Wie zonder toestemming uit een bier- of wijnvat van iemand anders een fles voltapt – iemand een fles aftrekken – is een flessentrekker.
Rudy wil een poetsbedrijf beginnen.
Bij de gemeente had hij een startkapitaal aangevraagd, in die zin dat hij de formulieren had opgevraagd. Het invullen zou later wel komen, want als startende ondernemer had hij wel meer toe doen.
Hij moest ook spullen hebben om mee te poetsen.
In Zevenhuizen wist hij een adresje.
Daar kocht hij een lasapparaat en, zo zei hij tegen de verkoper, doe mij die hogedrukspuit er ook maar bij. Bij de kassa bleek, stom stom, de portemonnee in de andere broek. Of hij ook op rekening kon betalen?
Dat kon, immers ondernemers onder elkaar.
's Middags kwam Rudy nog even terug voor een doppendoos, een kettingzaag en een bladblazer. 'Zet maar op de rekening.' Terwijl de ondernemer te Zevenhuizen begon te fluiten naar zijn geld, stapte Rudy fluitend automatiseringsbedrijven binnen. In no time beschikte Poets & Co. over vier dure laptops.
De rechters vragen: 'Wat moet een beginnend bedrijf zonder personeel nou met vier computers?'
In zijn grote winterjas die hij tijdens de bijna vijf uur durende zitting in zaal 14 van de Groninger rechtbank draagt, haalt Rudy de schouders op.
Hij is sowieso niet van plan veel te zeggen.
In een café had hij Frank ontmoet. Frank leefde van de bedel op straat en van voedselpakketten. Hij moest rondkomen van 25 euro in de week. Dus toen Rudy hem vroeg of hij in ruil voor 2500 euro bij de Kamer van Koophandel een bedrijf op zijn naam wilde laten zetten, zei hij onmiddellijk ja.
Frank wil naar Chili waar zijn vrouw woont en 2500 euro was nou net wat hij daarvoor nodig had.
Het poetsbedrijf komt niet van de grond.
Rudy besluit een doorstart te maken naar een inbouwbedrijf – audio in auto's. Bij collega-ondernemers schermt hij met het (nog altijd niet aangevraagde) startkapitaal, met een in het vooruitzichtgestelde leningen van de bank (ondanks zijn schuld van 60.000 euro) en met het bewijs van inschrijving bij de KvK.
De officier van justitie is zonder twijfel: 'U kocht goederen terwijl u wist dat u die niet ging betalen.
Artikel 326a: hij die een beroep of een gewoonte maakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 3 jaren…'
De officier van justitie: 'U bent een flessentrekker.'
Nu kun je veel over Rudy zeggen, maar niet dat hij een beroerde flessentrekker is. Tijdens de lange zitting heb ik geprobeerd het bij te houden.
Pin me er niet op vast:
Lasapparaten (2), hogedrukspuit, doppendoos, kettingzaag, bladblazer, poetsgoederen (ter waarde van 3750 euro), laptops, TomTom's (veel), houten vloeren, trilplaten (4), rolsteigers, baden (3), waterpompen, houtkachel, cv-ketels (50), airco-systemen (30), bedden (2), boxsprings (10), lcd-televisies (4), plasmaschermen, een granieten vloer (90 vierkante meter), beamers (5), tuinhout, tuinlampen, schotelantennes aanhangwagen en een Renault Kangoo.
Deze goederen – totale waarde van meer dan 100.000 euro - wist hij in een jaar tijd bijeen te praten. De opsomming is niet compleet.
Rudy verklaart nog wel dat hij in een aantal gevallen wel degelijk de opdracht had de goederen te bestellen. Dan werkte hij in voor anderen. Dat die anderen ook niet betaalden, dat kon hij niet helpen.
De namen en adressen van die anderen vliegen door de rechtszaal.
Jan uit Drenthe bijvoorbeeld is daar vast niet blij mee.
De rol van Frank kwam niet helemaal uit de verf. Volgens Frank zelf heeft hij nauwelijks een rol gespeeld. Die 2500 euro had hij nooit gekregen. Hij had eenmaal honderd en een keertje een tientje ontvangen. Meer nooit.
Hoe het dan kan, was de vraag die Frank moest beantwoorden, dat hij 3000 euro had overgeboekt naar Chili. 'Wie leeft van 25 euro in de week, spaart dat bedrag niet in een half jaar even bijeen', pest de officier van justitie.
Frank zegt dat hij volgens de wet verplicht is zijn vrouw te onderhouden. 'In de winter heeft zij geen inkomen. Zij werkt aan een tafeltje buiten op straat. In de winter is het daarvoor te koud. Dus.'
Rudy op een openhartig moment: 'Deze meneer naast mij liegt. Daar heb ik grote moeite mee.'
De gedupeerden op de publieke tribune moeten om die laatste opmerking lachen.
Zij hebben voor 78.216 euro vorderingen ingediend.
Rudy liep begin vorig jaar tegen de lamp. Hij had aangifte gedaan van inbraak in een bedrijfspand dat hij huurde. Er zouden goederen zijn gestolen. De politie kon geen braakschade vaststellen, wel een gat van dertig bij dertig in de ruit van de deur, te klein voor gestolen goederen.
Van het een kwam het ander.
Bij de politie legt Rudy, 'moe van al het gedoe' een volledige bekentenis af. Sinds 1992 is hij zes keer veroordeeld wegens flessentrekkerij. Ditmaal moet het de laatste keer zijn. Een langdurige klinische behandeling zal nodig zijn, zo is de inschatting, om hem te genezen van zijn verslaving aan de alcohol en het casino.
'Een stevige behandeling is de laatste kans om van zijn leven nog iets fatsoenlijks te maken', zegt de officier van justitie. 'Maar zijn slachtoffers hebben recht op genoegdoening. Ik eis drie jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.'
Frank hoort de maximale werkstraf van 240 uur eisen en zes maanden voorwaardelijke celstraf.
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak 13 maart 2007
Rudy: dertig maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk en het schadeloos stellen van elf gedupeerden (circa 100.000 euro).
Frank: zestig uur werkstraf.