In de hal van de rechtbank zit tegenover de koffie een advocaat.
Hij zit er al een tijdje en wacht.
Hij heeft het uitgerekend: hij wacht gemiddeld zo'n acht uur per week.
En het wordt steeds erger.
Er wordt sowieso veel gewacht in de rechtbank.
Zitting beginnen er zelden op tijd.
Dat komt omdat het recht zijn beloop moet hebben en door de planning.
Planning is niet het sterkste punt van de rechtbank Groningen.
Schrijf daar eens over op je weblog, mopperen wachtende advocaten wel eens.
Soms kan de rechtbank er ook niets aan doen.
De eerste strafzaak van vanochtend begon om negen uur.
Maar om negen begon de eerste strafzaak niet.
Er gebeurde helemaal niets om negen uur vanochtend.
Justitie – dat is niet de rechtbank – is verantwoordelijk voor de aanvoer van verdachten.
Zo noemen ze dat.
En de eerste verdachte van vanochtend was niet aangevoerd.
Aan alles was wettig en overtuigend gedacht, behalve aan de verdachte.
Die waren ze vergeten.
De strafzaak die ik vandaag zou bijwonen begon vanochtend om tien uur.
Het is de voortzetting van de megazaak die draait om synthetische drugs.
In april werden in deze omvangrijke xtc-kwestie al acht verdachten veroordeeld.
Vandaag zouden de twee hoofdverdachten terechtstaan.
De rechtbank had er drie dagen voor uitgetrokken, maar om vier uur vanmiddag was het afgelopen.
Voorlopig dan.
De verdediging had een wapen in stelling gebracht waar geen rekening mee was gehouden: wraking.
De advocaten achten de rechters in de megazaak partijdig en dus niet langer te handhaven. Ze eisen nieuwe rechters.
Zo'n wrakingsprocedure duurt even en gaat vooral gepaard met wachten, niet wetende voor hoe lang.
En zo kon het gebeuren dat voor zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank niet alleen advocaten zaten te wachten, maar ook ik, de officier van justitie en de drie te wraken rechters.
Die zeiden tegen elkaar: nou ja, ervaren we ook eens wat wachten is.
Door al dat gedoe kon ik het kort geding dat om half twee diende, niet bijwonen.
Je kunt jezelf nu eenmaal niet verdelen.
Dat kort geding ging over een urn met as.
Gelukkig kan ik bij dubbele boekingen terugvallen op mijn verslaggevende perskamercollega Chris Klomp.
En, was 't wat, vroeg ik nog immer wachtende toen ik hem uit de kort gedingzaal zag komen?
Klomp.: 't Was bizar!
Hoezo?
Zoon van de overleden vader strijdt met de laatste levenspartner van die vader om de urn met as. Ze willen beide de urn en betichten elkaar ervan die te bezitten. Beide zeggen van nietes. Zelfs aangifte van diefstal. De kort gedingrechter verzint een list: hij/zij die de laatste rustplaats bezit, dient dat ding met as voor 20 juni aanstaande anoniem in te leveren bij het crematorium en zorg te dragen voor een identieke urn met identiek naamplaatje. Het crematorium verdeelt vader en beide blij.
Daar had deze blog dus over moeten gaan.
Ik had er dan iets boven gezet als: Tot je een ons weegt.
Maar ik zat dus te wachten.
Rob Zijlstra