BUNKERBIJBLOG

Daar sta je dan, als bijblogger.
Vier dagen proces van de eeuw, nog geen steek wijzer en de zaak loopt door volstrekt onvoorziene omstandigheden uit de rails.
In een of ander programma zag ik vanavond een dame van de Hartstichting de wondere wereld van de lekkende hartklep uiteenzetten, met kunststoffen dwarsdoorsnede van het betreffende orgaan in de hand. Even was dat toch het hart van Holleeder, het hart van de zaak van de eeuw – ik vroeg me af of die dame dat ook door het hoofd was geschoten. (ik geef toe, in deze blog kan die uitdrukking een gevoel van schrik of ongemak veroorzaken.)
Met de gezondheidsproblemen van de hoofdpersoon in het proces van de eeuw is ons gewone stervelingen toch iets glashelder geworden: hij heeft een hart.
Ik zag het trouwens aankomen, want ik had in het paasweekend dienst. Ik hoorde - ik geloof - Paul Witteman op tv smalen over de medische voortgangsrapportages in de media na vorige week donderdag (de dag dat Holleeder begon te wankelen). Achteraf mogen we vaststellen dat die rapportages gepast zijn gebleken. Vanaf aanstaande donderdag, na De Operatie, of voor mijn part zaterdag of voor de allerergsten maandag , is het de kunst om met de verslaving aan die berichten af te rekenen. Ik ga ook geen LUMC-blog schrijven. Holleeder, vinger aan de pols, daar beginnen we niet aan..
Ik bespeur sowieso nu al een fiks gevoel van verzadiging in mijn omgeving – het kost een hoop van onze belastingcenten en die vloedgolf aan afpersingsmomenten, tapes, al dan niet anonieme getuigen, advocaten, geldstromen, beveiligingsmaatregelen, aanslagen, liquidaties, toestanden, geharrewar, ruzie, ellende en gedoe, ik geloof het wel, zo luiden de redeneringen zo’n beetje.
In de zittingszaal en op de perstribune heerste dinsdag toch een gevoel van verslagenheid en lichte ontgoocheling, tijdens de bespreking door de rechtbank van Holleeders conditie. Laten we wel wezen, tot dusver genoot de gemiddelde aanwezige in de bunker behoorlijk van het circus, never a dull moment, al wisten we allemaal dat die er beslist ook nog zouden komen. De inzet was hoog, het verzet groot, wie van The Soprano’s houdt, weet zo’n zaak als deze ook te appreciëren. Door de drukte hadden schorsingen iets van staande recepties, we kakelen wat af. De sfeer is uitstekend. Vaak is het de Neus tegen het soepie, maar zo gaat het meestal. Pas gaandeweg, als zo’n zaak een beetje op gang is gekomen kantelen de inzichten nogal eens en zijn de boeven steeds toffer en de autoriteiten de pispaal.
Vorige week donderdag zei officier van justitie Plooij nog dat Holleeder maar wat vroeger naar bed moest, dan zou-ie ook niet zo moe zijn. Ook de Neus zelf zocht de oorzaak in het barre transportregime, de voor het oog van de toeschouwer spannende nachtelijke ritjes in gepantserde bolides, voor een gedetineerde met boeien en skibril een onophoudelijke looping in een achtbaan met je ogen dicht. Plooijs scepsis valt hem niet euvel te duiden, wist hij veel.
Terwijl hij zijn vaderlijke advies uitsprak, klonk in de wandelgangen al een geactualiseerde bijnaam: de Kneus.
Zo gaat dat. Er waren meer grappen, maar die ontschieten me telkens weer.
Dinsdag leek Plooij ietwat timide, van zijn apropos. Het is natuurlijk ook niet het moment om de crimefighter te gaan uithangen als de criminal volledig op apegapen ligt, dat snap ik ook wel. Plooij zag in het paasweekend veel van zijn inspanningen in zekere zin tenietgedaan, hij was klaar voor het proces van de eeuw en van de ene op de andere dag ontglipt hem het middelpunt van het hele circus. En na al dat werk kan het recht plotseling niet meer zijn loop hebben. Later misschien, maar vooralsnog is alles ongewis. Een afknapper heet dat.
Dan kun je maar beter bijblogger zijn, dat is duidelijk. Ik worstel nog even met de vraag: is er een bunkerbijblog na Holleeder? Ik zal dit bespreken met mijn gastheer.
Hij heeft een hart. Dat is het nieuws, maar je zal zien dat alle kranten vandaag iets anders brengen.
Peter Elberse
bijblogger