Thursday, January 18, 2007

Ook niet-criminelen kunnen als verdachten terechtstaan in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.

Kijk maar naar Klaas.

Hij is geen crimineel.

Klaas is 64.

 

Het openbaar ministerie zegt dat hij op of omstreeks 8 december 2005 heeft geprobeerd een vrouw van het leven te beroven door haar met opzet van achteren vast te pakken en dat hij haar vervolgens een of meerdere malen met een mes in het gezicht heeft gestoken, gesneden, geprikt en of geslagen, terwijl – zo vervolgt justitie dan -  de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

 

Oftewel: Bea leeft nog.

 

Klaas, bril in de hand, is stellig in zijn ontkenning.

’Ik word straks 65 en heb in mijn leven nog nooit een vrouw geslagen of wat dan ook.’

De rechters: Ze is wel gestoken, er is wel iets gebeurd.

Klaas: ’Sinds 1983 heb ik meerdere relaties gehad. Die zijn allemaal op een normale manier beëindigd. Zonder politie.’

 

Hij noemt Eva.

Negen jaar waren hij en Eva samen. Zonder trouwboekje, maar wel gelukkig. Toen kreeg Eva heimwee en de verkeerde ziekte. Ze ging terug naar Polen en daar ging ze dood. 'Op de dag van haar begrafenis zat ik in de gevangenis. Dat kreeg ik er ook nog even bij.’

 

Na Eva kwam Bea, ook uit Polen.

Had Aad geregeld, want dat doet Aad.

Drie maanden waren ze samen.

Als Bea nuchter is, vertelt Klaas aan de rechters, dan is ze een goede huisvrouw. ’Maar Bea heeft een drankprobleem. Als Bea drinkt en er is een kerel in de buurt, dan gaat ze plat. En nu wilde Aad haar weer bij mij vandaan halen. Hij wilde zijn stoeipoes terug.’

 

Twee rechters kijken ernstig, de derde heeft steeds de ogen dicht.

Dus Aad is de kwade genius?

Klaas knikt. Hebben ze het eindelijk door?

 

'Jazeker. Bea was gaan winkelen met een vriendin. We hadden afgesproken dat ze om vijf uur thuis zou zijn. Maar om vijf uur was ze er niet. Ze kwam pas om half acht. In de olie, enorme kegel. Ik zei, Bea, kijk eens op de klok. Toen verweet ze me van alles. Ze zei dingen die ik hier niet durf te herhalen. Ik liep naar haar toe, om haar te kalmeren, legde mijn hand op haar schouder en toen lag ik plotseling op de grond en werd, in mijn eigen woning, in elkaar geslagen. Ik had zo’n snee in mijn hoofd.’

 

Aad!

 

Rechters: Dus Bea is gewond geraakt tijdens de worsteling die u had met Aad?

’Ja. Ik zou het anders ook niet weten.’

 

De rechters houden hem voor dat hij bij de politie een heel ander verhaal heeft verteld. Dat hij, toen Bea thuiskwam, door de dolle heen was, dat hij had geroepen, ik maak je af, dat hij bovenop haar had gezeten met een mes in de hand.

 

Klaas raakt op stoom. ’Dat verhaal is mij door de politie aangepraat, voorgekauwd. Want zo werkt dat bij de politie.’

Vertel hem wat. Jarenlang had hij gewerkt bij het takel- en bergingsbedrijf.

’Dan moesten er ’s nachts auto’s naar het politiebureau worden gebracht, voor technisch onderzoek. Dertien jaar lang kwam ik ’s nachts op het politiebureau, frikadellen eten, samen met de agenten en dan weet u wel wat ik bedoel. Dan werden de zaken gewoon met elkaar doorgesproken. Zo werken ze nu eenmaal en ik weet dat want ik kwam er altijd, ’s nachts, dertien jaar lang.’

 

Diepe zucht.

’Als ik aan de vrouw ben, dan staat zij op nummer één, daarna pas kom ik. Ook als er geen trouwboekje is.’

 

De officier van justitie zegt dat dat wel zo mag wezen, maar dat hij in de rapporten heeft gelezen dat Klaas een moeilijke man is, snel gekrenkt. Iedereen heeft ongelijk. Na het incident was hij wekenlang van de kaart, niet aanspreekbaar.

 

De officier van justitie: ’Hij wil gewoon niet weten wat er is gebeurd. Later heeft hij een verhaal bedacht, dat er dingen in zijn mond zijn gelegd, een soort complot. Maar zo is het niet gegaan. Hij was boos omdat Bea zich niet aan haar afspraak had gehouden, hij ging door het lint, er ontstond een hectische vechtpartij en daarbij is Bea in het gezicht gestoken. Ik acht de poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen.’

 

De advocaat merkt op dat het letsel bestond uit een schram op de wang.

Een diepe schram, dat wel, maar meer was het niet.

 

Drie maanden zat Klaas in voorarrest, waarna zijn hechtenis werd geschorst. Het verblijf in het gevang maakte diepe indruk op hem.

De aanklager ziet er geen heil in hem terug te sturen.

Hij eist een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, zes maanden cel maar die voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast moet hij, vindt de officier, Bea een schadevergoeding betalen van 3.000 euro.

 

Klaas zegt niets meer.

Als dit alles achter de rug is, dan gaat hij naar Polen.

Dan gaat hij bloemen leggen op het graf van Eva.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - uitspraak 30 januari 2007

Klaas kan gaan. Geen poging doodslag, volgens de rechtbank, maar een poging zwaar lichamelijk letsel. De straf is gelijk aan het voorarrest.

 

posted @ 8:32 PM | Feedback (44)

Hoe nieuws gaat.

 

Dinsdagochtend, rechtbank Groningen.

Over een half uurtje begint mijn volgende zaak in zittingszaal 14.

Sigaretje buiten, bekertje koffie binnen, praatje met de bode over de rijksambtenaren.

Telefoon.

Oren en ogen van buiten de rechtbank vertellen dat er allemaal politiemensen rondlopen in de woning van oud-rechter Wicher Wedzinga.

Of ik weet wat er aan de hand is.

'Hij zou toch niet…'

Tjezus nee! Ik zoek het uit. Hou je op de hoogte.

 

Ik bel wat in de rondte.

Niks.

Ik bel de politie.

Ik hoor dat jullie in een woning aan het H.W. Mesdagplein zijn. Wat is daar aan de hand?

De perspolitie zoekt het uit.

Even later: 'Geen idee.'

Ik besluit ter plaatse een kijkje te gaan nemen, dan maar geen zaak om twaalf uur.

Op en rond het plein is niets te zien dat op rondlopende politie lijkt.

Naast de woning staat wel de blauwe BMW waar beslag op is gelegd.

Ik bel de redactie: vooralsnog loos alarm.

Terug naar 14.

 

Daar blijft het knagen. Mijn ogen en oren buiten zijn toch niet gek? Ik bel nogmaals met de politie. Ja, Mesdagplein. Rond half acht vanochtend. Politie, zowel in burger als geüniformeerd. Zie daar, de politie is inmiddels op de hoogte, maar zeggen mogen ze niks. Ik krijg een telefoonnummer. Probeer het daar eens.

 

Functioneel parket, onderdeel van het openbaar ministerie in Den Haag dat in fraudezaken doet. Ja, klopt. Wij waren daar in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De heer Wedzinga is aangehouden. Op verdenking van afdreiging, zeg maar afpersing en bedreiging. Meer kunnen we niet zeggen.

 

Overleg op de redactie, aan het begin van dinsdagavond.

Wicher Wedzinga is nieuws. Niet omdat hij zo heet, maar omdat hij oud-rechter is.

Ik krijg 45 regels op de voorpagina. Zetten we alvast een bericht op de site van de krant? Nee, doen we niet. Dan gaan RTV Noord en anderen er mee aan de haal, nog voordat de krant morgenvroeg bij de abonnee ligt.

 

Thuis.

Telefoon. Eindredactie. Tekst past niet. Of ik nog 12 regels aan het bericht kan toevoegen?

 

Daarna pieker ik nog wat.

Vorige week had ik voor de krant een artikel geschreven met als kop: Wichertje, Wichertje, waar ben je nou mee bezig? Aanleiding was het verhaal dat Wedzinga een dag eerder op Geenstijl.nl had geschreven. Daarin haalt hij fel, met zwaaiende armen, uit naar het openbaar ministerie en de advocatuur. In het Wichertje-Wichertje-artikel meld ik ook dat Wedzinga iemand heeft bijgestaan die dacht dat hij advocaat was. Die iemand heeft hem 12.000 euro betaald. Ontfutseld, zegt die iemand zelf.

 

Het gepieker gaat over zijn aanhouding. Afpersing? Bedreiging? Wat zou die oud-rechter nu weer hebben geflikt?

 

Daags na dat artikel is er het kort geding dat advocate Hester Littink had aangespannen tegen Wedzinga. Zij eist haar honorarium op voor bewezen diensten: 3.333 euro. Ze verzoekt de president het geding achter gesloten deuren te behandelen omdat ze in het belang van (de afwezige) Wedzinga niet wil dat er allemaal feiten zomaar op straat komen te liggen. De kort gedingrechter noemt dat onzin. Die man zoekt toch zelf de publiciteit? Drie minuten later wordt de zitting gesloten. Het is het kortste kort geding dat ik heb meegemaakt. Wedzinga verliest.

 

Woensdagochtend. De eindredactie heeft mijn bericht aardig intact gelaten. Op de voorpagina staat: Wicher Wedzinga opgepakt op verdenking van afpersing. Uurtje later neemt Geenstijl.nl het nieuws over. Teletekst volgt met fouten. RTV Noord bericht dat het openbaar ministerie bekend heeft gemaakt – wat niet zo is -  dat Wedzinga is aangehouden. Het ANP komt in de loop van de middag met het nieuws.

 

Ik denk, leuk zo'n primeurtje, maar eigenlijk weet ik nog niks.

Ik bel Peter Plasman, de Amsterdamse advocaat die Wedzinga bijstond toen hij vorig jaar in Zwolle voor de rechtbank moest verschijnen.

Hallo, hier Groningen.

Plasman weet direct hoe laat het is.

'Ik zeg niks. Misschien later.'

Of later vanmiddag is?

'Misschien wel.'

 

Een studente belt. Doet onderzoek naar mediaberichtgeving over misdaad en gevoelens van onveiligheid. Of ik een paar vragen wil beantwoorden.

Jawel.

  

BNR Nieuwsradio belt. Of was het BNN?

Of ik alles wat ik weet over die rechter even wil vertellen?

Ik zeg dat ik dat niet wil.

Paar korte quotjes voor in de uitzending dan?

Nee.

 

Ik moet naar cursus. Verplicht. Zoeken op internet. Interessant. Hoe je heel slim een paar honderd miljoen internetsites doorzoekt waarna je binnen vijf minuten alles weet wat je wilde weten. Hartstikke handig. Maar wat Wedzinga nou precies heeft uitgevroten, staat er mooi niet op. Nog niet.

 

En dus bel ik nogmaals met het functioneel parket in Den Haag.

De persmevrouw laat weten dat ze zojuist heeft gehoord dat Wedzinga, kwartiertje geleden, op vrije voeten is gesteld. Maar dat hij nog wel verdachte is. Dat bij afpersing en bedreiging niet aan iets fysieks moet worden gedacht. Dat het meer moet worden gezocht in termen van chantage. Dat we vooralsnog niet meer kunnen zeggen.

 

Overleg met de redactiechef. 'k Heb nog wat aanvullend nieuws over Wedzinga. 't Gaat om chantage. Niets fysieks of zo.

Doe maar 50 regels voor op de 3.

 

Het is zes uur, ik moet nog boodschappen doen.

Nog even Plasman bellen en dan geloof ik het wel voor vandaag.

Donderdagochtend staat in zittingszaal 14 de moord op een Duits echtpaar op de rol.

 

Plasman.

Hallo, hier Groningen.

Ja, Wedzinga. Ik heb hem net gesproken. Het heeft te maken met zijn adviesbureau. En met ene Chris K. die veroordeeld schijnt te zijn wegens lidmaatschap van een criminele organisatie. Ik ken die zaak niet. Deze Chris k. heeft een geschil met een oud-kantoorgenoot, er zou geld zijn weggesluisd. 40.000 euro. Wedzinga zou als adviseur van K. berichten naar die kantoorgenoot hebben verstuurd met de boodschap, betalen en anders gaat de stekker er uit. Justitie ziet daar afdreiging in, het dreigen een geheim openbaar te maken. Dat is het.'

 

Ik duikel het archief in en lees de berichten die in de krant hebben gestaan over Chris K. Wel eens omstreden geweest. Ik ken de man.

Inmiddels oud-advocaat. Oud-rechter. Voormalig kantoorgenoot.

Hoe leg ik dit allemaal in 50 krantenregels uit?

Ik vraag om 60.

Die krijg ik en pas de tekst aan.

'We maken er de opening van de 3 van.'

Mij best, als jullie maar niet in de tekst gaan schoffelen, verzoek ik de eindredacteur.

Ieder woord is gewogen. 't Is zo uit z'n verband.

Ingeroeste journalistenangst.

 

Ik zie dat RTV Noord inmiddels het ANP-bericht op haar site heeft geplaatst en stel vast dat de collega van het ANP ook met Plasman heeft gesproken.

 

Boodschappen.

De Jumbo onder de Euroborg is nog open.

Terwijl ik me rot zoek naar couscouskruiden gaat de telefoon.

Hallo, hier Nova.
Of ik nog nieuws heb over Wedzinga?

Zodra er nieuws is in de regio, bellen de landelijken met de regionalen.

Ik zeg dat ik de couscouskruiden niet kan vinden, dat ik wel wat wil vertellen, maar straks. En dat als jullie iets hebben, ik dat dan wel vooraf wil weten.

Zo zweren we pluriform samen.

Zo gaat nieuws.

 

Rob Zijlstra

 

posted @ 12:55 AM | Feedback (64)