Er hangt een beklemmende sfeer in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.
De vertegenwoordiger van de advocatuur zegt: ‘Ik verdedig de dader. Niet zijn daad.’
Opdat iedereen eventjes weet waar de raadsman staat.
Op de tribune zit een man van TNO.
Hij weet niet hoe hij het heeft.
In opdracht van de Raad voor de Rechtspraak doet hij veldonderzoek naar mogelijke ict-toepassingen, naar digitale dingen in rechtszalen (dat zei hij).
Daarom zit hij daar.
Verbouwereerd en ontdaan.
‘Hoe vertel ik dit thuis’, zal hij later zeggen.
In het verdachtenbankje zit Kees.
Hij is 59 jaar.
Opa.
Hij verbergt het grijze hoofd in zijn grote handen.
Ik zie dikke vingers, vieze nagels.
Het grote opalichaam schokt.
Hij huilt als een klein kind.
Onophoudelijk.
Ik vraag me af, wetend wat nog komen gaat: waar eindigt mededogen?
De vertegenwoordiger van het openbaar ministerie heeft Kees artikel 242 en artikel 244 Wetboek van Strafrecht ten laste gelegd.
Daarom hangt die beklemmende sfeer in 14 en is de TNO ‘er zo ontdaan.
Opa krijgt een glaasje water.
Helemaal achter in de hoek van de zaal zit oma, met misschien wel twee van haar kleinkinderen.
Kees snikt: ’t Is slim. Ik kan het niet terugdraaien. Ik heb het zo moeilijk.’
Sissend vanuit de hoek: ‘Zwijn’.
De aanklager zegt dat hij, het openbaar ministerie, rillingen over heel het lijf kreeg bij het lezen van het dossier.
Het zegt: ‘Een opa hoort een veilige omgeving te zijn. Maar dat was deze opa niet. Iedere keer als ze naar opa moesten, was er de angst dat ze weer te grazen werden genomen.’
Kees jankt dat hij de scheiding die volgende maand wordt uitgesproken het allerergste vindt.
Toen zijn moeder, zijn steunpilaar, vier jaar geleden overleed, was het allemaal nog erger geworden. Het werd kratje naar kratje. ‘Mijn vrouw wist niet eens dat er al weer een nieuwe stond.’
Zijn vrouw wist wel dat hij er agressief van werd, van al die kratjes.
Dat kon zij weten als geen ander.
De barmhartige verdediger zegt dat Kees er niet al te best voor staat, maar dat het ergste waarschijnlijk nog moet komen.
De raadsman zegt dat opa Kees het zwaar heeft in het huis van bewaring.
Daar huilt hij ook heel de dagen.
En dat hij veel kwijt is.
Niet alleen dertig kilo gewicht vanwege alle ellende, maar ook zijn huis.
Dat hij ook afstand heeft gedaan van de boedel.
Dat hij zijn werk kwijt is.
Zijn sociale omgeving.
En zijn familie, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn drie kleindochters.
Uitgekotst, alles weg.
Tussen zijn grote handen door snikt Kees dat het jammer is voor die meisjes.
Het openbaar ministerie, wat gewend, blikt nors terug.
Zegt: ‘Hij heeft het leven van drie jonge kinderen volledig op de kop gezet. Verwoest. De gevolgen kunnen levenslang zijn.’
De aanklager namens de samenleving vraagt zich dan af: welke straf geef je nou aan zo’n opa?
Een opa die met kracht en/of bruut geweld tongzoende met zijn kleinkinderen, die één of meer van zijn vingers in de vagina’s van zijn kleinkinderen duwde en/of heeft gebracht. Die aan de schaamlippen van zijn kleinkinderen likte en ‘andere feitelijkheden’.
Een opa die zijn kleinkinderen met kracht tegen de grond werkte als ze tegenspartelden (en dat deden ze). Om vervolgens ‘seksueel binnen te dringen’.
Het arrondissementsparket Groningen eist achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk.
De TNO’er vraagt na afloop of dit soort zaken nou veel voorkomt.
Wij, persvertegenwoordigers, antwoorden: Ontuchtzaken? Vaak. Wekelijks.
We zeggen: opa’s komen wij overigens niet zo vaak tegen.
’t Zijn vaker de vaders.
TNO: ‘Tsss..., hoe vertel ik dit thuis?’
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak 21 december 2006
Kees hangt. De rechtbank vindt de eis van de officier van justitie niet recht doen aan de ernst van de feiten, zoals dat dan heet. Kees kreeg drie jaar cel, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk. Dat is het dubbele.