Wednesday, May 16, 2007

Als de strafzitting het derde uur ingaat, heeft Eddie er geen zin meer in. Hij wil met rust gelaten worden, maar officier van justitie Wolters is nog niet met hem klaar.

 

Een mens, zegt Wolters, wordt gemiddeld 75 jaar oud. ’Betekent dat u nog 32 jaar heeft te leven.’

Eddie knikt. Lijkt hem logisch.

De officier, goedbedoeld: ’Sla nou eens de andere weg in.’

Eddie, gepikeerd: ’Ik mag toch doen wat ik wil? We leven toch in een democratie?’

Officier Wolters, geërgerd: ’Voor iemand die overvallen pleegt, geldt de democratie niet.’

 

Nou betwijfel ik of dat laatste – ook juridisch gezien – een juiste voorstelling van zaken is.

Feit is wel dat Eddie overvallen pleegt.

 

Hij zit 25 jaar in ’t vak. Zo lang is hij ook verslaafd, zij het dat het hem de laatste tien jaar moeite heeft gekost verslaafd te blijven. Het was gevangenis in, gevangenis uit.

Sinds enige tijd heeft hij de officiële status van veelpleger.

Niet dat dat zijn schuld is.

’Ik was geen veelpleger, maar ze hebben me op die lijst gezet zodat ik in aanmerking kon komen voor een woning en dagbesteding. Maar ze hebben me voor het lapje gehouden.’

Met ze bedoelt hij alles wat hulpverlening heet. Daar heeft hij helemaal geen zin meer in.

 

Eddie weet zelf wel hoe hij de laatste 32 jaar van zijn leven wil invullen.

’Alles draait om huisvesting. Als ik een woning krijg, kan ik mij terugtrekken en mijn kinderen ontvangen. Kan ik eindelijk vader zijn. En voor de rest regel ik alles zelf wel. Dat heb ik altijd gedaan, dingen zelf regelen.’

 

De officier van justitie zegt niet: daarom zit je nou hier ook, broeder.

Hij zegt wel: ’Eddie is een slimme vent. Als hij 25 jaar geleden een andere keuze had gemaakt, had hij nu een goed leven gehad. Maar hij koos voor de drugs.’

 

Op 6 februari zette Eddie in de Oude Ebbingestraat in de binnenstad van Groningen een plastic tasje op de balie van een winkeltje.

In de linkerhand had hij een mes.

Zei: ’doe het geld in de tas als je niet wilt sterven’.

Rechters: En toen?

Eddie: ’Zij heeft mijn verzoek ingewilligd. Daarna heb ik de zaak verlaten.’

 

Dat ging zomaar niet.

De vrouw van de winkel deed hem uitgeleide door met een stok op zijn rug te slaan. Eddie zelf dacht dat het een houten balk was. En niet op de rug, maar keihard op zijn hoofd.

’Ik heb er dagen last van gehad.’

Eenmaal buiten kreeg Eddie de halve Oude Ebbingestraat achter zich aan. Personeel van de Schoenenreus ’werkte hem tegen de grond’.

Eddie: ’Tegen de grond gewerkt? Ik werd vreselijk geschopt en geslagen en er kwamen steeds meer mensen bij.’

 

Okay, die overval ontkent hij niet.

Die op de Schlecker aan de Verlengde Hereweg, oktober vorig jaar, wel.

’Was ik niet.’

De beveiligingscamera van de drogist legt de binnenkomst van de overvaller – dan nog zonder bivakmuts - vast. De beelden worden in de zittingszaal getoond, zij het na het gebruikelijke geklungel met het televisietoestel, een afstandsbediening en een zo op het oog afgeschreven Blaupunkt-videorecorder.

Na tien minuten is er matig beeld.

 

Eddie herkent zichzelf niet van de beelden. Vier agenten van het veelplegersteam daarentegen wel. Twee van hen getuigen onder ede in de zittingszaal. Zij kennen Eddie en zijn ’absoluut honderd procent zeker’ dat hij het is.

Dat zien zij zo, het is hun vak.

Ook de overvallen filiaalhoudster van Schlecker moet getuigen.

Ze heeft ervaring, is al drie keer eerder overvallen.

’Of dit ’m is? Ik kan het helaas niet met zekerheid zeggen.’

 

Eddie’s advocaat wijst op de diepe groef in het gezicht van de televisie-overvaller. ’Die groef zie je niet bij Eddie.’

 

Officier van justitie Wolters twijfelt niet aan de beëdigde politiemannen, maar zegt desondanks: ’Ik heb wel het vermoeden, maar niet de zekerheid.’

Omdat vermoedens niet tellen in de rechtszaal vraagt de aanklager vrijspraak voor de Schlecker-overval.

Voor de andere overval eist hij dertig maanden gevangenisstraf.

Eddie zegt zich volledig te kunnen aansluiten bij de woorden van zijn advocaat.

Die had gezegd, doe maar de helft, doe maar vijftien maanden.’

 

Na de zitting loop ik een van de politiemannen tegen het lijf.

Ik vermoed dat ’ie de smoor in heeft.

Hij en zijn collega’s twijfelden niet, ’t was Eddie wel.

En dan durft de ketenpartner hun professionele waarnemingen niet voor waar aan te nemen.

De politieman zegt: ’Ach, ’t hoort er bij, ’t zat er in.’

 

Ik zie hem teruglopen, richting politiebureau.

Met onder de arm de Blaupunkt-videorecorder.

 

Rob Zijlstra

 

UPDATE - 29 mei 2007 - uitspraak

Eddie moet conform de eis dertig maanden zitten.

 

 

 

posted @ 2:17 PM | Feedback (17)