Jawel, hij had het gedaan.
Nog langer zelfs dan de officier van justitie dacht te weten.
Zo'n twee-en-een-half jaar.
Maar weer niet zoveel zoals de officier beweerde.
Drie keer per week.
Hooguit.
En soms ook wel eens een weekje niet.
En als hij voldoende had, dan stopte hij voor de rest van de dag.
Bovendien vroeg hij nooit de hoogste prijs.
Hij had ook enig respect voor de junkies, zijn klanten.
In de wijk noemen ze hem Omar.
Of ook wel Mr. Oosterpark.
Op 24 november vorig jaar krijgt de criminele inlichtingen eenheid (cie) van een van haar informanten in ruil voor wat geld een tip.
Een Noord-Afrikaanse man dealt vanuit een woning aan de Hortensialaan.
En niet zo'n beetje ook.
De tip leidt tot nader onderzoek.
Het standaardonderzoek.
Aan een paar gebruikers van drugs vraagt de politie of zij verklaringen willen afleggen.
Dat willen zij doorgaans wel.
Als gebruiker moet je de politie een beetje te vriend houden.
Jullie kopen dus van Omar, van Mr. Oosterpark.
Jawel.
Vervolgens wordt de telefoon van het onderzoeksubject afgetapt.
Daarna gluurt het observatieteam wat rond.
Alle bevindingen worden zoals het hoort opgeschreven en het bevel tot aanhouding kan worden aangevraagd.
Op 4 juli wordt Omar 'achterovergetrokken.'
Zo zeggen ze dat bij de politie.
Het observatieteam had handel in de portiek van woning, bij Super de Boer, bij de wijkgarage en bij de kroeg tegenover de super gerapporteerd.
En de aftaprechercheur luisterde op 21 juni naar 24 telefoongesprekken waarvan er 17 betrekking hebben op een drugsbestelling. Een dag later ging het om 41 telefoontjes met 27 bestellingen en op dag drie 33 gesprekken, 25 orders. Het begon rond half negen in de ochtend en eindigde in de late avonduren.
De gesprekken gingen over koffie en melk.
Koffie was heroïne, melk de cocaïne.
De aftaprechercheur had er rooie oortjes van, vertelt de officier van justitie Oebele Brouwer aan de rechtbank.
'Omar zit aan de top van de tussenhandel.
Niks drie keer in de week.
Hij nam hooguit eens in de veertien dagen een dagje atv.
Ze noemen hem niet voor niets Mr.'
De officier van justitie had aan 24 maanden celstraf gedacht.
Maar omdat Omar na zijn arrestatie open kaart heeft gespeeld, stelt hij de rechtbank twintig maanden cel voor.
Daarnaast moet Omar het geld dat hij met zijn koffie en melk heeft verdiend in de staatskas storten.
Bij de berekening van de hoogte van het criminele geld zegt de officier niet de beroerdste te zijn geweest.
Met 67.000 euro neemt hij genoegen.
'En dat is heel minimaal.'
Advocaat Cees Eenhoorn spreekt nog net niet van schande.
'Wanneer deze man zo'n grote jongen is als de officier van justitie zegt, dan was hij toch al veel eerder opgepakt? De politie kent alle dealers in de stad. Wat dat betreft is Groningen een dorp. Grote jongens laten ze echt niet twee jaar lang hun gang gaan. En als dat wel zo is, dan is de politie geen knip voor de neus waard en moet één persoon zich in deze zittingszaal diep schamen: de officier van justitie.'
Eenhoorn loopt al een jaar of twintig mee in het wereldje.
Vertel hem wat.
Of niks.
Nee, gaat Eenhoorn verontwaardigd verder, 'het geld dat Omar heeft verdiend is hooguit een derde van wat de officier met een natte vinger op zijn zakjapanner heeft berekend. Kan ik ook en dan kom ik uit op 19.500 euro. In twee jaar tijd. Daarmee heeft de man zichzelf een inkomen verschaft op bijstandsniveau. Hij is hier illegaal en had dus geen andere inkomsten. En hij is niet een man die zich heeft volgehangen met goud, had geen grote auto en zijn telefoontoestel was de oudste Nokia die er bestaat. Zo'n ding nog met een antenne. Bovendien vergeet officier de bedrijfskosten. De kosten van al dat gebel bijvoorbeeld. Die schat ik op zeker 15 euro per dag.'
Brouwer is de enige officier van justitie in Groningen die een advocaat nog wel eens een klein beetje gelijk wil geven. Hij heeft enig wisselgeld. 'Die bedrijfskosten, daar zit wat in, daar heeft de raadsman wel een punt', zegt Brouwer.
Hij is bereid zijn vordering met 6.000 euro te verlagen.
Mr. Oosterpark hoort het via de tolk gelaten aan.
Hij weet dat hij na het uitzitten van zijn straf als ongewenste vreemdeling terug wordt gestuurd naar Algerije, naar het land dat hij in 1995 verliet. En wat dat geld betreft, hij weet ook dat ook zij weten dat hij dat geld toch niet heeft.
Uitspraak op 24 oktober.
Rob Zijlstra