Als jongeman had Riekus in het beruchte Scholtenshuis aan de Grote Markt in Groningen opgesloten gezeten.
Het Scholtenshuis was het hoofdkwartier van de Sicherheidsdienst (SD).
Riekus overleefde deze nazi-hel en nam zich voor zich nooit meer te laten koeioneren.
Vorig jaar was hij tachtig en vol levenslust.
Zijn kleine auto bracht hem waar hij wilde.
Op 18 oktober vorig jaar keek Riekus ’s avonds naar voetbal op tv.
Toen ging de deurbel.
Riekus dacht, zo laat nog?
Terug naar Groningen.
Rond het Noorderstation is een hangplek.
Tom en Ben hangen daar vaak rond om er te blowen en bier te drinken.
Vooral Ben.
Ben stond op met bier en ging er ook mee naar bed.
De laatste vijf jaren was hij zelden nuchter.
Op de hangplek gaat het verhaal dat er een man in Leek bestaat, een ouwe baas, die alleen woont en heel veel geld in huis heeft.
Tom was ter plaatste poolshoogte gaan nemen en dacht dat het niet al te moeilijk moest zijn.
Aan mede-rondhangers Rian en Nelis vraagt hij of die zin hebben mee te doen.
Rian en Nelis hebben geen zin, ze bedanken.
Tom, bang dat iemand anders hem voor zal zijn, vraagt Ben.
Die wil dronken altijd wel, bang om nergens bij te horen.
Ze nemen messen om te imponeren mee en fietsen van Groningen naar Leek, toch al gauw vijftien kilometer.
Het is dan 18 oktober.
Op tv is voetbal.
Onderweg drinken ze bier, roken jointjes, slikken xtc en snuiven wat cocaïne. Vervolgens besluiten ze dat het beter is dat ze de ouwe baas vermoorden.
Om twintig over tien bellen ze aan.
Tom heeft een collectebus bij zich om Riekus op het verkeerde been te zetten. Ben verstopt zich achter een conifeer.
De 80-jarige Riekus (‘zo laat nog’) doet open en wordt direct aangevallen.
Tom slaat met een kleine honkbalknuppel tien keer hard op het hoofd van Riekus.
Ze slaan met de vuisten, net zo lang de vuisten zeer gaan doen, op het hoofd.
Met de vingers prikken ze in zijn ogen.
Halverwege schrikken ze van het vele bloed en gaan er vandoor.
Zonder buit.
Omdat het te erg werd, te heftig, zullen ze later zeggen.
Niet heel lang daarna ligt Riekus op de intensive-care van het ziekenhuis.
Een wondertje wil dat hij het overleeft.
Dappere Riekus jaagt belagers uit huis, staat twee dagen later in de krant.
Met een oog ziet hij nauwelijks nog iets en de artsen geven hem weinig kans op beter.
De levenslust is verdwenen, autorijden kan niet meer zodat hij nergens meer naar toe kan met de kleine auto. Daardoor is hij zijn vrijheid kwijt, zo staat in de brief die hij aan de rechtbank schreef.
Tv-kijken lukt ook nauwelijks.
Dappere Riekus leeft nu met altijd de deuren op slot.
Nadat buren alarm hebben geslagen, begint de politie een groots buurtonderzoek dat niets oplevert. Ruim een maand later wordt in het regionale opsporingsprogramma van RTV Noord aandacht besteed aan de ‘laffe overval op een bejaarde Leekster’.
De uitzending levert de gouden tip.
Tipgevers: Rian en/of Nelis.
Tom en Ben worden aangehouden.
Donderdagochtend zaten ze in het verdachtenbankje van zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen.
Tom, emotieloos en een geruit petje aan de broekriem.
Ben, trillend, met witte sokken aan waarop staat: uut grunn.
Ben vertelt dat hij vijf jaar achtereen vooral dronken is geweest.
Tom vertelt niks, zegt op alles ja, nauwelijks te verstaan.
Rechters: uw plan was dus om hem te vermoorden?
Tom: ‘Ja’.
Rechters: Waarom?
Tom: ‘Weet ik niet meer.’
Rechters: Of wilt u het niet meer weten?
Tom: ‘Ja… ik was mezelf niet… of zo.’
Over de 20-jarige Ben wordt gezegd dat zijn sociale ontwikkeling is gestagneerd en dat de hulpverlening geen vat op hem krijgt. Hij neigt tot zelfoverschatting, is zeer neurotisch. Hij heeft een brief geschreven aan het slachtoffer en ook het zijn wettelijk gegunde laatste woord op papier gezet. Als hij dat begint voor te lezen, wordt hij overmand door emoties. Snikt dat de straf die hij nu zal krijgen, zijn laatste kans is. Lukt dat niet, dan wil hij definitief niet meer.
Bij Tom is de persoonlijkheidsstoornis in aantocht. Narcistisch, zwakbegaafd, antisociale kenmerken, kans op herhaling: 100 procent. Tegen de rechters mompelt hij: ‘Ik weet het allemaal ook niet meer, ik laat alles maar op me afkomen.’
De advocaat van Tom zegt dat de bakker op de hoek ook weet Tom behandeling nodig heeft. ‘Deze jongen is ziek, hij snapt er niks van. Maar langdurig de gevangenis in, dat zal hem nog verknipter maken.’
De psychiater had aanvankelijk een tbs met voorwaarden aan de rechtbank willen voorstellen, maar na een brief hierover van de officier van justitie, mocht dat ook een tbs met dwangverpleging zijn.
De advocaat: ‘Deze psychiater wijzigt zijn advies als de officier van justitie aangeeft dat hij niets met dat advies kan. Deze deskundige, psychiater Van Os, is als een jukebox: je gooit er een kwartje in en hij zingt nog een liedje.’
De advocaat van Ben roept de rechtbank op behandeling zwaarder te laten wegen dan vergelding.
De twee advocaten zeggen dat nadat de officier van justitie haar strafeis heeft geformuleerd. ‘Deze twee verdachten hebben een grens overschreden. Ondanks hun jeugdige leeftijd kan ik niet anders dan een forse straf te eisen: voor beide zes jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.’
Rob Zijlstra
UPDATE - 10 mei 2007 - uitspraken
Rechtbank: voor beide vier jaar en tbs met dwangverpleging.