Als Bernardus voor het hekje staat, staat te wachten tot zijn rechters de zaal betreden, schudt hij eerst zijn linkervoet, dan met de rechter. Daarna maakt hij de nekspieren wat losser.
Alsof hij een voetballer is die wacht op het beginsignaal van de finale.
In zijn hand een schrijfblok.
Ik zie dat hij flink heeft zitten pennen.
Bernardus lijkt klaar voor de strijd die hij zo meteen met de rechters moet gaan voeren.
Als rechtbankverslaggever zit ik vlak achter de verdachte.
Daar zit meestal nog geen meter tussen.
Maar nu moet ik mijn vaste stek op last van de aanwezige politie verlaten, ik moet opschuiven.
De parketpolitieman gaat op mijn vertrouwde plek zitten.
Vanwege veiligheid.
Pas dan stel ik ook vast dat niet de gebruikelijke twee politiemensen in de zittingszaal zitten, maar maar liefst vier.
Ik kijk nog eens goed naar Bernardus, dan weer naar de vier parketpolitie-agenten en denk verhip, dit kon wel eens een echte topcrimineel zijn. Die kom je in zittingszaal 14, waar toch de meest zware strafzaken van Groningen worden behandeld, niet iedere dag tegen.
Bernardus wordt verdacht van openlijke geweldpleging.
En van het roepen van onwelgevallige zaken naar politiemensen toen die Luckie, een vriend van hem, wilden arresteren. Toen ze Bernardus wilden oppakken, omdat er barkrukken en tafels door het café waren gevlogen, zou hij een lid van het arrestatieteam hebben toegebeten: 'Ik neuk jou in je kont'.
Juridisch gezien is dat een bedreiging met verkrachting.
Het arrestatieteam had het als zeer bedreigend ervaren, de dagelijkse seksuele intimidatie op de werkvloer was er niks bij.
De politie had gezegd dat Bernardus fysiek geweld had gebruikt.
Dat hij bij de arrestatie stond te huppelen alsof hij Mohammed Ali was.
Bernardus, bladerend door zijn schrijfblok, ontkent.
'Ik heb niet geslagen, niet geschopt, niks. Ik heb wat beledigende dingen geroepen, mij ongepast uitgelaten, dat klopt. Want ik was kwaad.'
De zitting kabbelt voort en gestaag wordt duidelijk dat ook de officier van justitie niet overtuigd is dat Bernardus zijn handen jegens het gezag heeft laten wapperen.
De onwelgevoeglijke uitingen acht de aanklager wel bedreigend en wettig en overtuigend bewezen.
De officier van justitie: 'Bernardus zit al een dikke drie maand vast. Dat lijkt me voldoende. Ik eis een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest.
Bernardus knikt instemmend. Daar kan-ie mee leven.
Eigenlijk is het een zaak van niks.
Maar tussen de regels van het proces door ontwaar ik een heel ander verhaal, het verhaal dat de woede van Bernardus jegens de politie ook verklaart.
Tijdens de zitting moesten twee politiemannen getuigen.
De rechters hadden aan agent Leo, lid van het crimeteam Stadskanaal, gevraagd: als de naam Bernadus valt, wat denkt u dan als politieman?
Leo: 'Dan is waakzaamheid geboden.'
Thuis snuffel ik in mijn boekenkast, afdeling criminaliteit.
Hier heb ik 'm: De verdwijning van Marion en Romy, hoofdstuk 10. Dat gaat over Okan O.'s connecties met de Groningse onderwereld. Over Bernardus.
Bernardus heeft een reputatie in Stadskanaal en ver daarbuiten.
Hij is, in politiejargon, vuurwapengevaarlijk.
Als Bernardus door rood fiets, gaan in Stadskanaal de kogelvrije (kogelwerende) vesten aan.
Bernardus: 't Zijn indianenverhalen.'
Zijn woede jegens de sterke arm dateert van 2004.
In 1979 wilde iemand hem crimineel omleggen, maar de politie waarschuwde hem tijdig. Maar in 2004 niet. De politie, zo had hij later ontdekt, tapte in de herfst van 2004 telefoons en de luistervinken vernamen dat er een aanslag op zijn leven was beraamd.
Ze wisten het, maar smoesden niks, ze lieten het gebeuren.
En jawel, in oktober 2004 schiet iemand die daar later zes jaar gevangenisstraf voor krijgt, zeven kogels in de rug van Bernardus. Luckie – die er toen ook bij was – krijgt een kogel, bestemd voor Bernardus, in de nek.
De rechters zeggen: 'Uw frustraties daarover maken dat u behoorlijk agressief bent jegens de politie.'
Bernardus: 'Ze hadden mij moeten inlichten, maar tachtig procent van de politie in Stadskanaal wil mij liever dood.'
Rechters: Is daar later nooit met u over gepraat? Of het klopte en wat je daar dan mee moet?
'Nee.'
Dan gaat de officier van justitie staan en zegt tegen de rechtbank: 'Zodra hij vrijkomt, zal de politie contact met hem opnemen met de bedoeling de verhoudingen tussen hem en de politie te normaliseren.'
Blijkbaar is er tussen het openbaar ministerie en de politie te Stadskanaal vooroverleg geweest over het reputatiegeval-Bernardus.
De topcrimineel slaat zijn schrijfblok dicht, is tevreden met deze toezegging.
Hij wil gaan studeren en dan naar Engeland waar voor hem nieuwe mogelijkheden liggen.
In de toekomst zal hij zich anders uitlaten over de politie.
Zegt: 'Ik val per slot van rekening op vrouwen.'
Rob Zijlstra