Thursday, March 22, 2007

Joeri (34) is een drugsdealer.

De officier van justitie weet dat zo goed als zeker.

Tussen 1 februari en 11 december vorig jaar zou Joeri flink hebben gedeald.

In Winschoten.

Als groothandelaar.

 

Joeri zegt van niet.

Joeri zegt dat hij een man had ontmoet -  ’nee niet wie’ -  die vroeg of hij wat wilde verdienen. Hij had net drie jaar gevangenisstraf achter de rug en zodoende zijn kinderen lang niet gezien en platzak. Omdat kerst naderde en hij iets goed te maken had, wilde hij mooie cadeaus voor de kinderen kopen. Daarom had hij ja gezegd toen die man in het café in Winschoten hem 500 euro aanbood voor het ophalen van een partij drugs uit Utrecht.

 

Op 11 december ging hij heen, ’s avond laat terug. Bijna thuis gooide de politie roet in het eten. De politie was getipt via de kliklijn meld misdaad anoniem.

In de auto van Joeri werd op de achterbank 131 gram cocaïne gevonden, in zijn jaszak 45 zakjes à een halve gram.

 

Hoe veel transporten heeft u gedaan, vragen de rechters.

Joeri zegt dat het de eerste keer was.

Rechters: ’Wel gelijk pech.’

Joeri zegt dat je dat wel kunt zeggen, ja.

 

Maar waarom dan had Eggie, een kennis, bij de politie verklaard dat Joeri cocaïne verkocht. ’Ik koop ook van hem,’ klikte Eggie. Iets soortgelijks vertelde een huisgenoot van Joerie. ’Ik betaalde zestig euro per gram.’

 

Op de zitting verklaart de huisgenoot, opgeroepen als getuige, dat hij dat bij de politie nooit zo heeft gezegd. ’Ik kreeg cocaïne van Joeri, ik betaalde nooit.’

Joeri’s advocaat Cees Eenhoorn: ’De tijd dat de politie precies opschrijft wat er wordt gezegd, is voorbij. Als advocaten moeten we dat – helaas – steeds vaker constateren.’

 

En Eggie?

Eggie liegt.

 

De officier van justitie is niet onder de indruk. Iemand met een bijstanduitkering, forse schulden, en zegt cocaïne weg te geven, is niet geloofwaardig. Wat hem betreft kan Joeri terug naar de gevangenis: achttien maanden, waarvan zes voorwaardelijk.

 

Klaas is ook een drugsdealer, zegt dezelfde officier van justitie later op de dag.

Klaas liep heel de dagen heen en weer op het Marktplein in Winschoten en verkocht in alle cafés.

Soms verkocht hij wel dertig tot veertig gram per dag.

Ene Eggie had dat bij de politie verklaard.

 

Klaas zegt van niet.

’Die Eggie heb ik een keertje ontmoet in de gevangenis, maar verder ken ik die man niet.’

Er zijn telefoontaps van gesprekken tussen Klaas en A. A. is een grote jongen in Winschoten, dat weet daar iedereen.

In de telefoongesprekken werd gesproken over dvd’s en dollars. De politie ontcijferde dat met dvd’s drugs werden bedoeld en dat een dollar stond voor een grote klant die wilde kopen.

 

Klaas erkent dat hij groothandelaar was.

Alleen: ’Ik was zelf de grootste klant. Ik leefde in een fantasiewereld. In mijn gedachten was ik een grote gangster. Ik wilde ergens bij horen. Snoof vijf gram per dag, soms wel eens tien, omdat mijn neus zo veel nodig was. Dat is ongelooflijk, niet normaal. Neus weg.’

 

Klaas moet een beetje wanhopig huilen. ’Ik had een goede baan. In december 2004 ben ik gescheiden, toen is het misgegaan. Ik heb daarna zoveel rare dingen gedaan. Zat ik zomaar ineens in Suriname.’

Bij de scheiding had hij nog goed geld, nu - ruim twee jaar later -  een schuld van 100.000 euro.

Op het Marktplein in Winschoten is flink aan hem verdiend.

 

De officier van justitie lijkt onder de indruk.

Hij eist 38 dagen gevangenisstraf met aftrek van de tijd die Klaas in voorarrest heeft gezeten (38 dagen), een werkstraf van 200 uur en vier maanden voorwaardelijk.

 

De dag was met Bolletje begonnen.

Bolletje was een drugshandelaar.

Vorig jaar oktober werd hij daarom tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld. Justitie wil nu 3.711 euro van hem hebben. Dit bedrag zou de Noord-Groninger hebben verdiend met zijn cocaïnehandel in Uithuizen.

De officier van justitie zegt dat het bedrag een schatting aan de lage kant is, een soort aanbieding dus.

 

Raadsman Eenhoorn – hij had een drukke dag - zegt dat dat wel zo mag wezen, maar dat justitie geen rekening heeft gehouden met de wervingskosten:

Bolletje reed anderhalf jaar lang bijna ieder weekeinde naar Groningen om de drugs te kopen.

Dat is heen en terug 52 kilometer.

Uitgaande van een billijke 18 eurocent per kilometer, maakt 9,36 euro per rit en dat pak’m beet zeventig keer.

Daarmee bedragen de reiskosten 655,20 euro.

Tel daar nog wat telefoonkosten bij op en dan kom ik uit op 700 euro in totaal.'

Kortom: justitie kan 3.000 euro krijgen.

 

De uitspraken over twee weken.

 

Rob Zijlstra

posted @ 8:42 PM | Feedback (61)

BUNKERBIJBLOG

 

Ik heb goed nieuws: het einde komt in zicht, de zaak in hoger beroep tegen de Nomads (Hells Angels uit Limburg) is bijna afgelopen, er zitten nog slechts veertien pleidooien van even zoveel strafpleiters in het vat. Het verloop van de zaak voor het Amsterdamse hof zat voor deze verslaggever dicht aan tegen een ware bunkerverschrikking.

 

Voor wie het nog niet weet: de Nomads worden verdacht van het afschieten van drie van hun brothers (Angeljargon voor clubgenoot), op 11 februari 2004. Er zou ruzie zijn geweest over een grote partij cocaïne, een hoop geld, Colombianen, kortom zo veel narigheid dat een gewoon mens geen oog meer zou dichtdoen.

 

Het is een gekke zaak, ik kan er even geen ander woord voor bedenken. Met Willem Holleeder heeft-ie niet veel te maken, behalve dan dat Holleeder een geziene gast was bij de Angels in Amsterdam. Hij zal daar op een clubavond vast wel eens een Nomad of wat tegen het lijf zijn gelopen.

 

De Nomads hebben de schijn enorm tegen zich. Daarbij moet gezegd dat in het huidige tijdsgewricht iedere Hells Angel de schijn enorm tegen zich heeft, wat er ook gebeurt.

 

Een paar maanden na de vondst van de met kogels doorzeefde lijken, op 13 februari 2004, zat zo ongeveer het gehele chapter vast, op een paar onvindbaren na. De heren verklaarden slechts mondjesmaat. Zij hielden zich vrij strikt aan de zwijgplicht die wereldwijd onder Hells Angels geldt.

 

Het was even groot nieuws dat landelijk officier van justitie Gert Oldekamp tegen alle veertien verdachten levenslang eiste – dat hadden we nog niet eerder meegemaakt. Oldekamp had veel werk gemaakt van zijn requisitoir. Hij was genoodzaakt zo ongeveer iedere aanwijzing in zijn bewijspresentatie te verwerken. Dat deed hij goed, moet ik zeggen. Ik vermoed dat dat vooral met zijn persoonlijkheid te maken heeft: Oldekamp is een man die onder alle omstandigheden rustig en bedachtzaam blijft, althans in de zittingszaal. Hij laat zich niet uitdagen, blijft beschaafd en correct en hij roeit met de riemen die hij heeft.

 

Die riemen waren wat de rechtbank betreft een paar meter te kort. In een nauwelijks uit te leggen vonnis kregen de Nomads zes jaar cel opgelegd. Niks driedubbele moord. Eén keer doodslag was het maximaal haalbare. De redenering die daaraan ten grondslag lag, ga ik hier niet herhalen. Begrijpen doe ik haar nog steeds niet. De inleiding van het vonnis is niettemin weer prachtig: daarin geeft de rechtbank blijk van de eigen frustraties, van de loodzware dilemma’s die zich in zo’n zware, complexe zaak kunnen aandienen en ook daadwerkelijk hebben aangediend. Ze hebben zitten zweten, daar in die raadkamer, dat spat van dat vonnis af.

 

Het OM kon uiteraard geen genoegen nemen met die zes jaar. De verdachten ook niet: zij hadden, zij het slechts mondjesmaat, hun onschuld bepleit. Iedereen dus in beroep.

 

Het is misschien naïef, maar van het OM zou je in zo’n geval mogen verwachten dat het alle zeilen bijzet om de missie alsnog te volbrengen, niet in de laatste plaats omdat men hoog had ingezet.

 

Dat bleek van meet af aan een illusie. Advocaat-generaal Raymond Tdlohreg… wat moet ik van hem zeggen? Wat heeft hem bezield? Hij wekte van meet af aan de indruk dat hij helemaal geen trek had in deze ingewikkelde megazaak. Niet alleen bij mij, zeg ik er maar even bij, maar bij iedereen die hem in dit kader heeft zien opereren.

 

De pro forma-zittingen begonnen in september 2005. Een bomvolle zittingszaal, daar in de bunker, een logistieke operatie van jewelste, advocaten, verdachten, bewaking, de hele santekraam. Wat echter ontbrak: het dossier. Dat praat lastig. Het vonnis van de rechtbank was er – in uitgewerkte vorm – ook niet. Heeft nog maanden geduurd. Dágen gesleten in de bunker, zonder een snippertje vooruitgang. Kapitaalvernietiging, ik zeg het niet snel, maar nu kom ik er niet onderuit.

 

Het duurde tot tegen de zomer van 2006 toen het proces dan toch eindelijk een beetje op gang kwam. Dat was een kort genoegen. Tdlohreg had zijn zaakjes keer op keer niet voor elkaar, hij hakkelde zich telkens door zijn gebrek aan voorbereiding, regie en betrokkenheid heen, raakte een getuige kwijt, het was een drama. Op de perstribune hebben wij ons – althans: wat er van ‘ons’ nog was komen opdagen -  bij herhaling zitten afvragen of hij eigenlijk wel wist met welke zaak hij bezig was. Of hij de voor- van de achterkant kon onderscheiden. In de wandelgangen kreeg hij de bijnaam Toedeledoki.

 

Wie van goede magistraten en een dito rechtspleging houdt, zoals ik, zag het met lede ogen aan. Deconfiture, is het woord dat onophoudelijk bij me opborrelt.

 

Tdlohreg eiste in september twintig jaar tegen de verdachte Nomads. Inmiddels was er een tweede advocaat-generaal naast hem gezet. In oktober zouden de advocaten gaan pleiten, maar toen kwam Tdlohreg met een nieuwe ontwikkeling. Dat bleek andermaal een getuige te zijn die wellicht bij voorbaat ontmaskerd had kunnen worden als pathologische leugenaar. Dat geschiedde pas deze week.

 

En nu is het dus klaar, deze marteling. Goddank. Tdlohreg mag nog een keer op de pleidooien reageren, daar zullen we bij zijn, omwille van de volledigheid. Dat zal waarschijnlijk nog vóór de zomer plaatsvinden, maar ik zal verstandig zijn en een slag om de arm houden.

Peter Elberse

bijblogger

 

posted @ 4:43 PM | Feedback (61)