Thursday, April 05, 2007

Terwijl de ogen van rechtbankverslaggevend Nederland zich richten op het langverwachte Holleeder-proces in Amsterdam, kijk ik naar de achterkant van de jas van de 22-jarige Karel uit Delfzijl.

 

Na vijftien, twintig flesjes bier gingen Karel en zijn vrienden altijd lekker tekeer. Dan pakten ze ’s avonds in de havenstraten zomaar iemand om er vervolgens vrolijk op los te rammen.

Als het slachtoffer dan gebutst op de grond kronkelde – toch nog even een trap in het gezicht – werden de broekzakken doorzocht.

Kijk eens, meneer heeft een mobiele telefoon.

Kort daarop had het slachtoffer een mobiele telefoon.

 

Bij de politie zei Karel, agenten noteerden dat, dat hij het wel gaaf vond, dat geweld.

Karel had ook nog wat bushokjes vernield, een paar autospiegels gemolesteerd en hier en daar wat ingebroken.

 

Wie zomaar iemand lam slaat en tegen het hoofd schopt, wordt door officieren van justitie als snel met een poging tot doodslag om de oren geslingerd. En dan heb je zo twee jaar gevangenisstraf aan de broek hangen.

 

Karel niet.

 

De reclasseringsmevrouw heeft een schitterend rapport over hem geschreven.

De rechters zeggen dat ze zoiets moois nog nooit eerder hebben gelezen.

Van de officier van justitie krijgt Karel zelfs een compliment.

’Knap hoor’.

 

De reclassering zegt dat Karel weer op het rechte pad is, geen druppel meer drinkt en dat hij het begrip zinloos geweld heeft leren uitspreken. Zijn baas had gezegd, je mag blijven, maar o wee, nog een keertje, al is het een autospiegel en je krijgt ontslag.

Karel had daar alle begrip voor en van alles spijt.

 

De rechters willen nog wel even weten waarom hij het had gedaan.

Waarom sloeg je zomaar mensen in elkaar, vragen ze vriendelijk? Heb je daar ook over nagedacht?

Jazeker, dat had hij, maar hij heeft nog steeds geen flauw idee.

 

De officier van justitie mompelt iets van ’heel ernstig’ en ’twee jaar gevangenisstraf’, maar eist uiteindelijk een werkstraf van 240 uur en een flinke stok achter de deur (negen maanden voorwaardelijke cel) wegens openlijke geweldpleging.

Hij wil de goede weg die Karel is ingeslagen niet met een gevangenisstraf verpesten.

 

Ik denk dat het slachtoffer op de publieke tribune de rechtbank met gemengde gevoelens heeft verlaten. Hoewel het al weer meer dan een jaar geleden is dat hij gaaf te grazen werd genomen, heeft hij nog altijd last van de kaak.

Harde dingen eten gaat niet en goed articuleren moeilijk.

 

Een dag later zit Tom op de stoel van Karel.

Van de doorgaans gemoedelijke sfeer in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank valt niets te bespeuren.

De rechters staren hem boos aan.

Als Tom even voor zijn beurt praat, dreigen ze hem uit de zaal te verwijderen.

Normaliter moet je het daar heel erg bont voor maken.

 

Tom is tbs-patiënt in de Van Mesdagkliniek en heeft nog een lange weg te gaan.

Hij was een beetje boos geweest op het personeel en daarover wilde hij zich beklagen bij zijn sociotherapeut. Maar toen zij geen tijd voor hem had, riep Tom: ’Dan zoek je het zelf maar uit.’

Dat viel niet in goede aarde bij medepatiënt Vincent.

 

Vincent riep wat, waarop Tom – niet voor niets Rotterdammer van geboorte - het een en ander terugriep. Daarop kwam Vincent met gebalde vuisten op Tom af.

Tom zegt: ’Met een blik van: ik ga jou vernietigen.’

De rechters moeten wel eventjes weten dat Vincent is een enorme kerel is, met 2.05 meter een boom van een vent.

’En ik ben maar een klein mannetje.’

 

Kortom gedonder in de tbs-kliniek.

Met gebalde monstervuisten krijgt Tom een duw en binnen de kortste keren hebben ze elkaar in de houdgreep. Met gepast geweld worden ze uit elkaar gehaald. Vincent gaat verder met wat hij deed en Tom gaat twee maanden lang de isoleercel in.

 

Omdat Vincent weigert aangifte te doen, doet de Van Mesdagkliniek dat.

En daar laat de officier van justitie geen gras over groeien.

 Zij zegt: ’Tom heeft bewust de kans aanvaard dat iemand het leven zou laten. Er is sprake van een aanslag op het leven van Vincent. Zeer ernstig.’

 

Tom ziet het anders: ’Ik vind dat als er twee vechten, er twee schuld hebben. Ik heb geen klap uitgedeeld, ik heb hem vastgehouden om niet te hoeven vechten. Neigt dat niet naar noodweer? Vincent en ik hebben elkaar de hand gegeven en gezegd, zand erover. Bovendien, ik zit toch al in detentie en heb twee maanden in de isoleer gezeten. Kijk, ik vind het leuk om hier even langs te komen, maar dit is zonde van mijn tijd.’

 

De officier eist wegens een poging tot doodslag zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar.

Zegt: ’Ook in de Van Mesdag moet je je aan de wet houden.’

 

De wet is voor iedereen gelijk, maar geen rechtszaak is hetzelfde.

 

Rob Zijlstra

 

UPDATE - 16  / 17 april 2007 - uitspraken

De rechtbank heeft Karel conform de eis veroordeeld: 240 uur werkstraf en negen maand cel voorwaardelijk. Tom is wel schuldig bevonden, m,aar krijgt geen straf opgelegd. De twee maanden isoleer in de Van Mesdag vindt de rechtbank ruim voldoende. 

posted @ 10:31 PM | Feedback (22)

martinitoren3

De rechtbank Groningen behandelde vandaag de vermeende moord op de Martinitoren.

Aan het einde van de middag vorderde de officier van justitie vrijspraak.

Er is wel wettig bewijs voor moord, maar de overtuiging ontbreekt.

Uitspraak binnen twee weken.

r.z.

posted @ 9:53 AM | Feedback (40)