Met gemengde gevoelens volgen juristen uit Groningen en omstreken de strapatsen van hun confrère Wicher Wedzinga, de voormalige rechter (raadsheer) uit Groningen, destijds verbonden aan het gerechtshof te Leeuwarden.
Vorig jaar kwam hij groots in het nieuws.
Dat was omdat rechters onkreukbaar dienen te zijn en Wedzinga dat eventjes niet was.
Fit to print.
Afgelopen week stond er een klein berichtje in de krant dat de rechtbank van Groningen WW failliet heeft verklaard.
De gemengde gevoelens variëren van zorg tot leedvermaak.
Vriend en vijand zeggen dat WW's vakmanschap – zijn kennis van zaken – zonder enige twijfel groot is, ja, dat hij een groots jurist is.
De vrienden zeggen, laat 'm nou even, misschien komt alles wel weer goed.
De anderen halen de schouders op en zeggen: hij vraagt er toch zelf om?
Nou dan!
Het faillissement belooft weinig goeds, hoewel WW op zijn website laat weten dat het persoonlijke bankroet niet van invloed is op de activiteiten van WW-cs, WW's juridisch advieskantoor. Daar wordt weer wel van alle kanten aan getwijfeld, want WW is een ZZP'er.
Ik zou zeggen – geenstijl en omstreken - laat 'm nou even.
Maar wie ben ik om te zwijgen.
Wie ben ik om niet te vermelden dat de onrustige rechter in ruste binnenkort met een eigen weblog de wereld intrekt en onthullende feiten aankondigt over het functioneren van de rechtspleging.
Dit staat sinds een paar dagen op zijn eigen website.
WW belooft 's lands eerste (voormalige) rechter te zullen zijn die kritisch doch objectief het optreden van de advocatuur, politie, justitie en rechters belicht.
'Zonder aanziens des persoons'.
WW gaat zich afvragen of 'onze door menigeen hooggeprezen rechtstaat dat hooggeprezen predikaat wel verdient'.
De objectieve oud-rechter belooft dat blijken zal dat vele onschuldige burgers door een diffuus machtsspel zijn en worden belazerd.
En dat de media van een abominabele kwaliteit is.
Hij gaat de was buiten hangen.
Ik ben stinkend nieuwsgierig.
Of WW bijvoorbeeld wettig en overtuigend zal onthullen dat ene raadsheer te Leeuwarden na een lange dag zitten geen zin meer had in het beraad in de raadkamer omdat de trein van 17.55 uur naar huis moest worden gehaald en bij de deur riep: 'Ik ben weg, doe maar veertien jaar cel.'
Rob Zijlstra