Bij aanvang van de dag in zittingszaal 14 van de rechtbank Groningen weet je als rechtbankverslaggever niet wat je te wachten staat. Onder strikte voorwaarden krijgen wij dagvaardingen. Daar zijn wel wat touwtjes aan vast te knopen, maar je kunt er geen verhaal aan ophangen.
Ik zie 1929 staan.
Dat is het jaar waarin Al Capone in Chicago op Valentijnsdag zeven rivalen liet omleggen en IJe Wijkstra in Doezum bij achttien graden onder nul vier veldwachters met een karabijn doodschoot (rechtbank Groningen: levenslang, gerechtshof Leeuwarden: twintig 20 jaar).
Het is het jaar van de grote beurskrach in New York die de wereldwijde Grote Depressie inluidde.
In dat jaar is ook opa Schuur geboren.
Steunend strompelt hij treetje voor treetje de trap in de zittingszaal af en gaat voor het hekje staan zoals verdachten geacht worden dat te doen.
Onwennig, want nog nooit eerder in al die 77 jaren is opa Schuur met justitie in aanraking geweest.
De rechters vragen hoe het is gegaan?
Schuur knikt en zegt ’ja.’
Of hij het kan uitleggen?
’Ja.’
En zwijgt.
Hij hoort niks.
Opa Schuur is doof.
Advocaat Theo Pluijter stelt de koptelefoon voor die eerder in de rechtszaal is gebruikt in een soortgelijk geval. Het levert hem een standje op van de rechters. ’U had het ongemak van uw cliënt eerder moeten melden, dan hadden wij maatregelen kunnen treffen.’
De koptelefoon is nergens. De vaste bezoeker op de publieke tribune op donderdag suggereert het gebruik van een mobiele telefoon.
Uiteindelijk moet de verdachte pontificaal voor zijn rechters gaan zitten.
Zo beter?
’Zegt u?’
Opa Schuur woont ergens in Groningen in een straat.
In die straat wonen ook twee stiefzusjes die hem regelmatig bezochten.
’Soms zeiden ze nee, dan hield ik op. Of als ze tegenstribbelden of me wegduwden, dan ook.'
De rechters vragen waarom hij cadeaus gaf of geld.
’Omdat ze klaagden dat ze niet zo veel geld hadden’
Maar als ze zich niet wilden uitkleden, dan werd u boos.
’Nee.’
U ziet het vooral als een gewone relatie tussen man en vrouw.
’Ja.’
Het zou in 2003 zijn begonnen, gemiddeld zo’n twee, drie keer in de week.
’Dat kan ik mij niet voorstellen.’
Hoe kijkt u er nu, achteraf, tegenaan?
’Het is helemaal fout geweest.’
Maar waarom dan?
Na een tijdje stil: ’Als je zo lang alleen bent en ze geven maar een beetje aanleiding, dan.. tja… En ze klaagden nooit.’
De twee stiefzusjes bij hem in de straat in Groningen zijn meerderjarige vrouwen.
Geestelijk gehandicapt. Twee vrouwen, zegt de officier van justitie, die niet in staat zijn te zeggen, ’nee vieze ouwe man, ga weg.’
De twee slachtoffers stuurden een brief naar de rechtbank. De een schreef dat ze altijd vrolijk was, maar nu weer in bed plast en bang is voor mensen. Zonder begeleiding durft ze niet de straat op. De ander schreef dat ze veel woede voelt en drift, niet meer kan slapen en dat ze opa Schuur wel wat zou willen aandoen.
Als Schuur eind 2005 wordt aangehouden sluit Marleen zich op in haar slaapkamertje.
Vijf maanden zit ze daar.
Zoiets had ze al eens eerder gedaan, jaren geleden toen haar hondje was doodgegaan.
De advocaat van het standje pleit voor vrijspraak. Niks dwang, ze kwamen immers steeds weer bij hem terug. Bovendien is het politieverhoor onzorgvuldig, zijn alleen suggestieve vragen gesteld en is mijn cliënt voortdurend met je en jij aangesproken. ’Heel storend. O ja, en tunnelvisie.’
De officier van justitie, geïrriteerd: ’Als u zegt dat de verhoren suggestief zijn geweest, dan zegt u dat de politie oneerlijk is. Een forse beschuldiging. Of u komt nu met voorbeelden, of u houdt de mond.’
Opa Schuur hoeft niet de gevangenis in. De eis luidt een voorwaardelijke werkstraf van honderd uur (echt werken zit er niet meer in), verplicht toezicht door de reclassering en het betalen van duizend euro aan beide slachtoffers.
’Want hij moet wel iets voelen.’
Twee uur na aanvang van de zitting staat hij weer buiten.
Een verzorgingshuis zou beter zijn, maar dat wil hij niet, wel naar zo’n bejaardenwoninkje, maar daarvoor bestaat een lange wachtlijst. En dus moet hij weer alleen terug naar die straat in Groningen.
Ik schuif aan voor de tweede zaak op de rol van de rechtbank. Ik zie 1961 staan en heb op dat moment geen idee of daar ook een verhaal in zit.
Rob Zijlstra
UPDATE - 15 februari 2007
De rechtbank: zes maand voorwaardelijke gevangenisstraf, verplicht reclasseringstoezicht. De twee slachtoffers hebben recht op 1300 euro.