Friday, November 17, 2006

lijstje 2006

 

Nog even en dan duiken ze weer op, de lijstjes 2006. Ik zou er zo een paar kunnen maken. Van de leukste verdachten van dit jaar. De meest aandoenlijke, de grootste dommeriken.

 

Van de meest verachtelijke verdachten.

 

De twee mannen die deze week terechtstonden in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen zouden goede kandidaten zijn voor dat laatste lijstje. Ik noem ze Flip en Flap. De officier van justitie kreeg kromme tenen van die twee. Dat kon je niet zien, maar hij zei het herhaaldelijk. Ook de rechters konden niet worden betrapt op enige sympathie.

 

Het verhaal begint bij mister Big uit Stadskanaal. Die rijdt op een dag in zijn auto de politie tegemoet. Omdat hij heeft gedronken, krijgt hij een boete van 300 euro.

Naast mister Big zit Frekie.

 

Het wordt 6 januari.

Flip en Flap gaan met een stel vrienden thuis bij Harm een nieuwjaarsborrel drinken. Big komt ook. Die krijgt al tijdens het eerste kratje bier een strak idee: laten we Frekie uitnodigen voor een gezellig biertje.

Flip moet Frekie bellen.

Hij gehoorzaamt, wetende dat het straks helemaal niet gezellig gaat worden.

 

Big had gezegd: Frekie gaat die 300 euro dokken. Ik zat dan wel achter het stuur, maar die gek zat naast me. Dus logisch, toch? De vrienden knikken, want Big spreek je niet tegen.

 

Flip weet dat Frekie geen schijn van kans maakt.

Tegen de rechters zegt hij: ’Frekie is een buitenbeentje, een beetje raar in zijn hoofd.’

De rechters -  zij kennen het dossier - vullen aan: U bedoelt dat Frekie een kwetsbare jongen is, een eitje.

Flip en Flap knikken.

 

De rechters: U belt en Frekie komt. En toen?

Flip: ’Dat weet ik niet meer.’

Rechters: We zullen u helpen. Direct bij binnenkomst krijgt Frekie zijn eerste klappen. Klopt dat?

Flip: ’Ik geloof het wel. Met drie, vier man waren ze met hem bezig. Daarna moest hij op een stoel gaan zitten. Ja, hij huilde.’

Rechters: Heeft u ook geslagen?

Flip: ’Ik weet het niet.’

Rechters: Hoe komt het dat u het niet meer weet?

Flip haalt de schouders op en grijnst wat.

Dat weet hij ook niet.

 

De rechters: Jullie hebben zijn moeder gebeld en gezegd dat als hij niet betaalt, zij straks een dode zoon heeft.

Flip knikt. Zoiets ja.

 

Tot twee keer toe probeert Frekie, panisch, de woning te ontvluchten. Dat mislukt even zo vaak. De molestaties gaan door.

 

Flap ontkent zijn aandeel. Hij zat alleen maar, zegt hij, rustig op de bank. ’Te kijken. Ik deed helemaal niks.’

 

Na een paar uur besluiten de vrienden dat de nieuwjaarsborrel ten einde is. Ze gaan een stukje rijden. Flap blijft ook nu rustig op de bank zitten, maar Flip gaat mee.

Rechters: Waarom ging u mee?

Flip: ’Weet niet. Onder druk gezet, misschien. Of uit angst of zo?’

 

Ze rijden richting Sellingen. Halverwege, bij de Beetse, stappen ze uit. Ze meppen er nog een tijdje flink op los om Frekie vervolgens mee te nemen naar de waterkant. Het is dan al nacht. Hij hoort dat ze hem daar gaan verzuipen en heeft geen reden aan te nemen dat ze grapjes maken. Hij had, gek van doodsangst, Flip nog gesmeekt: help me! Maar Flip had de schouders opgehaald.

 

De voorgenomen moord blijft achterwege. Als ze hem in de kofferbak willen dumpen, slaagt Frekie erin zich los te rukken en weg te rennen. Het betekent niet de vrijheid. Als een hond wordt hij teruggeroepen en zo bang hij is, geeft hij daar gehoor aan. De rit wordt voortgezet, naar de woning van zijn moeder om het boetegeld te incasseren. Uiteindelijk worden alleen wat spullen meegenomen: een telefoon, een oplader, een jas.

Strafexpeditie ten einde.

 

Flap zegt tegen de rechters dat hij zich schaamt, want hij kende Frekie al heel lang. ’Het kwam door de drank die ging werken en de groepsdruk. Je loopt mee. Ik vind mezelf een klootzak.’

 

Flip vindt nog steeds niks.

De rechters kijken hem zorgelijk aan: zolang er mannen als Flip bestaan, houden wij werk zat, zie je ze denken. De reclassering rapporteert dat Flip in die tijd flink aan de drank was, extreem veel blowde en speed en cocaïne gebruikte.

 

Tegen Flap zegt de officier van justitie met de tenen krom in de schoenen: ’U had die woning kunnen verlaten. Maar u bleef rustig kijken terwijl een jongen die u goed kende werd gemolesteerd. En u ging niet weg omdat u dan naar huis zou moeten lopen. Dan ben je diep gezonken, dan spoor je niet.’

Eis: een taakstraf van tachtig uur en vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

 

Richting Flip zegt de officier: ’Hier past slechts walging.’

Eis: een taakstraf van tweehonderd uur en eveneens vier maanden voorwaardelijk.

En streng tegen beide: ’Dit is een ultieme waarschuwing.

 

Buiten de rechtbank hervinden ze zichzelf. ’Dat was lachen, met die rechters...’

Maar er klonk ook een heel klein beetje hoop.

Flip: ’Mij zien ze hier nooit weer.’

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - uitspraak dinsdag 28 november 2006

Flap is vrijgesproken. Volgens de rechtbank was hij passief aanwezig en had hij geen aandeel in de strafbare feiten.

Flip moet 200 uur werken en kreeg daarnaast als stok achter de deur vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Ofwel: conform de eis.

 

 

UPDATE - donderdag 22 februari 2007

 

MR. BIG HOORT 7 JAAR EISEN

Mr. Big stond vanmiddag terecht en hoorde tot zijn ontzetting - ik wil een gewoon leven - een gevangenisstraf eisen van zeven jaar. Behalve zijn rol in de strafexpeditie tegen Frekie, wordt hij verdacht van diefstal van aanhangwagens met aluminium steigers en van een poging doodslag op een politieagent: hij reed in een auto in op de agent die hem wilde aanhouden omdat hij te hard reed.

 

posted @ 12:23 AM | Feedback (25)