeveiligde Bunker in Amsterdam.

Zijn eerdere bijdragen zijn te lezen onder het kopje 'post categories'.

 

 

BUNKERBIJBLOG

 

 

Er staat nu een grote stalen wand om de bunker, bij de hervatting van het proces-Holleeder. Die wand zal een aanslag zoals die werd gepleegd in april, met die raketten, niet kunnen voorkomen, lijkt me. Je schiet er met gemak overheen. Maar vooruit, je moet wat.

 

Toen ik maandag het bunkerdomein betrad, als een van de eersten, was een wat oudere, ietwat corpulente agent in de weer met zijn speurhond. Het dier snuffelde de binnenzijde van de wand af, op zoek naar explosieven of ander gevaar. Ook die hond was wat ouder, hij was grijs om de neus, die hem niettemin nog steeds zichtbaar in een zekere staat van opwinding kon brengen.

De hond was trouwens ook een tikje aan de dikke kant. Die twee, baas en hond, leken eigenlijk verdomd veel op elkaar. Dat zie je wel vaker.

 

Wie ook heel veel met elkaar optrokken, waren Sam Klepper en John  Mieremet. Ze waren onafscheidelijk, zei Holleeder dinsdag. 'Altijd samen.’

Op het laatst zijn ze vijf jaar van elkaar gescheiden geweest. Dat kwam doordat Sam doodging, toen een of andere onverlaat die ze nooit te pakken hebben gekregen hem uit zijn schoenen schoot, voor de deur van zijn penthouse in Amsterdam-Buitenveldert, in oktober 2000. Johnny namen ze te grazen in Thailand, in november 2005.

 

Beiden hadden geen schijn van kans. Over Sam zijn begrafenis hoor je nog steeds het verhaal dat ze de klokken van de Westertoren hebben geluid toen zijn kist daar langskwam, geëscorteerd door honderden Hells Angels – daar was Sam lid van.

 

Klepper en Mieremet. Bijgenaamd Spic en Span, omdat ze hun vuile klusjes zo schoon wisten op te knappen. Klepper en Mieremet – ze mogen dan alweer een tijdje dood zijn, nog steeds siddert menigeen bij het horen van hun namen.

 

Willem Holleeder heeft de eerste twee procesdagen honderduit over hen verteld. Geheel in het zwart gekleed en fitter dan wij allen hadden verwacht, gaf hij bij herhaling onomwonden toe dat hij bang voor hen was geweest.

 

Het eerste deeldossier dat de rechtbank met hem doornam, was de afpersingskwestie rond zakenman Rolf Friedländer en diens zoon Daniël, bijgenaamd Pel (geen flauw idee waarom).

 

Het was 1998. Pel had een vriendinnetje, Sanne, en raakte haar na 1,5 jaar verkering kwijt. Zij werkte in café Jan Steen in de Pijp waar Sam en John altijd via de achterdeur binnenkwamen en via een cameracircuit in de gaten konden houden wie er verder allemaal in die tent zat. Rare hobby, maar goed, waarom niet.

 

Pels probleem was dat hij niet goed afscheid kon nemen van Sanne en dat zij een stiekeme verhouding was begonnen met John. Stiekem, omdat Johns in het Belgische Neerpelt wonende vrouw het niet mocht weten, vertelde Holleeder bijna schaterlachend in de rechtszaal. Pel was op een avond aan de deur gekomen terwijl John bij Sanne boven zat.

 

Had-ie niet moeten doen.

John werd woest.

 

De volgende dag of zo ging-ie briesend naar Sam. Holleeder was al bij Sam, hij zat naar eigen zeggen op de achterbank van Sams gepantserde BMW. Ze waren van plan geweest een broodje te gaan eten in de PC Hooft, bij Anton. Holleeder at veelvuldig broodjes met zo ongeveer iedereen die maar een broodje met hem wilde eten, ongeacht hun achtergrond. Vaak in de PC Hooft, maar ook in Antwerpen, als dat zo uitkwam. Sam en John aten iedere ochtend een broodje bij Anton.

 

De woedende John stapte ook in die BMW, voorin, en braakte direct het bloeddorstige voornemen uit om Pel te laten omleggen. Het broodje eten ging niet meer door, daarvoor waren de emoties te hoog opgelopen.

 

De rest is geschiedenis. Pel heeft het overleefd, zijn vader heeft daarvoor volgens het openbaar ministerie zo’n zes ton moeten betalen en Holleeder beweert dat-ie de Friedländertjes alleen maar heeft gewaarschuwd voor de levensgevaarlijke woede van John.

 

Holleeder zat eerst in het kamp van Cor van Hout, een bloedgabber met wie hij ooit Freddy Heineken en diens chauffeur ontvoerde. Van Hout en Holleeder kregen op zeker moment mot met elkaar, waardoor Holleeder opschoof richting het kamp van Klepper en Mieremet, Spic en Span, of hoe u ze ook wilt noemen. Daar zijn inmiddels boeken over vol geschreven.

 

Holleeder was de go-between tussen Sam en John enerzijds en Willem Endstra anderzijds. Sam en John hadden miljoenen aan Endstra gegeven, ter belegging in Amsterdams onroerend goed. Dat geld ging cash naar Endstra toe. 'Een paar miljoen in duizendjes in een tassie’, aldus Holleeder.

Hij reed vaak met Spic en Span langs hun pandjes, althans: pandjes waarvan ze dachten dat ze van hun werden. Vaak op maandag, als Sam en John terugkeerden vanuit hun Belgische villa’s.

 

'Ik heb Sam nog gevraagd of ze wel goed bij hun hoofd waren', zei Holleeder toen hij van de moordplannen van Mieremet had kennisgenomen. 'Johnny is een beetje de psychopaat van de twee. En de baas.'

 

Het viel op dat Holleeder in de rechtszaal consequent in de tegenwoordige tijd over Sam en John sprak – mogelijk heeft dat met zijn diepgewortelde angst voor hen te maken, ik speculeer maar wat.

 

'Als Johnny het wil, dan gebeurt het zo’, had Sam geantwoord. En tegen Rolf Friedländer zou hij later hebben gezegd: 'Als je niet betaalt, gaat je hele familie eraan.’

Holleeder: 'Als je zoiets van Klepper en Mieremet hoort, moet je dat wel serieus nemen.’

 

Sam en John pochten graag over hun misdaden, zei Holleeder, 'tegen heel veel mensen.’ Zijn contact met het gevreesde duo was vooral zakelijk ('zorgen dat Wim Endstra niks overkwam'), maar van een zekere vriendschap was ook sprake. 'Ze hebben wel een bepaalde humor, je kan wel met ze lachen.’ Maar de vrees voerde de boventoon: 'Als Klepper en Mieremet zeiden dat je moest komen, dan moest je gewoon komen.’

 

Toch kregen uiteindelijk ook Sam en John het met elkaar aan de stok. Endstra betaalde niet terug. Sam werd daar volgens Holleeder steeds kwaaier over, John behield zijn vertrouwen, ook al is-ie op zeker moment zwaaiend met een pistool het kantoor van Endstra binnengestormd. John is de enige van Endstra’s schuldeisers die zijn geld heeft gehad, zei Holleeder tegen de rechtbank, omdat hij Endstra in een interview met De Telegraaf zwart heeft lopen maken.

 

De ondervragende rechter vroeg Holleeder of hij wellicht een splijtzwam was geweest in de relatie tussen Sam en John.

'Wat is een splijtzwam, mevrouw?’

 

Peter Elberse

gastblogger

posted @ 10:41 AM | Feedback (69)

jacques van veen (1920 - 2007) 

jacques van veen (tekening: Marlen Nolta)

 

Afgelopen vrijdag overleed op 87-jarige leeftijd oud-rechtbankverslaggever Jacques van Veen.

Hij was de eerste verslaggever die de rechterlijke macht kritisch benaderde, in een tijd – de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw - dat kritische beschouwingen nogal ongebruikelijk waren.

Vooral de hooggezeten magistratuur als onderdeel van de gevestigde orde had daar destijds grote moeite mee, niet in de laatste plaats omdat Van Veen 'een gewone burger was', geen rechtsgeleerde, een socialist.

Maar met zijn opstellen over de praktijk van de Nederlandse rechtspraak in dagblad Het Parool verwierf Van Veen echter gezag: in de zittingszalen werd hij als journalist gevreesd.


In 1971 schreef hij: 'Het is verheugend, dat veel leden van de rechterlijke macht in toenemende mate door het kennis nemen van de kritiek zichzelf kunnen gaan zien door de ogen van anderen, al wordt de vreugde weer getemperd door het geringe effect daarvan op hun attitude in de rechtszaal.'


Jacques van Veen wilde met zijn opstellen de kloof tussen de rechtspraak en het publiek verkleinen. 'Alsof niet een gewoon burger zou mogen en kunnen proberen hen daartoe de ogen te openen, want voor wie is het recht er in de allereerste plaats anders dan voor de gewone burger? (uit: De rechten van de mens. De mensen van het recht, Van Gennip, 1971).


De rechterlijk macht worstelt er, 26 jaar later, nog steeds mee.

Tegenwoordig heet dat de punitiviteitskloof.


In de tijd van Jacques van Veen trokken rechtbankverslaggevers als een rondreizend circus door het land, van moord naar moord, van rechtbank, naar rechtbank – van hotel/kroeg naar hotel/kroeg.

Dat is al lang niet meer zo.

De meeste kranten hebben hun rechtbankverslaggevers vervangen door misdaadverslaggevers.

Dat komt de kijk op de rechtspraak niet altijd ten goede.


Wie de verhalen van Jacques van Veen nu leest, kan niet anders dan vaststellen dat er veel ten goede is veranderd in de Nederlandse rechtspraak.

Rechters roepen niet meer, zoals Van Veen noteert: 'Deurwaarder, wie is die overbelichte man daar op de tweede rij?', wijzend op een als getuige opgeroepen 'neger'.


Maar toch.


Het (eens zo) gezaghebbende ANP berichtte vandaag (dinsdag) over een geruchtmakende strafzaak in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank, zonder dat daar een verslaggever van het ANP aanwezig was.

Staat woensdagochtend vast en zeker voor waar in menig dagblad.


Het is onmiskenbaar dat Jacques van Veen met zijn berichtgeving en opstellen een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan veranderingen - ten goede - in de Nederlandse rechtspraak.


Zijn verhalen van toen zijn nog altijd actueel.

Dat getuigt van een groots inzicht destijds.


Zo iedere journalist enige kennis dient te hebben van de gepassioneerde pen van Simon Carmiggelt, zo dienen alle rechtbankverslaggevers weet te hebben van het baanbrekende werk van Jacques van Veen.


En dan vraag ik mij ongerust af: waar zou Jacques van Veen zich in zijn laatste dagen meer zorgen over hebben gemaakt: over de kloof tussen de huidige hooggezeten magistratuur en het publiek of over de kwaliteit van de Nederlandse rechtbankverslaggeving van vandaag de dag?


Rob Zijlstra

posted @ 2:10 AM | Feedback (11)