
cellenblok rechtbank groningen
Paar weken geleden sprak de rechtbankpresident van Groningen een feestelijk gezelschap onderhoudend toe.
Ik schreef daar eerder over.
De president sprak onder meer over De Kloof.
De tijd is gekomen, zei hij toen en nu vrij vertaald, dat ‘we’ wat soepeler om moeten gaan met camera’s in de rechtszaal.
Daar gelden nu heel strenge regels voor waar mijn televisiemakende collega’s van bijvoorbeeld RTV Noord last van hebben.
Zij mogen bijna niks met als gevolg dat de televisiekijker zelden iets te zien krijgt van strafzaken in zittingszaal 14.
En dat is, helemaal nu 2006 is aangeland in het YouTube-tijdperk, niet bevorderlijk voor het slechten van kloven.
Na nagedacht te hebben over de toen gesproken woorden van de president, heb ik een kleine camera gekocht.
Klein, om mee te beginnen.
Die camera heb ik nu altijd bij me, in het volste besef dat het (nog) niet mag.
De toegang tot de rechtbank kan mij zelfs worden ontzegd.
Zo staat het op een bord bij de ingang.
Maar een president is toch ook niet de eerste de beste.
Een president zegt niet zomaar wat.
Om te beginnen ben in onderaan begonnen.
Onderin het gerechtsgebouw bevindt zich het cellenblok.
Daar zitten de verdachten te wachten over wie ik schrijf.
Op de rechtbank zeggen ze wel dat ze klantvriendelijkheid hoog in het vaandel hebben staan, maar beneden is die ver te zoeken.
Wachtende verdachten moeten misschien ook niet zeuren.
Met achttien maanden waarvan zes voorwaardelijk boven het hoofd zijn die paar uurtjes in zo’n kaal en kil hok vast wel door te komen.
Maar in die benauwde krochten werken ook de mensen van de parketpolitie.
Zij waken uren achtereen zonder daglicht, terwijl verse lucht uit kokers moet komen, over de wachtenden.
Oei, dacht ik, hier moet de Arbo-politie geen lucht van krijgen.
Rob Zijlstra