BUNKERBLIJBLOG

Dinsdag vond de eerste pro forma plaats in de zaak tegen drie mannen die worden verdacht van de moord op Willem Endstra, de man die door Willem Holleeder financieel volledig zou zijn uitgewrongen.
De officier van justitie wilde geen pottenkijkers bij die pro forma.
De zaak-Endstra ligt gevoelig, heeft prestige, geniet uitbundige persbelangstelling en bevindt zich onder het bereik van de grootste criminele schaduw die we in lange tijd hebben meegemaakt, die van Willem Holleeder.
Het zou pijnlijk zijn als die zaak averij zou oplopen.
Dan hou je als officier het liefst alles zo lang mogelijk binnenskamers. Ik kan me daar trouwens best iets bij voorstellen. Ik sta niet alleen in mijn indruk dat in een zaak als die van Endstra buitengewone krachten in het spel zijn.
De drie verdachten zijn sinds hun arrestatie in december van de buitenwereld afgesloten.
Geen bezoek, niet bellen, geen kranten of tv, helemaal niets.
In alle beperkingen, heet dat.
Alleen je advocaat mag je spreken.
Die is in deze zaak overigens maar matig ingelicht, want de officier heeft het recht stukken uit het dossier te houden, in het belang van het onderzoek, zoals het heet.
In de zaak-Endstra heeft de officier van dat recht gebruikgemaakt. Op advocaten werkt zoiets als een rode lap op een stier.
De mediabeperking is donderdag door de rechtbank opgeheven. En de pro forma was openbaar – de rechtbank vond de argumentatie van de officier (die hij wel achter gesloten deuren ten gehore mocht brengen) niet sterk genoeg.
Ondanks mijn begrip voor de positie van de officier was ik blij met die beslissing. Het zal wellicht niet verbazen dat ik als bunkertijger bijzonder gesteld ben op openbaarheid van onze rechtspraak.
De officier nam zijn verlies met opgeheven hoofd, heeft er niet meer over gesputterd.
Verdachte N. was de jongste, 22. Hij schijnt zanger te zijn.
Zo kwam hij ook wel een beetje de zaal in.
Een zeker coolheid viel hem niet te ontzeggen.
Het is echter vooral de vraag hoe hij over een paar maanden, als de zaak is afgedaan, de zaal weer uitgaat.
Hij schijnt namelijk ook de schutter te zijn.
Echt veel kwamen we niet aan de weet, de openbaarheid ten spijt. De verdachten hebben tot dusver gezwegen.
Ook, zoals verdachte D. naar eigen zeggen was overkomen, als ze letterlijk de verhoorkamer van de politie werden ingedragen voor een nieuwe poging tot ondervraging.
Verdachte C. staat er, voor zover bekend dus, qua technisch bewijs het meest gekleurd op.
Van hem zijn een vingerafdruk en een haar gevonden in de bestelbus waarvan de politie denkt dat deze is gebruikt om Endstra af te leggen, te observen voordat hij eraan ging.
Er zat een kijkgat in die bus, dus zo’n gekke gedachte lijkt dat niet.
De dag na de zitting, die door het geheimzinnige gebrek aan informatie iets spookachtigs had, stond C. er weer het meest gekleurd op, letterlijk deze keer.
Diverse kranten drukten een haarscherpe foto af, van C., gezeten op de achterbank van de politie-BMW, voorzien van een ski-bril, omringd door gemaskerde en bezonnebrilde agenten, vlak voordat de BMW de catacomben van de bunker in denderde.
Het is een beetje een standaardplaat, maar deze is wel erg goed gelukt, moet ik zeggen.
C.’s advocaat, Nico Meijering, had in de zittingszaal nog gezegd dat C. niet getekend wenste te worden door de aanwezige rechtbanktekenaars.
Aan die wens is overigens geen gehoor gegeven.
Ook ik krijg de onbedwingbare neiging om te gaan tekenen als er zoiets wordt gezegd.
Ik kan het niet, maar ik doe het toch.
En ik mag het, want ik publiceer ze niet.
Behalve deze keer dan, vanwege die foto in de krant.
Ik begrijp eerlijk gezegd volstrekt niet waarom ze de raampjes van de achterportieren van zo’n BMW niet blinderen.
Nog drie nachtjes slapen en de zaak van de eeuw begint.
Peter Elberse
bijblogger