Wednesday, December 13, 2006

hvb oproer 2/archief nvhn

politie in het hvb, kort na de oproer -

foto: archief nieuwsblad van het noorden

 

 

Vandaag even wat anders.

Vandaag bezocht ik met collega Corne Sparidaens het Huis van Bewaring (HvB) aan de Hereweg in Groningen. Corne is fotograaf voor Dagblad van het Noorden dat morgen, donderdag, een fotoreportage publiceert over het in 1884 geopende gevang.

 

Dat bezoek had voeten in de aarde.

Omdat het HVB sinds kort buiten gebruik is, had ik bij justitie het verzoek gedaan er nog een keertje te mogen kijken. En om er krantenfoto's te laten maken, om Groningers die altijd op het rechte pad zijn gebleven eens een blik binnen te gunnen.

Bij justitie doen ze altijd moeilijk over dat soort verzoeken.

Dan komt Den Haag er aan te pas en dan duurt het lang.

Alsof de minister zelf toestemming moet geven.

 

Na enige weken zeuren kwam dan eindelijk antwoord: leuk idee.

Sterker nog: het verzoek van de krant had justitie aan het denken gezet en dat denken had geresulteerd in iets moois: we gaan een open dag houden in Groningen.

 

Zaterdag (16 december) van tien tot vier uur.

Iedereen welkom.

Voormalig personeel geeft rondleidingen door een pracht van een gebouw dat barst van de verhalen.

Ik kan het van harte aanbevelen.

 

Ik kwam er wel eens.

Dan zag ik de gedetineerden achter hun naaimachines zitten.

Het Groninger HvB – dat nooit een naam heeft gekregen – was een textielbajes.

Achter de naaimachine werden fleurige kussentjes gemaakt voor de Hema bijvoorbeeld, en kruipdekentjes voor baby's.

 

In een Huis van Bewaring hoeven gedetineerden niet te werken.

Een Huis van Bewaring is daarentegen wel verplicht arbeid aan te bieden.

Omdat in Groningen het aantal arbeidsplaatsen beperkt was, bestond er soms een wachtlijst voor werkwilligen. Het was de truc om op die lijst terecht te komen: dan kreeg je wachtgeld.

 

Hier en daar stonden emmertjes om regenwater op te vangen.

Het gebouw voldeed, zo heette het officieel, niet meer aan de eisen van de tijd: het gebouw was zo lek als een mandje.

 

Er waren ook klassieke ontsnappingen met aan elkaar geknoopte lakens.

Toen ik eens een gevangenisdirecteur na zo'n klassieker om commentaar vroeg, bevestigde hij het verhaal van het mandje. Zo'n ontsnapping is niet zo bijzonder, zei de man. Hij zei: "Bijzonder is dat het niet vaker is gebeurd."

 

In de wachtruimte voor bezoekers hing lang een bordje (vandaag niet meer) waarop zo ongeveer stond dat 'wie drugs naar binnen smokkelt uit het gebouw verwijderd zal worden en de toegang voortaan wordt ontzegd'. Een bijzondere tekst: in sommige landen krijg je voor drugs de doodstraf, in Nederland zetten ze je uit de gevangenis.

 

Jan Frima, begonnen als bewaarder maar tot voor kort hoofd beveiliging, wijst ons tijdens de rondleiding op de vangnetten van stevig touw die tussen de etages zijn gespannen. Die hangen daar sinds 1971 om te voorkomen dat gedetineerden personeel naar beneden gooien. En dat is niet zomaar.

 

Uit het krantenarchief van Nieuwsblad van het Noorden duikel ik de artikelen op uit dat jaar: op 4 november 1971 was er een oproer.

 

Muitende gevangenen gooien met alles wat los en vastzit.

Op het dak slaan zij dakpannen stuk.

Er breekt brand uit.

Tientallen politiemensen met karabijnen hebben het gebouw omsingeld.

De politie van Nijmegen, toevallig op oefening in Drenthe, stoomt op naar de stad.

De gevangenen dreigen een bewaker naar beneden te gooien.

 

De hoofdcommissaris van politie Heijink roept de muitende gevangenen 's avonds om 22.45 uur toe:

'Attentie, attentie.

Tot u spreekt nu de hoofdcommissaris van politie.

Ik doe een dringend beroep op u uw kalmte en rust te bewaren.

U dient er voor te zorgen dat de bewaarders geen haar gekrenkt wordt.

U zult zich moeten realiseren dat wanneer u ze wel verwonden zou, dat dit voor u de meest ernstige gevolgen zal hebben (…)'

 

23.27 uur: bluswater dooft de vlammen die een gat brandden in het dak.

23.40 uur: gegijzelde bewaker komt huilend naar buiten.

 

Minister-president Biesheuvel wordt – ondanks griep – uit zijn bed gebeld. Een dag later stelt hij, na kabinetsberaad, een commissie in die diepgaand onderzoek moet doen naar de oproer in Groningen.

 

De eisen van de gevangenen: meer recreatie, langer televisie mogen kijken en goedkopere cola.

 

Andere tijden.

Zaterdag van tien tot vier uur.

Kijken.

 

Rob Zijlstra

posted @ 5:34 PM | Feedback (47)

Er hangt een beklemmende sfeer in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.

De vertegenwoordiger van de advocatuur zegt: ‘Ik verdedig de dader. Niet zijn daad.’

Opdat iedereen eventjes weet waar de raadsman staat.

 

Op de tribune zit een man van TNO.

Hij weet niet hoe hij het heeft.

In opdracht van de Raad voor de Rechtspraak doet hij veldonderzoek naar mogelijke ict-toepassingen, naar digitale dingen in rechtszalen (dat zei hij).

Daarom zit hij daar.

Verbouwereerd en ontdaan.

‘Hoe vertel ik dit thuis’, zal hij later zeggen.

 

In het verdachtenbankje zit Kees.

Hij is 59 jaar.

Opa.

Hij verbergt het grijze hoofd in zijn grote handen.

Ik zie dikke vingers, vieze nagels.

Het grote opalichaam schokt.

Hij huilt als een klein kind.

Onophoudelijk.

 

Ik vraag me af, wetend wat nog komen gaat: waar eindigt mededogen?

 

De vertegenwoordiger van het openbaar ministerie heeft Kees artikel 242 en artikel 244 Wetboek van Strafrecht ten laste gelegd.

Daarom hangt die beklemmende sfeer in 14 en is de TNO ‘er zo ontdaan.

 

Opa krijgt een glaasje water.

 

Helemaal achter in de hoek van de zaal zit oma, met misschien wel twee van haar kleinkinderen.

Kees snikt: ’t Is slim. Ik kan het niet terugdraaien. Ik heb het zo moeilijk.’

 

Sissend vanuit de hoek: ‘Zwijn’.

 

De aanklager zegt dat hij, het openbaar ministerie, rillingen over heel het lijf kreeg bij het lezen van het dossier.

Het zegt: ‘Een opa hoort een veilige omgeving te zijn. Maar dat was deze opa niet. Iedere keer als ze naar opa moesten, was er de angst dat ze weer te grazen werden genomen.’

 

Kees jankt dat hij de scheiding die volgende maand wordt uitgesproken het allerergste vindt.

 

Toen zijn moeder, zijn steunpilaar, vier jaar geleden overleed, was het allemaal nog erger geworden. Het werd kratje naar kratje. ‘Mijn vrouw wist niet eens dat er al weer een nieuwe stond.’  

Zijn vrouw wist wel dat hij er agressief van werd, van al die kratjes.

Dat kon zij weten als geen ander.

 

De barmhartige verdediger zegt dat Kees er niet al te best voor staat, maar dat het ergste waarschijnlijk nog moet komen.

De raadsman zegt dat opa Kees het zwaar heeft in het huis van bewaring.

Daar huilt hij ook heel de dagen.

En dat hij veel kwijt is.

Niet alleen dertig kilo gewicht vanwege alle ellende, maar ook zijn huis.

Dat hij ook afstand heeft gedaan van de boedel.

Dat hij zijn werk kwijt is.

Zijn sociale omgeving.

En zijn familie, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn drie kleindochters.

Uitgekotst, alles weg.

 

Tussen zijn grote handen door snikt Kees dat het jammer is voor die meisjes.

Het openbaar ministerie, wat gewend, blikt nors terug.

Zegt: ‘Hij heeft het leven van drie jonge kinderen volledig op de kop gezet. Verwoest. De gevolgen kunnen levenslang zijn.’

 

De aanklager namens de samenleving vraagt zich dan af: welke straf geef je nou aan zo’n opa?

 

Een opa die met kracht en/of bruut geweld tongzoende met zijn kleinkinderen, die één of meer van zijn vingers in de vagina’s van zijn kleinkinderen duwde en/of heeft gebracht. Die aan de schaamlippen van zijn kleinkinderen likte en ‘andere feitelijkheden’.

Een opa die zijn kleinkinderen met kracht tegen de grond werkte als ze tegenspartelden (en dat deden ze). Om vervolgens ‘seksueel binnen te dringen’.

 

Het arrondissementsparket Groningen eist achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk.

 

De TNO’er vraagt na afloop of dit soort zaken nou veel voorkomt.

Wij, persvertegenwoordigers, antwoorden: Ontuchtzaken? Vaak. Wekelijks.

We zeggen: opa’s komen wij overigens niet zo vaak tegen.

’t Zijn vaker de vaders.

TNO: ‘Tsss..., hoe vertel ik dit thuis?’

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - uitspraak 21 december 2006

Kees hangt. De rechtbank vindt de eis van de officier van justitie niet recht doen aan de ernst van de feiten, zoals dat dan heet. Kees kreeg drie jaar cel, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk. Dat is het dubbele.

 

 

 

 

posted @ 12:18 AM | Feedback (16)