Thursday, May 03, 2007

Simon (32) is een slachtoffer.

 

Drie dagen hadden ze hem vastgehouden in een klein kamertje in de Hagedisstraat in Groningen. Witboi, zeiden ze, we gaan je moeder lelijk en kreupel maken als je niet gehoorzaamt.

Simon wist dat hij in de hel was beland, zoals hij het gisteren in zittingszaal 14 noemde.

Hij wist ook wat hem te wachten stond.

Het was niet zijn eerste keer.

 

Na drie dagen werd hij, op 6 januari dit jaar, door de organisatie naar Schiphol gebracht en op het vliegtuig naar Suriname gezet. Daar aangekomen sloot de overzeese tak van de organisatie hem op in een krakkemikkig huisje, midden in de Surinaamse jungle.

De helse bedreigingen gingen door.

 

Toen kwam de dag dat hij een paar dagen niet mocht eten en hij wist hoe laat het toen was: hij moest cocaïnebolletjes slikken.

Ze zetten een vuurwapen op z’n kop en een trechter in de mond.

Er moest een kilo in Simon.

Toen ze 89 bolletjes naar binnen hadden gewerkt, begon hij bloed te kotsen. Toen stopten ze.

 

In doodangst kwam hij op 28 januari aan op Schiphol waar de Groninger drugsorganisatie hem stond op te wachten.

Zo ook de Groninger politie. Die was op de hoogte en toen moest Simon – nu onder staatsdwang – alles uitpoepen: 712 gram.

 

Simon zei blij te zijn dat hij was gepakt. En nog blijer dat ook de leden van de drugsorganisatie achter slot en grendel zitten. ’Ik hoop dat ze me nu met rust laten. Het zijn geen lieve jongens.’

Bij een eerdere keer was hij 500 gram kwijtgeraakt.

Geloofden ze niet.

Hadden ze gedreigd zijn buik open te snijden.

 

De officier van justitie eist 21 maanden gevangenisstraf waarvan acht voorwaardelijk. Hij zegt rekening te hebben gehouden met de omstandigheid dat Simon onder zware druk stond. De officier zegt dat hij de leden van de organisatie niet heeft kunnen betrappen op sociale subtiliteit.

'Maar u had misschien toch wat meer weerstand moeten bieden.'

 

Simon is een leugenaar.

 

Na Simon staan in zaal 14 Harold (58) en Martin (31) terecht.

Ze zijn vader en zoon en de organisatie.

Vader Harold zegt dat hij Simon heeft ontmoet in een cafetaria. Ze hadden wat gebabbeld en ontdekt dat ze beide schulden hadden. Simon had gezegd wel raad te weten: hij zou naar Suriname kunnen gaan en bolletjes slikken.

Deed hij vaker.

Als Harold voor de cocaïne zou kunnen zorgen, zouden ze de opbrengst delen.

Weg schulden.

 

Harold stemde in. Voor een keertje dan. Hij is opa en wil een goed voorbeeld zijn voor de kleinkinderen. Hij leende geld van een neef, stuurde dat op naar zijn ex in Paramaribo die de cocaïne bijeen hosselde.

Tegen de rechtbank zegt Harold: ’Er was helemaal geen sprake van dwang. Ik vind het heel erg dat hij dat zegt.’

 

Zoon Martin was de man die Simon van Schiphol zou komen afhalen. ’Ik wist wat er speelde, maar het was iets tussen hem en mijn vader. Verder heb ik er niets mee te maken.’ Ja, in softdrugs had hij wel gedaan. Hij had een eigen zaak gehad, een growshop, opgezet met behulp van de sociale dienst. Maar dingen met harddrugs, nee.

 

Nietwaar, zegt de officier van justitie die beschikt over een getuige die bij de politie heeft verklaard dertig gram cocaïne van Martin te hebben gekocht. Wat nou, niks harddrugs?

 

De advocaat van Martin noemt die verklaring nogal wiedes.

Zegt: 'Die man is één dag voor zijn vertrek naar Tobago op het politiebureau gehoord. Hij had zijn koffer vol snorkels al bij zich. Dan verklaar je van alles wat de politie maar horen wil. Doe je dat niet, houden ze je drie dagen vast. Dan had hij wel dag kunnen zeggen tegen zijn reis.'

 

De officier van justitie gelooft het wel.

De telefoontaps zeggen hem genoeg.

Hij spreekt van mensonterende toestanden. ’Iemand heeft moeten dulden dat er cocaïne in zijn lichaam is gedouwd. Simon is door u als een pakezel misbruikt en alleen maar om makkelijk geld te verdienen.’

 

De advocaten roepen nog dat Simon een grote duim heeft, een leugenaar is en een ervaren drugskoerier met een paspoort vol stempels die zich nu probeert schoon te praten.

’U tuint er in.’

De officier van justitie zegt dat hij nergens intuint: ’Wij van justitie vinden iets geloofwaardig of wij van justitie vinden iets ongeloofwaardig.'

 

Vader Harold hoort dertig maanden eisen, zoon Martin 36 waarvan zes voorwaardelijk.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - 15 mei 2007 - uitspraken

Simon: vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk.

Harold: 24 maanden

Martin: dertig maanden waarvan zes voorwaardelijk

 

posted @ 8:24 PM | Feedback (25)