Met een ferm moi treedt Femko zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank binnen. In de cel heeft hij zojuist nog een stoot valium en vitamine b toegediend gekregen.
Anders trekt hij het niet.
Met zijn woeste hoofd kijkt hij om zich heen, kruis van de spijkerbroek op de knieën. Dan laat hij zich traag zakken in de stoel.
Femko (42) heeft geprobeerd zijn Trientje (49) van het leven te beroven, zegt de officier van justitie. Nadat ze met kameraden veel en toen nog meer bier hadden gedronken, ging Trientje op de bank liggen slapen.
Femko pakte een fles spiritus en spoot het goedje over zijn Trientje heen.
Die voelde nattigheid, maar toen was het al te laat.
Femko knipte met zijn aansteker en een seconde later stond Trientje in lichterlaaie.
’Ik heb levenslang’ snikt Trientje tegen de rechters die ze mag toespreken.
’Ik heb zes weken in het ziekenhuis gelegen, ik heb 24 uur per dag helse pijn, hij heeft mijn leven kapot gemaakt.’
Elf procent van haar lichaam is verbrand.
Geen geld ter wereld zal haar leed verzachten, zegt ze.
Ze eist 7000 euro.
Tien jaar hadden ze samengewoond.
De officier van justitie is streng.
’De gevolgen van deze misdaad zijn gruwelijk en namens het openbaar ministerie wens ik Trientje veel kracht toe.’
Femko wilde van haar af, zegt ze. Trientje deed altijd de boodschappen, maar nooit had ze spiritus in huis gehaald. Had Femko de spiritus misschien zelf gekocht? Met voorbedachten raad?
De officier van justitie vermoedt het.
Femko had het voornemen een moord te plegen. Dat de moord is mislukt, is niet aan hem te danken.
Vijf jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging om de maatschappij tegen Femko te beschermen, luidt de eis.
Femko heeft een andere lezing van het gebeuren die nacht in hun woning in Leek. Wat er is gebeurd, noemt hij ’malle dingen’.
Femko wil daarom wel een werkstraf.
Nog liever wil hij naar zijn moeder toe.
Naar mammie, zegt hij zelf.
Femko is een zwakzinnige man.
Huispsychiater van de Groninger rechtbank Takkenkamp zegt dat Femko niet weet in welk jaar we leven, in welke tijd van het jaar, laat staan dat hij kan lezen en schrijven.
Het kleine beetje brein dat nog functioneert, is aangetast door de drank.
Korsakov.
De rechters vragen aan Femko of hij weet waarom hij in zittingszaal 14 zit?
Zijn advocaat had daarover zijn twijfels geuit.
Femko gromt: ’Vrouw.’
De wet zegt dat strafvervolging tegen een verdachte die vanwege een stoornis niet in staat is te begrijpen waarom hij wordt vervolgd, moet worden geschorst.
Totdat ’ie het wel snapt.
De huispsychiater zegt dat Femko sterk verminderd toerekeningsvatbaar is. Ja, misschien zelfs wel zeer sterk. Maar net niet sterk genoeg om de zaak te schorsen. Rechters varen blind op experts.
En dus vragen ze: Kunt u ons vertellen wat er is gebeurd?
Femko strijkt met de handen door zijn lange haren en steekt nauwelijks verstaanbaar van wal.
Dat ze aan tafel zaten met kameraden en flesjes bier dronken. Ja, veel bier. Toe maar. Dat ze, toen de jongens weg waren, woorden kregen. Dat hij naar mammie toe wilde en dat dat niet mocht van Trientje. Dat hij dat flauwekul vond.
De rechters: Waarom gooide u dat spul over haar heen?
Femko zegt dat ze hem de kop gek maakte. Dat ze zelf had gezegd, steek me maar in de fik.
Hij had even met zijn aansteker zo gedaan, even aan en uit.
Toen had hij geroepen, je staat ik de fik, gek.
Rechters: Schrok u toen ze brandde?
Femko: ’Ja wat dacht u dan, tuurlijk.’
Femko vertelt dat hij het vuur probeerde te doven met bier. En dat hij de brandende kleding had los- en weggetrokken. Dat er toen, zonder te kloppen, mannen waren gekomen.
Polities.
Die hadden hem geboeid.
’En nu zit ik hier.’
Hij vraagt de rechters of hij vannacht in de rechtszaal mag slapen. In de gevangenis in Ter Apel wordt hij bedreigd. ’Het zijn geen lieverdjes daar.’
Daarna volgt een verhaal over vogeltjes en dat hij vroeger op de lomschool altijd moest vegen met een bezem.
De advocaat zegt tegen de rechtbank zeer de indruk te hebben dat Femko de weg kwijt is.
Een gedwongen opname in een psychiatrische inrichting lijkt hem gepaster dan de lange gevangenisstraf die de officier voor ogen staat.
’Het is maar wie je gelooft, Trientje of Femko. Niemand was er bij. Hij probeerde het vuur te doven. Dat is vrijwillige terugtred zodat van een poging tot moord niet gesproken kan worden.’
De officier van justitie blijft streng: ’Het is aan een verdachte om zijn verhaal aannemelijk te maken.’
Femko: ’Ik ben eerlijk genoeg.’
De rechters hebben twee weken de tijd.
Rob Zijlstra
Femko en Trientje speelden al eens eerder een rol op deze weblog. Toen als slachtoffers van een overval.
UPDATE - uitspraak - 12 juli 2007
De rechtbank acht de poging tot moord wettig en overtuigend bewezen. Maar ook stelt de rechtbank dat Femko nauwelijk in staat was de situatie te overzien vanwege zijn geestelijke beperkingen. De rechters houden hem voor zeer strek verminderd toerekeningsvatbaar. Dat impliceert dat de poging tot moord ook in zeer beperkte mate aan Femko kan worden toegerekend. De straf valt daarom fors lager uit dan de eis: een jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.