Mensen die voor het eerst een strafzitting bijwonen zeggen na afloop wel eens dat het hen opviel dat de rechters zo aardig waren tegen de verdachte.
’Ze zeiden ook gewoon steeds u tegen die vent.’
Rechters bieden excuses aan wanneer verdachten twee uurtjes langer dan de bedoeling was hebben moeten wachten beneden in de cel. Ook als ze al maanden in voorarrest zitten.
Ze regelen een glaasje water als de verdachte het even te kwaad krijgt.
En zo hoort het natuurlijk ook.
Een verdachte heeft rechten en rechters zien er op toe dat die worden nageleefd.
Verdachten zijn tijdens strafzittingen immers onschuldige burgers.
Tot het tegendeel wettig en overtuigend is bewezen.
Meestal is dat twee weken na de zitting.
Donderdagochtend.
De strafzaak van half elf begon om negen uur en andersom.
Misschien dat de rechters van zittingszaal 14 daarom een beetje in de war waren. Dat ze om negen uur dachten de gewelddadige overvaller van half elf voor zich te hebben.
Schoorvoetend komt Roderik de zaal binnen.
Hij is – net 18 - de jongste verdachte die zich dit jaar (tot nu toe) moet verantwoorden voor de meervoudige strafkamer.
Schichtig kijkt hij om zich heen. Niet het leukste moment uit zijn leven, dat zie je zo. Toen hij in augustus van de een op de andere dag volwassen was geworden, is het kind in hem gebleven, ook dat is te zien.
Hij wordt verdacht van brandstichting.
Samen met zijn vrienden was Roderik gaan rondhangen in de oude apotheek aan de Hoofdstraat in Ter Apel. Om de verveling tegen te gaan hadden ze twee kratten bier en stuf om van te blowen meegenomen.
Het beeldbepalende pand stond al een paar jaar leeg. Eens zat daar modehuis A.G. Buining. Dames en heren uit de wijde omgeving kochten er hun mantel en pantalons, aangemeten door de heer Duisterwinkel, een voorname man in de streek.
Nu spoten Roderik en zijn hangvrienden er met spuitbussen hakenkruisen op de muren. En staken ze een matras in de brand. Een paar minuten later stond het pand in lichterlaaie. Nog diezelfde nacht werden de derde en vierde etage gesloopt vanwege instortingsgevaar.
In het dorp gonsde het de volgende dag van de geruchten.
Die rotjongens.
Drie weken later wordt Roderik opgepakt.
Hij bekent de brand te hebben gesticht.
Maar donderdagochtend zegt hij tegen de rechters dat hij het niet heeft gedaan.
De drie rechters kijken hem strak en boos aan.
Roderik begint peentjes te zweten en worstelt zich door zijn woorden heen.
Zegt dat hij bij de politie heeft gezegd dat hij het heeft gedaan omdat ze hem onder druk hadden gezet, de politie.
Dat ze zeiden, zeg het nou maar, anders kunnen we je nog drie keer 24 uur vasthouden.
Dus zei ik het maar, omdat zij zeiden dat ik dan naar huis mocht.
Als ik het niet zou zeggen, dan zouden ze me naar de gevangenis sturen voor grote mensen, zeiden ze.
Ik wist niet wat ik moest zeggen, dus toen heb ik het gezegd, maar het is niet waar.
De rechters worden nu ook verbaal boos.
Met z’n drietjes laten ze hem alle hoeken van de zaal zien.
Een uur lang.
Of hij soms naïef is, of hij het hier ter plekke allemaal zit te verzinnen, of hij geen last heeft van een slecht geweten? Onder druk gezet door de politie? Hebben ze je (geen u) geslagen of zo? En waarom zouden we je geloven? Bij de politie heb je toch ook zitten liegen? Of hij wel weet dat brandstichting een heel ernstig strafbaar feit is?
Roderik, niet iemand van veel praat, klapt volledig dicht. Af en toe kijkt hij radeloos opzij, naar zijn advocaat, maar die is nog niet aan de beurt.
De reclasseringsambtenaar mag wat zeggen.
Zij zegt dat Roderik zwakbegaafd is, beperkte verstandelijke vermogens, ontwikkelingsstoornis. Directe vragen begrijpt hij niet zo snel, omdat hij traag denkt. Maar omdat hij wel wil antwoorden, zegt hij maar wat.
De rechters zeggen dat Acantus, de eigenaar van het pand, 3500 euro van Roderik vordert. Het eigen risico.
Zijn kostje lijkt gekocht.
Dan komt de officier van justitie die tot dan had gezwegen.
Ze zegt dat ze te veel twijfels heeft, niet overtuigd is van Roderik’s schuld.
De officier van justitie vordert vrijspraak.
Ik weet niet of de rechters het in Keulen hoorden donderen. Over twee weken moeten ze uitspraak doen.
Om half elf begint de zaak van negen uur.
De gewelddadige overvaller zit in hetzelfde verdachtenbankje, tegenover dezelfde drie rechters, die weer gewoon aardig waren, u zeiden en de verdachte met respect behandelen.
Dat viel mij op.
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak woensdag 27 december 2006
De rechtbank volgt de eis van de officier van justitie: vrijspraak.
In het vonnis schrijft de rechtbank onder meer tot die overtuging te zijn gekomen nadat aan de verdachte ter zitting 'confronterende vragen' zijn gesteld'.