Hij vindt het ver-schrik-ke-lijk!
De officier van justitie ook.
Die noemt hem een plaag.
De advocaat wil het niet goedpraten, maar kan het gedrag van zijn cliënt wel verklaren.
’Hij heeft het inzicht wel, maar kan daar niet naar handelen als gevolg van een persoonlijkheidsstoornis.’
Ook dat laatste vindt hij, Henry Geertsema, verschrikkelijk.
't Komt allemaal door die rotcoke.
Henry Geertsema (34) heet niet zo, maar zo noemt hij zich vaak.
In het minst erge geval is Geertsema een babbelende praatjesmaker.
In de ogen van justitie is hij oplichter die met zijn vlotte babbelpraatjes mensen dupeert.
In oktober vorig jaar kwam hij na een gevangenisstraf van twee jaar op vrije voeten. De lange detentie had geen einde gemaakt aan zijn cocaïneverslaving waar hij sinds zijn twintigste last van heeft.
Ook dat noemt hij verschrikkelijk.
En het zo mooi anders kunnen zijn.
Geertsema zat bij de luchtmacht, studeerde aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) en kon verschrikkelijk goed voetballen.
Veendam had tegen betaling belangstelling.
Maar toen ging de opa van Geertsema dood - zijn grootste fan - en was er iets met de knie. Een sportieve carrière van de in Delfzijl geboren ster in spé was daarmee ten einde.
Geertsema ging uit frustratie gokken en in no-time zeulde hij een forse huurachterstand en een schuld van honderdduizend euro met zich mee.
Toen kwam de cocaïne.
Gek genoeg heeft de jarenlange verslaving aan de witte sloper geen zichtbare sporen op Geertsema achtergelaten. Hij oogt als een keurige jongeman die op televisie zo zo’n raar spelletjesprogramma kan presenteren.
Geertsema is er trots op dat hij in zijn lange criminele carrière nog nooit iemand heeft bedreigd of dat hij zich heeft moeten verlagen tot geweld.
Geweld vindt hij verschrikkelijk.
Hij verdient zijn geld met babbeltjes.
Vrijstaande woningen met een dure auto voor de deur genieten de voorkeur.
’Ik ga naar daar waar het geld is.’
Dat zijn slachtoffers vooral ouderen zijn, is toeval zegt hij.
De officier van justitie denkt van niet, de officier denkt dat Geertsema zijn slachtoffers bewust selecteert op leeftijd.
Kort na zijn vrijlating belt hij weer aan.
Zegt dat hij Henry Geertsema is, van een paar huizen verderop in de straat.
Dat hij zichzelf - o zo stom - buiten heeft gesloten.
Dat de reservesleutels in Zwolle liggen, in het klaslokaal van de school waar hij doceert.
Dat hij maar een oplossing ziet: hij moet per direct met de trein naar Zwolle en dan terug.
Of de buur hem even 33,30 euro voor een treinkaartje kan voorschieten?
Rechters: ’U vraagt altijd om een gebroken bedrag?’
Geertsema: ’Dat komt geloofwaardiger over. Meestal geven ze meer geld dan ik vraag.’
In korte tijd babbelde Geertsema in Groningen en Drenthe 23 mensen zo’n duizend euro uit de portemonnee. Volgens de officier van justitie beschikt de verdachte over een buitengewoon grote overredingskracht.
Dat had zijn advocaat ook vastgesteld. Tijdens de zitting liet de raadsman zich - beetje per ongeluk - ontvallen: ’Waarom ben je eigenlijk geen autoverkoper geworden?’
Geertsema bleef het antwoord schuldig. Bij de politie had hij gezegd zijn criminele handel en wandel vooral als een kat- en muisspel te zien. Toen de politie hem kwam arresteren was hij te water gesprongen en had hij zwemmend de veilige overkant bereikt.
De rechters lezen in de rapporten van de gedragsdeskundigen dat Geertsema een man is met talenten, maar niet de kracht heeft daar iets mee te doen.
De buitenkant vriendelijk, de binnenkant narcistisch en dwingend.
Hij is een soort kameleon.
De kans dat hij op vrije voeten door blijft babbelen, is zeer groot, de prognose op een succesvolle behandeling somber.
De rechters stellen vast: ’Gezien uw intelligentie heeft u van uw leven één grote puinhoop gemaakt.’
Geertsema knikt instemmend.
Hij weet het en vindt het vre-se-lijk.
De officier van justitie zegt dat de verdachte een gemotiveerde indruk maakt zijn leven te beteren omdat hij zich ditmaal wel wil laten behandelen.
Probleem: ’Moeten we hem geloven? De boel belazeren is immers zijn vak.’
De officier van justitie eist uiteindelijk een gevangenisstraf van twee jaar waarvan acht maanden voorwaardelijk. De gedupeerden moet hij terugbetalen.
Geertsema kijkt over zijn schouder, naar zijn slachtoffers vlak achter hem op de publieke tribune. Nog nooit zag ik ogen met daarin zoveel berouw.
Hoor hem zeggen: ’Ik schaam mij zo.’
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak - 5 juni 2007
Geeertsema is conform de eis veroordeeld tot 24 maanden cel waarvan acht voorwaardelijk.