Engin staart roerloos naar het tafelblad.
Zou hij het kunnen, dan draaide hij alles terug.
Maar dat kan hij nooit.
Met drie gerichte schoten, gestrekte arm, schoot hij op 13 november vorig jaar de 38-jarige Imadelin Abdalla Medani Elnour dood.
Om niks.
Op het moment de officier van justitie begint met het formuleren van de eis, kijkt hij heel even opzij naar zijn advocaat Peter Plasman.
Alsof dat wat helpt.
Dan sluit hij de ogen.
Vijftien jaar gevangenisstraf.
Diepe zucht.
Hij is dertig.
Emad, zoals het slachtoffer werd genoemd, was acht jaar geleden uit Soedan naar Nederland gekomen. Hij had het hier als automonteur aardig voor elkaar. Samen met zijn Nederlandse partner en onafscheidelijke broer wilde hij een garagebedrijf beginnen.
Hij woonde in de Schoolhom, op een steenworp van de Groninger rosse buurt.
In die buurt deed Engin zijn dingen.
Daar genoot hij zijn uitkering en beunde hij wat.
Wat, werd niet duidelijk.
Emad stond bekend als een alleraardigst, hulpvaardige man.
Dat zeiden zelfs de vrienden van Engin.
Engin werd omschreven als een zelfbewuste en intelligente man.
Maar met drank op, is hij uiterst agressief en onvoorspelbaar.
Hij dronk heel veel en vaak.
In zijn auto lag altijd een vuurwapen op scherp.
Emad had die auto, rode BMW, gerepareerd.
Hij had de kosten vooraf geschat op 350 euro.
Na gedane zaken werd het 600.
Engin had dat geen probleem gevonden, maar ook geen geld om het te betalen.
Daar hadden ze woorden over.
Op 13 november, 's avonds, zit Engin in de vensterbank van een café in de rosse buurt.
Hij is naar buiten gegaan omdat hij dronken is van de cocaïne met drank.
Hij kotst.
Dan verschijnt Emad, op weg naar huis, op het toneel.
Net als een dag eerder ontstaat een woordenwisseling over de openstaande rekening.
Er wordt wat geduwd en getrokken.
Engin loopt naar zijn auto, pakt het vuurwapen en schiet.
Emad sterft ter plaatse.
Engin stapt dan in de auto en rijdt weg.
Naar café New York, naar discotheek Pruim in Zevenhuizen.
Op zoek, zei hij, naar oude wijze Turkse mannen die hem konden vertellen wat nu te doen.
Vijf weken later wordt hij in Albanië aangehouden.
Bij de politie had hij - 'om van ze af te zijn' - een verhaal opgehangen.
Dat niet hij, maar Hans had geschoten.
Daarna had hij zich beroepen op zijn zwijgrecht.
Bij de rechter zou hij zijn verhaal, zijn waarheid vertellen.
Dat deed hij dinsdag in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen.
Engin zei, zelfbewust: 'Ik heb het gedaan. Ik neem alle verantwoordelijkheid.'
Officier van justitie Andries Jongsma had niet veel woorden nodig.
Kernvraag is, zei hij, of hier sprake is van moord of van doodslag?
Hij had het antwoord ook.
Emad is in koelen bloedde doodgeschoten.
Hij liep naar de auto, pakte zijn wapen en schoot.
Geen opwelling.
Engin is een trigger-happy mannetje.
Moord.
Vijftien jaar.
Uitspraak over twee weken.
Een officier van justitie liet onlangs in zaal 14 aan een groep studenten weten dat Nederland een van de weinige landen is waar een moord in twee, drie uur berecht kan worden. In Engeland, Duitsland doen ze daar al gauw een week of tien, twaalf over.
Die Engelsen en Duitsers zijn stinkend jaloers op ons, zei de officier van justitie, jaloers op onze efficiënte rechtspraak.
'Onze' voortvarendheid kan ook nadelen hebben.
Zo bleef de rol van Hans wat onderbelicht.
Vlak voordat Engin in zijn rode BMW stapte, hadden getuigen – die op het geknal waren afgekomen – gezien dat hij iets gaf aan een man die zij als Hans kenden.
Hans stond dinsdag ook terecht.
De rechtbank had voor zijn zaak een efficiënt half uurtje uitgetrokken.
Hans zei: 'Ik was daar, ik zat ook in dat café, ik heb het allemaal zien gebeuren. Ik zag Emad toen hij werd geraakt, dansen. Plotseling drukte Engin mij iets in de handen. Het was het pistool. Ik dacht, wegwezen hier.'
Het pistool legt hij een straat verderop onder een geparkeerde auto.
Kort daarna heeft hij telefonisch contact met Engin die vluchtgeld nodig heeft.
'Ik heb hem 250 euro gegeven.'
Daarna maakt Hans een ommetje om vervolgens weer in het café te belanden.
Daar hoort hij dat Emad dood is.
Hij gaat naar huis.
De volgende ochtend ontdekt hij dat het pistool nog steeds onder de geparkeerde auto ligt.
Hij denkt aan zijn vingerafdrukken en de zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf die hem nog boven het hoofd hangen.
Hij pakt het moordwapen om het later ergens in het water te dumpen.
Ja, zegt hij tegen de rechters, stom.
'Ik ben ongewild bij deze zaak betrokken geraakt. Ik had naar de politie moeten gaan. Maar ik was bang. Ik heb een gezin.'
De politie heeft op aanwijzing van Hans naar het wapen gezocht.
Maar niets gevonden.
Hans vindt dat ook raar.
'Heel gek, ja.'
De officier van justitie: 'Het is niet aan hem te danken dat we deze zaak hebben opgelost. En dat we het wapen niet hebben gevonden, reken ik hem ook zeer aan.'
De officier van justitie zegt dat er maar één straf past in zo'n geval: vier maanden cel.
Hans knikt en omdat hij niet is gedetineerd, mag hij gaan.
Hij neemt plaats op de publieke tribune, tussen de rechercheurs die belast waren met het moordonderzoek.
Zouden officieren van justitie en rechters in Engeland of Duitsland meer tijd nemen omdat ze alles willen weten?
Rob Zijlstra
UPDATE - uitspraak 19 december 2006
Geen noodweer, maar een moord in koelen bloede, aldus de rechtbank. Engin kreeg conform 15 jaar. Daarnaast moet hij de nabestaanden 20.000 euro betalen.
Niet blij was de rechtbank met Hans. Hij heeft de opsporing willens en wetens belemmerd, bewust tegengewerkt, zo staat in zijn vonnis. Daarmee heeft hij de nabestaanden ook bewust in onzekerheid gelaten, iets dat de rechtbank hem aanrekent. Maar van medeplichtigheid aan, wilde rechtbank niet weten. Vier maanden cel voor het overtreden van de wet wapens en munitie.
UPDATE - uitspraak hoger beroep - 1 februari 2008
Het hof in Leeuwarden ziet het anders: geen moord, maar doodslag. En dat betekent (in dit geval) geen 15 jaar, maar 12.