Heel lang ging het heel goed met Arend (38).
Goede opleiding, bovengemiddeld intelligent, universiteit Wageningen.
Hij wilde dierenarts worden, maar tegenslagen namen hem te grazen.
Ouders gingen scheiden, een broer overleed en in 2000 kreeg hij een herseninfarct en werd hij afgekeurd.
Zo te zien is er met Arend niets aan de hand is.
Maar dat is de gemene schijn.
Op het emotionele vlak is er iets mis.
Paniekstoornissen, depressief en altijd bang voor een nieuwe infarct.
’Een gewone baan kan ik niet aan. Ik ben voortdurend bezig niet te ontsporen.’
Zijn grootste angst: de keuringsarts.
Hij vreest dat de keuringsarts hem bij de herkeuring niet serieus neemt en hem naar de arbeidsmarkt stuurt.
Dat zal in de praktijk, zo redeneert Arend, de bijstand betekenen en daar heeft hij droeve herinneringen aan.
’Ik kom uit een bijstandsgezin.’
Druk en daarmee stress voelde hij ook in huiselijke kring.
Zijn vrouw wilde graag kinderen, een wens die hij niet kon vervullen.
Arend bedacht een wanhopig plan.
Of zoals hij het tegen de rechters in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank zegt: ’Ik vatte het plan op een kamikaze-actie te ondernemen.’
Het is 31 oktober 2006.
Arend trekt zijn beste pak aan, zegt tegen zijn echtgenote dat hij gaat solliciteren en rent die ochtend door de straten van Hoogezand naar Sappemeer.
Omdat hij niet durft wat hij gaat doen, koopt hij een fles wijn.
Dan ziet hij een vrouw uit een woning komen. Op het moment dat ze in haar auto wil stappen, put hij moed uit de inmiddels lege fles, rent naar de vrouw toe, duwt haar weg, grijpt de autosleutels en gaat er met gierende banden vandoor.
Een dag eerder had hij een soortgelijke actie ondernomen op de parkeerplaats bij bouwmarkt Big Boss in Scheemda. Dat mislukte.
Arend rijdt naar Duitsland. In de auto ligt een tas met daarin een mobiele telefoon. Hij belt zijn echtgenote en vertelt dat hij op weg is naar Berlijn.
Zo wil hij de politie op een dwaalspoor zetten.
Want in Duitsland slaat Arend rechtsaf richting het zuiden. Via München rijdt hij door Oostenrijk en Slovenië. Na vijf dagen stapt hij uit in Sarajevo.
De rechters: Waarom Sarajevo?
Arend: ’Ik dacht, daar is oorlog geweest, daar kun je goedkoop wapens kopen.’
In een café legt hij contact met een man die zegt een wapen te kunnen leveren. Arend betaalt - zoals dat hoort - de helft vooruit.
De volgende dag komt de vuurwapenhandelaar – zoals dat gaat – niet opdagen.
Hij speurt de bedrieger die in het midden van de stad een kiosk bestiert, op.
Hij zegt Arend nooit eerder te hebben gezien.
Er ontstaat een woordenwisseling.
Er verschijnen twee mannen.
De een wil slaan, de ander schiet Arend neer.
In het ziekenhuis weigert hij een operatie. `Het was er vies.´
Een in Sarajevo aanwezige Nederlandse politieman op missie wordt ingelicht en legt contact met Groningen. Arend wordt gearresteerd. Bijna drie maanden later wordt hij uitgeleverd en belandt hij in de penitentiaire inrichting Ter Apel.
In het been zit nog altijd de kogel.
Nog wat.
Als zijn echtgenote hoort dat haar Arend is neergeschoten, zet ze per direct een scheidingsprocedure in gang.
En ze belt de politie.
Op zolder had ze hoogst merkwaardige spullen gevonden: zoutzuur, kunstmest en allemaal kokers. Dat zijn ingrediënten voor bommen.
Arend: ´Maar het was niet gevaarlijk. Ik was bezig om een stabiele detonatie te krijgen. Via google moest ik de juiste samenstelling nog uitzoeken.´
Bommen?
Arend:´Ik dacht, in uiterste nood dwing ik een oplossing af met explosieven. Dacht, dan maar een hoop herrie, dan komt alles vanzelf goed.´
De herrie had plaats moeten vinden in of rond het gebouw van het UWV, het vuurwapen was bedoeld voor de keuringsarts.
Het advies luidt om Arend – sterk verminderd toerekeningsvatbaar - een tbs met voorwaarden op te leggen. Hij kan dan buiten een kliniek worden behandeld.
Arend wil niets liever. De kans op nieuwe kamikaze-acties is klein, zegt hij.
´Ik ben nu alleen, de druk is van de ketel.´
De officier van justitie wil eerst weten hoe en waar Arend het best kan worden behandeld. Pas als hij dat weet, kan hij een fatsoenlijke eis formuleren. En dat kan nog wel even duren.
De advocaat denkt dat dagbehandeling volstaat en verzoekt de rechtbank Arend in afwachting van het vervolg van het proces alvast vrij te laten. ´Hij zit al zeven maanden in de gevangenis, meer dan voldoende voor een niet al te gewelddadige autodiefstal en één poging daartoe.´
De rechtbank stemt in met een schorsing van het voorarrest op voorwaarde dat Arend de reclassering belt en de wijn laat staan.
Arend glimlacht, strijkt met beide handen over de bovenbenen en zegt ´dank u wel´ tegen de rechters.
Hij klinkt vermoeid.
Rob Zijlstra
UPDATE - vervolg strafzaak - 15 november 2007
Het openbaar minsterie heeft een gevangneisstraf van 360 dagen waarvan 105 voorwaardelijk geeist tegen Arend. Daarnaast moet de reclassering toezicht op hem houden. Arend wil zich wel laten behandelen, zo verklaarde hij tijdens de zitting, maar niet klinisch: hij wil niet naar een kliniek. 'Ik wil gewoon thuis slapen.'
Uitspraak op 29 november.