Thursday, February 15, 2007

Ze deed het voor haar twee kinderen.

Om voor die twee lieverdjes eens een extraatje te kunnen kopen, want met een bijstandsuitkering schiet het niet echt op.

‘Bovendien, autorijden, dat vind ik leuk.’

 

Of ze niet in de smiezen had dat het geen zuivere koffie was, wil de rechtbank weten.

Trudie hakkelt iets over een whiplash, dat het ook al weer een tijdje geleden is, dat haar leven op de kop stond, dus nee, eigenlijk niet, nee.

De officier van justitie kijkt haar aan met een blik van: je-denkt-toch-niet-dat-ik-gek-ben.

Trudie: ‘Jaah, later wel, tuurlijk. Toen kreeg ik van die gevoelens in de onderbuik, dacht zoiets van, hier klopt iets niet.’

 

Zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen staat in het teken van een criminele organisatie. De kleine vissen, de guppen zeiden hun advocaten, stonden donderdag terecht, vrijdag de hoofdmannen.

De bovenregionale recherche Noord- en Oost Nederland rolde de organisatie vorig jaar op. Het onderzoeksdossier telt duizenden pagina’s, neergelegd in twintig dossiermappen die achter de rechters staan opgesteld.

 

De voorzitter van de rechtbank spreekt steevast van klappers.

 

De organisatie deed in auto’s, in de stevige prijsklasse en niet ouder dan drie jaar.

Die auto’s werden gehuurd bij bijvoorbeeld Century (VW Golf) en bij Stuur Verhuur (Mercedes Sprinter) in Groningen en waar niet in Nederland. De huurder kreeg een paar honderd euro. Op de dag dat de auto ingeleverd moest worden, werd aangifte gedaan van diefstal.

Soms werd die diefstal in scène gezet. Dan leek het, zoals op 3 maart bij Eindhoven, op een gewelddadige beroving op de snelweg.

Op het moment dat aangifte werd gedaan, waren de auto’s al lang verdwenen.

 

Trudie was chauffeur, haar partner Marinus – geen rijbewijs - ritselde de huurders. Zij namen de huurauto’s in ontvangst en reden vervolgens naar havenplaatsen in Italië en Frankrijk. Vandaar werden de auto’s, na wat gerotzooi met kentekens en bijbehorende papieren, verscheept naar Tunesië.

Op de kade van de haven in Tunis stond steevast Jozef te wachten.

Trudie en Marinus keerden met het vliegtuig terug naar Nederland.

 

Hoe vaak Trudie had gereden?

’Pfff.’

Alsof ze niet kan tellen: tien, vijf, zes…

Een paar keer had ze haar kindertjes meegenomen. Ze probeert: ’Als ik had geweten dat het niet zuiver was, dan had ik mijn kinderen toch niet meegenomen? Ik deed het juist voor de kindertjes. Dan breng ik ze toch niet in gevaar?’

 

Officier van justitie: zelfde blik.

Aan het einde van haar zitting noemt ze zichzelf een naïeve huismoeder.

 

Jozef – hij spreekt de taal van Tunis - wordt gezien als de hoofdman.

Hij staat vrijdagochtend terecht in 14.

Jozef trok 3500 euro uit per geregelde auto. Dat was de investering. Achthonderd voor de overtocht, vijfhonderd voor kosten onderweg, tot duizend euro voor de chauffeur en een postje onvoorzien.

Chauffeurs die representatieve mensen wisten te strikken die als katvangers een auto op naam wilden huren, kregen een extraatje.

 

Jozef verkocht de auto’s voor veel geld door op de kade.

Hij maakte de echte klappers.

 

Trudie en haar vriend Marinus vinden niet dat ze deel uitmaakten van een criminele organisatie.

‘Wij waren vooral een stelletje sukkels’, zegt Marinus.

Hun advocaten: ‘Deelname aan een criminele organisatie is iets anders dan af en toe wat doen voor een criminele organisatie.’

De blik van de officier van justitie laat zich raden.

 

Ook Math, gup nummer drie, voelt zich bij nader inzien ook een sukkel. Hij had bij Unox gewerkt, bij Philips, bij Daf Trucks.

Hij had een eigen bedrijf gehad.

Toen dat over de kop ging, was hij alles kwijtgeraakt, auto, huis, vriendin.

Marinus was zijn neef.

Hij dacht, even snel wat verdienen.

 

Math verklaart dat de chauffeurs ook handeltjes dreven buiten hoofdman Jozef om. Omdat het zo gemakkelijk was. Op de kade hoefde je niet eens de taal van Tunis te spreken.

Met handen en voeten aangeven hoeveel euro’s en klaar.

 

De officier van justitie wil van Math weten waarom hij niet een enorm rijk man is geworden – als het zo gemakkelijk ging zoals hij beweert?

Math: ‘Rijk, rijk… ik wilde bij de derde keer al stoppen. Ik zit nu al elf maanden vast. Ik zal mijn straf aanvaarden. Daarna wil ik eerlijk mijn geld verdienen.’

 

De guppen horen gevangenisstraffen eisen tot 24 maanden.

 

Rob Zijlstra

posted @ 10:43 PM | Feedback (29)

 

Deze week veroordeelde de rechtbank Groningen een 20-jarige man op grond van artikel 6 en 8 van de Wegenverkeerswet. Vorig jaar veroorzaakte hij een auto-ongeluk waarbij drie 13-jarige meisjes om het leven kwamen. Nabestaanden reageerden ontzet op het vonnis en in navolging van hen vele anderen, onder meer op de website van Dagblad van het Noorden.

 

Naar aanleiding daarvan schreef ik onderstaand artikel dat vandaag in Dagblad van het Noorden is gepubliceerd.

 

 

Straf is uit te leggen, maar onverteerbaar voor nabestaanden

 

Is de 20-jarige Jakob M. met 24 maanden cel waarvan zes voorwaardelijk te laag gestraft voor het drama dat hij heeft veroorzaakt? Veel mensen vinden van wel, getuige de vele reacties op de berichtgeving op de website van deze krant. Drie 13-jarige meiden kwamen bij het vreselijke ongeluk om het leven.

 

M. had maximaal twaalf jaar kunnen krijgen.

 

Hoe gek moet je het maken, vroeg een jurist in de Groninger rechtbank zich af, om daarvoor in aanmerking te komen? Hoeveel doden meer?

 

Ook de officieren van justitie van het openbaar ministerie in Groningen - de aanklagers - hebben die vraag aan elkaar gesteld. Een aantal van hen stond op het standpunt dat de maximale straf geëist moest worden, anderen vonden een werkstraf afdoende. Zelden liepen onze meningen zo extreem uiteen, aldus een van hen.

 

Uiteindelijk eiste justitie drie jaar cel waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank kwam 'mede gelet op de jonge leeftijd van de verdachte' uit op een straf die een half jaar lager ligt. Passend voor deze ernstige zaak, zo staat in het rechtbankvonnis. Het openbaar ministerie legt zich er bij neer (geen hoger beroep).

 

Is dit uit te leggen? Jawel, maar de vraag is of het vonnis acceptabel is voor de nabestaanden en andere naasten. Zij zeggen: Wij hebben levenslang en dat hebben ze ook. De rest van hun leven zullen zij het verdriet voelen dat hun kinderen de dood hebben gevonden in een dom verkeersongeluk, veroorzaakt door een jonge, roekeloze automobilist.

Een gevangenisstraf van tien jaar zou aan dat intense verdriet weinig hebben veranderd.

 

Het probleem is dat aan het strafrecht - steeds vaker - een onjuiste rol wordt toebedeeld. Het strafrecht is niet in eerste instantie bedoeld om het leed voor slachtoffers en  nabestaanden te verzachten in de vorm van een acceptabele - lees hoge - vrijheidsstraf. Plat gezegd is het strafrecht vooral bedoeld te voorkomen dat we elkaar bij vermeend onrecht de hersenen inslaan. Vanuit dat oogpunt mag het strafrecht in Nederland redelijk succesvol worden genoemd.

 

Ook strafrechters - en misschien zij wel als geen ander - weten inmiddels dat maar weinigen beter worden van een langdurig verblijf in een gevangenis. Toch worden iedere week weer voor tientallen jaren celstraffen opgelegd. Dat is niet tegen beter weten in: het is de wraak, de vergelding, waar de samenleving ook recht op heeft. Alleen daarom moet Jakob M. een tijdje zitten.

 

Er valt alles voor te zeggen dat het element van wraak in het strafrecht niet de boventoon gaat voeren. En juist hier ligt een taak die officieren van justitie en rechters - de monopolisten als het om straffen gaat - nog altijd verwaarlozen: helder uitleggen waarom drie jaar wordt geëist in plaats van twaalf en waarom er 24 maanden worden opgelegd in plaats van een werkstraf.

 

Het zou ook nabestaanden een heel klein beetje kunnen helpen

 

Rob Zijlstra

 

 

wegenverkeerswet op wetboek-online

het vonnis van de rechtbank Groningen 

posted @ 10:20 PM | Feedback (29)