Het is zo goed als uitgestorven in het gerechtsgebouw van Groningen.
Zittingszaal 14 is donker en gesloten.
Zelfs bij zaal 12 waar op dinsdagen de faillissementszittingen zijn, is het rustig. Misschien dat de economie aantrekt, nu het buiten maar blijft regenen.
Heel even is het onrustig bij zaal 1 waar het wekelijkse kort geding begint tussen Groninger scheepswerven en de voormalig scheepswerfdirectrice en Groninger zakenvrouw Diette Doesburg-Maas.
En verder?
Een rechercheur van de regiopolitie Groningen levert een envelop af met vertrouwelijke inhoud. Daarna vertrekt hij naar het zuiden van Frankrijk. De cateringman vult in de hal de automaat bij met Marsen, Nutsen en veel te dure zakjes drop.
Hij die dacht om negen uur terecht te moeten staan wegens oplichting besluit weer naar huis te gaan als hij verneemt dat zijn naam niet op de rol voorkomt.
Dan moeten ze het zelf maar weten.
DHL levert nog zeven dozen met Dell-computers.
De verdachte die een uurtje later wel op de rol staat bij de politierechter, blijkt te zijn overleden, andere verdachten komen niet opdagen.
Ben wel. Hij heeft tijdens een opstootje voor discotheek The Palace een agent een stomp tegen de borst gegeven – meer een duw zegt hij zelf – op het moment dat die agenten zijn moeder wilden arresteren. 'U kwam op voor uw moeder, begrijpelijk, maar u had zich er niet mee moeten bemoeien.'
De officier van justitie had hem een transactie van 330 euro aangeboden, zijn werkgever had beloofd die te zullen betalen, maar had dat verzuimd vanwege druk druk.
'En nu zit ik dus hier.'
De officier van justitie stelt opnieuw 330 euro voor en de politierechter kan zich daar in vinden.
Ben ook. 'Ik wens u verder allen een prettige dag.'
Ook Hans is er, maar waarom snapt niemand.
Hij zelf ook niet.
Hij had een ringsleutel ter waarde van drie euro gestolen bij de Hornbach. Terwijl hij wel geld bij zich had en niets eens een ringsleutel nodig. Een paar jaar geleden had hij al eens vijf liter benzine gestolen. Dat was ook al zo stom.
Hij krijgt een boete opgelegd van 140 euro.
De 18-jarige Casper is met zijn vader naar de rechtbank gekomen.
Tijdens een verkeerscontrole ontwaarde de politie op de achterruit van zijn brommobiel een sticker met daarop een klein en akelig getekend mannetje met opgestoken middelvinger.
Daaronder staat: politie.
Casper moest mee naar het bureau. Een paar weken later kreeg hij de justitiële afrekening: 220 euro.
Die betaalde hij niet.
Casper kende wel meer mensen met zo’n sticker en niemand van hen had een boete gekregen. Hij had de agenten nog aangeboden de sticker ter plaatse te verwijderen. Tevergeefs.
Het is ook niet grappig Casper, zegt de officier van justitie. 'Zo'n sticker is beledigend en gezagsondermijnend.'
Dat had Casper nu ook wel gesnopen. Hij had het niet leuk gevonden op het politiebureau.
De officier van justitie wil vandaag de beroerdste niet zijn.
'Die 220 euro is ook wel wat aan de hoge kant. Ik stel een eis voor van 150 euro, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.'
De politierechter had het zelf kunnen bedenken en neemt de eis over.
Casper lijkt opgelucht.
Zijn vader vraagt voor alle zekerheid: 'Die twee jaar proeftijd, geldt dat ook voor verkeersovertredingen?'
De politierechter: 'Jazeker, die geldt voor alle strafbare feiten.'
Zo verloopt de dag.
Als Fred komt omdat hij na het cafébiljarten in de naastgelegen shoarmazaak 's nachts om vier uur in Oude Pekela iemand een kopstoot heeft gegeven, geloof ik het wel.
Bij het verlaten van het vrijwel uitgestorven gerechtsgebouw roep ik tegen niemand 'tot over drie weken' en stap de regen in.
Vakantie.
Rob Zijlstra