Soms zit er een verrassing in het staartje van een strafzitting.
Maar dan moet je eerst wel het hele verhaal vertellen.
Dat verhaal gaat over Mo, Bo en Jo.
Mo is 23 jaar en komt uit Rotterdam. Hij is tandarts-assistent.
Bo is een jaar jonger, woont eveneens in Rotterdam, maar wil zich vestigen in Assen om daar werk te zoeken.
Jo is ook 22 en woont al in Assen.
Jo en Bo gaan samenwonen.
Met z’n drietjes worden ze verdacht van ernstige feiten, zegt de officier van justitie.
Ze hebben opzettelijk een minderjarige ontrokken aan het wettig gezag en vervolgens hebben ze haar ’onttrokken gehouden’.
Daar staat zes jaar gevangenisstraf op.
Het slachtoffer zit in de zaal.
Begin vorig jaar was heel het land naar haar op zoek, in die zin dat de politie toen wereldkundig maakte dat de 16-jarige Ina uit Groningen spoorloos was verdwenen. Ina wordt omschreven als een ietwat naïef meisje, laag IQ, losbandig, seksueel ontremd. Het bericht verspreidde zich met foto’s razendsnel via het internet. Het bange vermoeden was dat Ina in handen was gevallen van loverboys en de hoer moest spelen.
In Tros Vermist doet haar moeder een emotionele oproep.
De rechters kiezen voor de harde aanpak, voor de confronterende ondervraging. De jongste rechter – zo heet dat – kijkt streng, haar toon: pas op, want ik ben niet gek.
Wat was het plan?
Wat zou er gebeuren in Rotterdam?
Hoe komt het dat u dat niet meer weet?
Waarom kijkt u mij zo glazig aan?
Heeft u haar gevraagd of ze seks wilde met andere mannen?
Had u contacten met meer meisjes?
Waarom heeft u de sim-kaart uit haar telefoon gehaald?
Waarom heeft u gelogen tegen de politie?
Nou, er was geen plan, er zou niets gebeuren in Rotterdam, het is al weer een jaar geleden, nee of ja, maar toen was ik dronken en ja, ik ben verloofd, dat heeft ze zelf gedaan, ze wilde niet terug.
Ina en Jo zijn nichtjes.
Ze treffen elkaar op een familiefeestje in Assen.
Daar zijn ook Jo’s vriendje Bo en diens vriend Mo.
Ina vertelt dat ze mot heeft met haar moeder. Dat haar moeder dreigt haar op te sluiten in Het Poortje. Dat ze dat niet wil.
Ze vindt Mo erg leuk.
Ze spreken wat af.
Daags na het feestje gaan Mo, Bo en Jo naar de woning van Ina. Als de boze motmoeder slaapt, klimt Ina haar slaapkamerraam uit en met z’n viertjes laten ze zich per taxi naar het treinstation brengen. Daar ontdekken ze dat de treinen niet meer rijden.
Mo belt een vriend.
Die zegt, ik kom er aan en rijdt vanuit Rotterdam naar Groningen.
Jongste rechter (pas op): Wat een aardige vriend.
Mo: ’Ja.’
Rechter: Wist u dat ze minderjarig was?
Bo: ’Eerst niet, later wel.’
Mo: ’Ik ontdekte dat na twee weken, door die tv-uitzending van Tros Vermist.’
Rechter: U wist dat ze werd gezocht.
Mo, Bo en Jo: ’Ja.’
Rechter: U bent drie keer gebeld door de politie. U heeft toen gelogen, u zei dat u niet wist waar Ina was.’
Mo: ’Ik wist niet goed wat te doen, ik wist wel dat het niet goed zat.’
De rechters willen weten waarom Ina de woning niet alleen mocht verlaten, waarom de deur altijd op slot zat als Mo naar de tandarts ging en waarom Ina als ze wel naar buiten ging, ze een pruik moest dragen of een petje met zonnebril?
Mo zegt dat de sleutel gewoon in het slot stak. Jo dat de deur wel op de knip zat, maar dat was van binnenuit en dat dat van die pruik niet waar was. Petje met bril was bedoeld omdat ze werd gezocht, immers. Ze hadden haar niet verboden naar buiten te gaan, ze hadden haar aangeraden het niet te doen.
Na de anderhalf uur durende ondervraging denken de rechters genoeg te weten.
Het is nu de beurt aan Ina, die als slachtoffer gebruik maakt van het spreekrecht.
Ik hou rekening met een ellendig verhaal en verwacht dat Mo, Bo en Jo met al hun ontkenningen nu keihard door de mand gaan vallen.
Ina zegt: ’Mo is heel goed voor mij geweest. Ik mocht eten wat ik wilde, hij haalde van alles, patat, shoarma, lamacun. En hij is geen loverboy, echt niet, anders had hij mij wel dure dingen gegeven. Ik was best wel gek op hem. En met Jo had ik een goede band, we waren gewoon dikke vriendinnen.’
Na een maand stuurt Mo Ina tegen haar zin naar huis.
Hij geeft haar geld voor een treinkaartje naar Groningen en een pakje sigaretten voor onderweg.
Bij het afscheid vallen tranen.
’Ik moest huilen omdat ik weg moest. Mo had nog geroepen: ’kom maar terug als je 18 bent.’
De officier van justitie zegt dat ouders het gezag moeten kunnen uitoefenen over een minderjarige.
Dat de minderjarige daar zelf anders over denkt, is niet relevant.
Ina is onttrokken aan dat gezag en de verdachten hebben haar onttrokken gehouden, opzettelijk – anders is er geen sprake van een misdrijf – bijvoorbeeld door de politie om de tuin te leiden.
Mo hoort een werkstraf eisen van 150 uur, Bo en Jo beide 60 uur.
Mo: 'Ze valt me nu lastig met telefoontjes.'
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak 10 april 2007
Mo: een maand voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van 75 uur, Bo en Jo moeten allebei 60 uur werken.