Tuesday, November 07, 2006

artikel dvhn

dagblad van het noorden - 10 april 2006

 

 

Vaak hebben ze, daar in Stadskanaal, niets te doen.

Dan hangen ze rond bij de ingang, voor bij Super de Boer.

Niet dat dat helpt of zo.

Want meestal hebben ze dan nog steeds niets te doen.

 

Bij de politie was de dag na de brand anoniem een tip binnengekomen.

't Is dat Londsdale-groepje geweest van voor bij Super de Boer.

 

De politie zei bedankt, en plaatste het groepje na de tip onder de tap.

Drie weken later wist de politie genoeg.

Jonny, Maarten en Levin werden aangehouden.

 

Het gaat in dit verhaal vooral om Jonny.

Iemand, zo oordeelde de psychiater, met weinig identiteit.

Een meeloper.

 

De rechters vroegen: Bent u Londsdale?

Jonny: 'Een paar mensen uit ons groepje dragen kleding van Londsdale. Ik heb alleen een petje.'

Rechters: Staan jullie achter het gedachtegoed van Lonsdale?

Jonny: 'Sommigen wel.'

Rechters: U?

Jonny: 'Nee, ik maak wel eens een grapje of zo, maar daar bedoel ik niets mee.'

Rechters: 'U bent een meeloper.'

 

Op 8 april hadden ze rondhangend iets leuks bedacht.

Ze zouden die avond zwarte kleding aantrekken voor het geval ze in het donker uit handen van de politie moesten blijven. Jonny had 's middags bij de Total een fles benzine gekocht. Ze wilden brand stichten. Dat wil zeggen, ze wilden een luchthoorn (een toeter met perslucht) in open vuur opblazen. Voor de harde knal die dat geeft, de kick en tegen de verveling.

 

En zo kwam het dat ze 's nachts gedrieën rondfietsten en uiteindelijk terechtkwamen bij vakantiepark Pagedal.

Daar zetten ze in een prullenbak in de fik.

De toeter explodeerde niet.

Steekvlammetje.

 

Zo was het gegaan.

 

De officier van justitie zei van niet.

Want terwijl Jonny, Maarten en Levin rondfietsten, rukte de brandweer die nacht even na drie uur met toeters en bellen uit naar het winkelcentrum waar kledingzaak Fashion Club kort maar heftig in brand stond. Veertig bewoners van de bovengelegen seniorenwoningen moesten in allerijl en pyjama worden geëvacueerd.

 

Jawel, zei Jonny, ze hadden die brandweer- en politieauto's die nacht wel voorbij zien scheuren.

Nee, ze waren toen niet gaan kijken of zo.

Ze keken wel uit.

Jonny: 'Ik had immers een flesje benzine in de rugzak. Dat kon je ruiken. Voor je het weet ben je verdacht.'

 

Maar Maarten biechtte na zijn aanhouding de boel op.

Jonny heeft de kledingzaak in brand gestoken, zij hij, en wij stonden er bij. Hij had nog geroepen, dit gaat niet goed.

'Daarna namen we speed.'

Ook Levin zei iets soortgelijks bij de politie, maar slikte dat later in. Hij had dat gezegd, omdat hij onder druk was gezet. Die agenten hadden hem zo streng toegesproken dat hij maar wat had verzonnen. Bij de rechter-commissaris verklaarde hij anders, dat ze nooit bij het winkelcentrum waren geweest die nacht.

 

Waarom verklaart Maarten wel zoiets, vroegen de rechters aan Jonny.

Hij is toch een vriend?

Jonny wist het niet of zo.

'Geen idee. Ik kan beter nieuwe vrienden zoeken.'

 

Afgelopen vrijdag heeft de politie aan de hand van de verklaringen een reconstructie gemaakt van hun nachtelijke fietstocht door Stadskanaal. Daar is een tijdbalk van gemaakt. De advocaat van Jonny had flink zitten meerekenen en kwam tot de conclusie dat het drietal in de tijd bezien nooit voor de brand in het winkelcentrum geweest kan zijn.

Dus…

 

Dan nog wat.

Het is niet logisch om eerst een winkel in de fik te steken en daarna naar Pagedal te fietsen om een luchthoorn op te blazen. Een luchthoorn is van een heel andere orde dan een winkel met daarboven seniorenwoningen.

Toch?

Dus…

 

Niks dus, zei de officier van justitie.

Hij kwam met de telefoontaps op de proppen.

De afgeluisterde gesprekken hebben er alle schijn van, zei de officier van justitie, dat Jonny heeft geprobeerd verklaringen op elkaar af te stemmen.

 

In een telefoongesprek met Levin, op 26 april zei hij: 'Ze moeten het uit ons trekken, anders hebben ze niets. We moeten zeggen dat we lagen te slapen. Dus gewoon ontkennen. Dat je voor twaalf uur in bed lag, in ieder geval niet zeggen dat je 's nachts buiten bent geweest.'

En mobiel tegen zijn vriendin: 'Ik lul er wel een verhaal omheen. Hoe moeten ze bij ons komen, die klootzakken?'

 

Dus… 24 maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk.

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE - dinsdag 21 november 2006

De rechtbank is er na twee weken nog niet uit en gelastte vanmiddag nader onderzoek. Dat betekent vooral dat Maarten en Levin onder ede als getuigen en op de zitting - gepland op 14 december - worden gehoord.

 

UPDATE - woensdag 27 december 2006

Brandstichting wordt niet zelden gepleegd bij wijze van grap die dan uit de hand loopt. De rechtbank doet daar nooit kinderachtig over: Jonny moet 16 maanden zitten en kreeg daarnaast acht maanden voorwaardelijk opgelegd.

 

posted @ 9:30 PM | Feedback (16)

Hij was een makkelijke prooi.

Ladderzat zwalkt Johnny Walker, zakenman uit Schotland, in mei dit jaar door de Groninger hoerenbuurt.

Plotseling wordt hij aangevallen.

Voelt een scherp, puntig ding in de rug.

Dacht: shit!

 

Kort daarna is hij ontdaan van portemonnee, mobiele telefoon, gouden ketting en een Breitling-horloge ter waarde van 10.000 euro.

De Schot doet geen aangifte.

Wat had hij – nota bene zakenman - daar ook te zoeken in die buurt en zo laat nog.

 

Paar dagen later.

 

Een boze mevrouw belt de politie.

Haar ex heeft bij haar in huis amok gemaakt.

En passant vertelt ze de agenten dat die lelijke ex van d'r zei iemand te hebben beroofd.

Flinke buit.

Als bewijs had hij de buit woedend bij haar op tafel gegooid.

Portemonnee, mobiele telefoon, gouden ketting en een Breitling-horloge ter waarde van 10.000 euro.

 

Ulrich, de ex, wordt aangehouden.

Hij zegt het niet in z'n eentje te hebben gedaan.

Eric was er ook bij.

Eric wordt aangehouden.

Hij ontkent.

 

Dinsdagochtend zitten ze in zaal 14 van de rechtbank van Groningen.

 

Johnny Walker is inmiddels terug in Schotland.

Om duidelijkheid te krijgen wil justitie hem als getuige horen.

Maar Walker heeft daar niet zo veel zin in.

Ook niet na herhaaldelijk aandringen.

 

Bovendien kan hij zich maar weinig herinneren van zijn nachtje in de stad (drank). En ook, niet in de laatste plaats, zou hij zich schamen (de hoeren).

 

De rechtbank heeft daar niets mee te maken.

Het openbaar ministerie krijgt de opdracht een nieuwe poging te ondernemen de Schot alsnog aan te tand te voelen.

Zolang dat niet is gebeurd, kunnen Ulrich en Eric niet worden berecht.

Een rechtshulpverzoek is inmiddels verstuurd.

 

Bij de politie hebben ze een ander probleem.

Bij het roofcoördinatieteam ligt nog altijd de buit, inclusief dat horloge van 10.000 euro.

Johnny Walker, die na die wilde nacht nog regelmatig in Groningen is geweest, weigert zijn eigendommen op te halen.

Een poging de spullen dan maar op te sturen, mislukte.

Koeriersbedrijven zijn niet bereid de bestelling te verzekeren en de politie zelf wil geen risico lopen.

 

De rechtszaak wordt binnen drie maanden voortgezet.

 

Rob Zijlstra

 

posted @ 5:44 PM | Feedback (29)