Ja, beetje lullig.
Ik zie op een ochtend naast mijn zaak een dekzeiltje liggen.
Dacht, dat is gek. En ’s avonds lag het er nog.
Weet je wat, zei ik tegen mezelf, ik leg het even in mijn kelder, anders wordt het nat. Optrekkend grondwater.
Jullie denken natuurlijk dat ik dat spul heb gejat.
Nou niet dus, ik heb het alleen maar even veiliggesteld.
Onder het dekzeiltje lagen twee brandnieuwe cv-ketels en dertien designradiatoren in verpakking. Na drie weken had nog niemand zich als eigenaar gemeld. Willem’s handelsgeest zei: dan kan ik het net zo goed verkopen aan Wimpie want die kende weer iemand die zijn huis aan het verbouwen was.
Hij had er 2900 euro voor gevangen.
Willem wil zijn zaak verkopen, want hij heeft het gehad met het ondernemerschap. Werken voor een baas, zoals vroeger, lijkt hem beter voor iedereen. De banen vliegen hem toch al om de oren.
Dus, zegt hij tegen de rechters, doe mij maar een werkstrafje, zijn we klaar.
De officier van justitie dacht van niet.
Hij eist 18 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
Willem: ’Toe maar, toe maar…’
Dat lullige geintje met dat dekzeiltje was niet het enige waarvoor Willem terecht moest staan. Als exploitant van Cashco (Inkoop, Verkoop, Verpanding) zou hij gestolen goederen hebben opgekocht en verkocht.
Laptops, flatscreens, boormachines van Hitachi, 23 iPods, digitale camera’s.
Daarnaast bood hij onder de naam Stuntparadijs luxe goederen aan op Marktplaats.nl en Speurders.nl.
Wie betaalde, kreeg niks.
Op de publieke tribune zit een aantal gedupeerden.
Ze willen hun geld terug.
Willem vindt het maar naïef van die mensen.
Vooraf betalen, zou ik nooit doen.
Maar goed, hij had het gedaan, 3000 euro opgestreken en dat gedeeld met die andere twee. Want de rechtbank moet wel eventjes weten dat hij niet de initiator was.
’Ik kan nog geen e-mail openen.’
Het was een beetje fout gegaan nadat bij hem was ingebroken.
Had ’m 15.000 euro gekost.
Niet verzekerd, dus financiële klap.
En moest ook hij niet het hoofd boven water houden? Nou dan.
En nu hij hier toch zit, moeten de rechters weten dat die inbraak stinkt.
Die valse hond van ’m, een ouwe politiehond, had niet aangeslagen.
Kan niet anders dan dat het Ramon is geweest die die kraak had gezet.
Dat valse beest liet alleen hem met rust.
Maar de politie? Doet niks.’
De rechters willen het niet weten.
Zij willen weten waarom Willem, toen hij werd aangehouden, de sim-kaart uit zijn telefoon frutselde en die doormidden brak.
’Nou, ik dacht niet dat die kaart van belang was voor het onderzoek. Er stonden alleen privé-nummers op.’
Waarom had hij bij de politie toegegeven dat zijn handel niet altijd zuivere koffie was?
’Flauwekul. Op het politiebureau hoef je toch niet de waarheid te spreken? Ze hebben me die dingen in de mond gelegd.’
De rechters houden hem voor dat twee beroepsinbrekers bij de politie hebben verteld dat ze hun spul altijd bij Willem kwijt konden. Willem stelde geen vragen, maar betaalde contant.
Willem: ’Onzin. Ik heb die jongens in de gevangenis gesproken. Ze gaven toe dat ze het wat hadden opgeblazen. Ik stuurde ook wel eens mensen weg. Boden ze me flatscreens aan onder het bloed. Of laptops die beveiligd waren met een wachtwoord. Kijk, die handel hoefde ik niet.’
Raadsman Duco Keuning mag proberen te redden wat er te redden valt.
De politie dacht met Willem een grote slag te slaan.
Met een walvisvaarder zijn ze uitgevaren, om met een paar garnalen terug te komen. Bij zijn zaak zijn geen onrechtmatigheden aangetroffen.
Het opkopingsregister was dik in orde.
Willem heeft alleen privé een paar foutjes gemaakt, uit nood toen het hem financieel even tegenzat.
De officier van justitie is niet onder de indruk.
Hij heeft zich schuldig gemaakt aan gewoonteheling, de zwaardere variant van heling. Er zijn veel gedupeerden.
Willem verdient een flinke tik.
Dit alles was twee weken geleden.
Donderdagmiddag deed de rechtbank uitspraak.
De werkgevers die hem met banen om de oren slaan, moeten nog even geduld hebben.
Willem is, zei de rechtbank, zo schuldig als wat aan ernstige feiten.
Niks werkstrafje klaar.
Achttien maanden gevangenisstraf, zes voorwaardelijk.
Rob Zijlstra