Ik was donderdagmiddag getuige van iets bijzonders.
Nogal juridisch, maar toch.
Mo, 25 jaar, wordt verdacht van moord.
Die moord zou hij, op 27 augustus vorig jaar, hebben gepleegd in café De Drie Gezusters aan de Grote Markt in Groningen.
Samen met een toen 16-jarig vriendje.
Ook die wordt verdacht van moord.
Een van de twee heeft gestoken.
Dat schijnt de toen 16-jarige te zijn geweest.
Schijnt hij zelf ook te zeggen.
Een vraag is dus: wat deed Mo?
Is hij medepleger? Medeplichtig? Of onschuldig?
Qua straf scheelt een en ander nogal.
Donderdag verschenen beide verdachten in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.
Het ging om pro forma-zittingen.
Op zo'n zitting wordt er wat juridisch heen en weer gepraat, waarna wordt besloten de zaak aan te houden voor onbepaalde tijd, maar maximaal voor drie maanden.
Meestal omdat het onderzoek nog niet klaar is.
De officier van justitie stelde voor om de zaak op 30 augustus inhoudelijk te behandelen.
Tegen die tijd is het onderzoek wel klaar en zijn de nabestaanden terug in Nederland.
Dit laatste is niet doorslaggevend, maar voor nabestaanden ook weer niet helemaal onbelangrijk, sprak de aanklager namens de samenleving.
De advocaat van Mo vond 30 augustus wel wat laat, maar snapte ook wel dat veel eerder niet echt haalbaar is. Per slot van rekening staan de vakanties voor de deur.
Het is in zoiets aan de rechtbank te beslissen.
En dus trokken de drie rechters zich voor beraad terug in de raadkamer.
In netelige kwesties kan zoiets even duren, maar in dit geval leek het een formaliteit.
Apart was dat het nu wel even duurde.
Ze zouden toch niet stiekem onder hem mom van het geheim van de raadkamer zijn gaan lunchen, zo vlak na het middaguur?
Als de rechters in zittingszaal 14 terugkeren, zegt de rechtbank dat voortzetting op 30 augustus okay is. Geen punt.
Er is iets anders.
Een ander probleem.
Is het nog wel terecht, vragen de rechters zich vrij vertaald en hardop af, dat de van moord verdachte Mo tot 30 augustus in de gevangenis moet blijven? Zijn de ernstige bezwaren zoals dat dan heet, Mo langer vast te houden nog wel aanwezig?
Anders gezegd: is het niet rechtvaardiger dat we Mo – die sinds september vorig jaar in een huis van bewaring is opgesloten - voorlopig vrijlaten?
De advocaat kijkt blij verrast, de officier van justitie zo mogelijk nog bozer.
Nors zegt de officier: 'Opheffing voorarrest? Geen haar op het hoofd.'
Mo ondertussen snapt d'r niks van.
Hij is geboren in Afrika, Mogadishu en verstaat geen woord.
Het bijzondere is dat deze vraag door de rechtbank, de rechters, wordt opgeworpen.
Normaal gesproken doen de advocaten zoiets.
Normaliter zeggen advocaten, mijn onschuldige cliënt zit als sinds september vast. Uitstel van het proces is prima, maar laat dan mijn cliënt die niets heeft gedaan alvast vrij. Onschuldigen immers horen niet in de gevangenis, een onschuldige die hoort vrij.
Bijna altijd wijzen rechters dergelijke verzoeken van advocaten af.
Een openbaar ministerie verdenkt toch iemand niet zomaar van moord?
De onschuld moet maar tijdens het proces blijken.
Het bijzondere in dit geval is dus dat de rechtbankrechters zonder proces – en dus bij voorbaat - lijken te twijfelen aan het aangevoerde bewijs waaruit moet blijken dat ook Mo moordenaar is.
Zoiets vindt het openbaar ministerie - zwak uitgedrukt - niet leuk.
De rechters beantwoordden de door hen zelf opgeworpen vraag niet onmiddellijk.
Ze schorsten de zitting tot maandagmiddag 13.00 uur aanstaande.
Dan geven ze zichzelf antwoord.
Is dit nou zo bijzonder, rechtbankverslaggever?
Jawel.
Ik heb het gecheckt en dubbel gecheckt bij de Groninger advocatuur.
En die zei: zoiets hebben wij nog nooit meegemaakt.
Of zoals ze dat in Groningen zeggen: wadapatja.
Rob Zijlstra
UPDATE - maandag 11 juni 2007
De rechtbank heeft over de eigen vraag nagedacht en is tot de conclusie gekomen dat er ten aanzien van medeplichtigheid voldoende ernstige bezwaren zijn. Dat betekent dat Mo niet wordt vrijgelaten. De zaak wordt op 30 augustus inhoudelijk behandeld.