Thursday, November 30, 2006

jo

(bron: www.gentblogt.be)

 

 

Jo, 24 jaar, heeft er rekening mee gehouden dat hij oud en nieuw aanstaande niet in huiselijke kring viert. Niet dat hij zich nou zo heel erg schuldig voelt aan de tien strafbare feiten waarmee de officier van justitie hem om de oren slaat.

Hij ontkent vooral en wat moeilijk te ontkennen is, zit net even anders.

 

En dan heeft hij het nog niet eens over de politie gehad.

De politie stalkt hem, om knettergek van te worden.

Toen hij werd aangehouden door een agent in uniform dacht hij dat hij werd overvallen.

En wie schrikt dan niet?

 

Op 27 juni komt bij de politie een melding binnen van een woninginbraak in Losdorp.

De bewoner heeft vaag twee mannen gezien en het kenteken van de groene Peugot 306 genoteerd.

De politie kent dat kenteken.

Dat is van Jo.

 

Via de meldkamer worden ’alle eenheden bij de weg’ opgeroepen uit te kijken naar de auto. Op de N360, Delfzijl – Groningen, ter hoogte van Garrelsweer is het snel raak. Aan de kant van de weg staat de Peugot met Jo achter het stuur.

 

De agenten gaan over tot de ’autoprocedure zonder vuurwapenindicatie’.

Een agent pakt Jo door het openstaande raam bij de arm en gelast hem uit te stappen.

Jo komt in opstand.

De agent probeert vervolgens en volgens de procedure de contactsleutels te pakken.

Het halve bovenlichaam van de politieman steekt dan de auto in.

 

Op dat moment geeft Jo gas en sleurt de agent bungelend zo’n vijftig tot zestig meter mee. De agent belandt uiteindelijk in de berm. Jo rijdt door, duikt onder, verwerft daarmee een notering in het internationale opsporingsregister en meldt zich na anderhalve maand op het politiebureau te Delfzijl.

De agent raakt fysiek lichtgewond, maar psychisch zwaar en is nog altijd niet volledig hersteld en aan het werk. Hij heeft angstdromen.

 

Jo zegt dat het net even anders is gegaan.

’Hij begon aan me te trekken, ik schrok heel erg. Ik dacht dat het een overval was. Ja, hij had wel een uniform aan, maar geen pet op. En er is niet gezegd, duizend procent zeker, dat ik werd aangehouden. Ik dacht dit is geen zuivere koffie, ik ben aan de beurt. Ik raakte in paniek.’

Jo raakte dat omdat zes jaar geleden een serieuze aanslag is gepleegd op zijn vader.

Bom onder de auto.

Drugsgerelateerd.

Nooit opgelost.

 

Dat hij anderhalve maand spoorloos bleef, noemt hij niet zo slim. En dat de agent gewond raakte en nog altijd niet volledig is hersteld, is ’best wel kloten’. Maar, zegt hij, het is een blijft een domme actie van die man, heel onprofessioneel.

 

Jo heeft het sowieso niet op de politie. ’Ze hebben de pik op mij. Ik word vier, soms wel vijf keer in de week aangehouden. Rijbewijs, kenteken. Echt niet normaal.’

De officier van justitie vindt van wel: wie een strafblad heeft zoals Jo heeft, wordt nu eenmaal extra in de gaten gehouden.

 

De officier van justitie kondigt aan een straf te zullen eisen die Jo rauw op het dak zal vallen. Want Jo heeft volgens haar meer en ’niet de minste feiten’ op zijn geweten.

Diefstallen van een stroommeterkast, een boiler, zeshonderd liter diesel, koperen leidingen.

Bedreigingen, openlijke geweldpleging en mishandelingen: drie personen met gebroken neus, pols en een dubbele kaakfractuur.

Het exploiteren van een hennepplantage.

 

Over dat laatste zegt Jo: ’Dom van mij.’

Ontkennen kan hij ook niet.

Dat is de schuld van Pol.

 

Pol was naar de politie gerend en biechtte op dat hij een hennepplantage had in zijn woning. Zijn probleem was dat Jo, die ook meedeed, die avond bij hem langs zou komen voor geld. En voor Jo is Pol als de dood zo bang.

 

De Delfzijlster politie denkt creatief. Twee agenten zullen zich verstoppen in de meterkast van Pol’s hennepwoning en laat Jo dan maar komen.

Om twintig over acht belt hij pislink aan. Hij eist 1100 euro of Pol’s scooter, overgeschreven op zijn naam. En als Pol dat niet wil, dan gaan er andere dingen gebeuren.

Daarop springen de twee agenten als duiveltjes uit doosjes uit de kast en wordt Jo overmeesterd.

 

De officier van justitie zegt zich grote zorgen te maken over Jo.

Over zijn houding.

’Hij is nog jong, maar met een enorme waslijst aan strafbare feiten.

Hij slaat, schopt en bedreigt mensen die hem in de weg staan.’

En dan, plechtig: ’Maar vandaag gaat de maatschappij met Jo afrekenen.’

 

De rekening: Jo mag de Staat 800 euro betalen, het geld dat hij zelf zegt te hebben verdiend met die hennepplantage (1100 minus een investering van 300 euro).

Zijn slachtoffers moet hij met in totaal 4.000 euro schadeloos stellen.

De groene Peugot wordt verbeurd.

En tot slot: drie jaar gevangenisstraf.

 

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - donderdag 14 december 2006

Tijdens het voorlezen van het vonnis, schudt Jo het hoofd. Van twee van de tien aanklachten wordt hij vrijgesproken, de rest acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. De poging tot doodslag op de agent telt het zwaarst, en is strafverzwarend omdat het om een agent gaat. De twee vrijspraakjes helpen hem niet: het vonnis is confrom de eis, drie jaar onvoorwaardeljke celstraf. Gezien zijn afkeurende reactie denk ik dat hij in hoger beroep gaat.

 

posted @ 7:03 PM | Feedback (49)