Donderdag 12 oktober verschijnt het boek Anatomie van een seriemoordenaar, geschreven door schrijver/ journalist Sytze van der Zee. Hij portretteert de Groninger seriemoordenaar Willem van Eijk.
De man vermoordde drie Groninger straatprostituees: Michelle Fatol (in 1993), Annelise Reinders (1995) en Sasja Schenker (2001). Hij kreeg levenslang.
Ik las de drukproef van het boek en schreef naar aanleiding daarvan onderstaand verhaal dat vandaag (zaterdag) is gepubliceerd in Dagblad van het Noorden.
Toen twee en later drie, niet meer
Een Groninger politieman had Sytze van der Zee gewaarschuwd: ’Zorg ervoor dat de tafel tussen jullie blijft, de man is een monster, hij kan elk moment toeslaan (…). Nog voor je de alarmknop hebt kunnen indrukken, ben je dood; in dertig seconden is het met je gebeurd (…).
Ik ’ontmoette’ Willem van Eijk twee keer. De eerste keer in zittingszaal 14 van de rechtbank van Groningen en later in zaal B van het gerechtshof in Leeuwarden. Ik zag een kleine, gedrongen man, met de woeste kop van een stroper en grote handen. Geen twijfel: beresterk. Aan het begin van het strafproces in Groningen brak hij de microfoon af. Per ongeluk.
Schrijver/journalist Sytze van der Zee sprak 25 keer met Willem van Eijk in een klein, kaal advocatenkamertje in de gevangenis. Wanneer Van Eijk aan het einde van een van die gesprekken ruzie maakt met een bewaarder, denkt Van der Zee: waar haalt die moordenaar het lef vandaan?
Twee jaar lang struinde de schrijver door het chaotische leven van de analfabetische seriemoordenaar. Een vriend van Van Eijk had de schrijver benaderd. Van Eijk wilde zich verantwoorden en hij wilde ‘dingen’ aan de kaak stellen. De falende hulpverlening bijvoorbeeld, zijn tijd in de Van Mesdagkliniek. Hoe Van der Zee hem als persoon voor het voetlicht bracht, zou hem een worst wezen. ‘Desnoods zette ik hem als seriemoordenaar te kijk.’
De gesprekken gaan over zijn jeugd (’niks geen beroerdigheid’) in het Zuid-Hollandse Korteraar, over hoe hij – iets ouder – Gekke Willempie werd genoemd, over zijn eerste vriendinnen, zijn eerste veroordelingen en over zijn vele baantjes.
Over zijn eerste slachtoffer, de 15-jarige Cora Mantel uit Uithoorn. Het meisje werd in juni 1971 vermoord. Van Eijk: ’Ik heb haar met mijn sjaaltje gewurgd. Zonde dat d’r leven zo kort heeft geduurd. Had hij spijt? Hartstikke veel zelfs, maar tegelijkertijd wilde ik het weer doen (…)’. En dat gebeurde. In augustus 1974 vermoordde hij de 44-jarige Aaltje van der Plaat. Van der Zee zoekt de plek op waar de vrouw in koelen bloede is afgeslacht. Er woekert onkruid.
Van Eijk wordt voor de twee moorden veroordeeld tot 18 jaar en tbr (nu tbs) en belandt in 1976 in de Van Mesdagkliniek in Groningen. Veertien jaar later betrekt hij als vrij man zijn boerderijtje in Harkstede, samen met Adri, de Groningse met wie hij in 1982 in de kliniek was getrouwd. ’Zij in een lilakleurig mantelpakje, hij in een grijs kostuum van de Wehkamp. Na de ceremonie mocht het paar zich bij wijze van huwelijksnacht een uurtje afzonderen in een kamertje zonder bed.’
Bij zijn ontslag uit de TBS-kliniek rapporteren zijn behandelaars dat ’het risico voor de maatschappij tot een aanvaardbaar minimum is gereduceerd.’ Wel stelt de psychiater vast ‘dat de kern van zijn problematiek niet wezenlijk is behandeld’. ‘Ze waren me zat, zegt Van Eijk. ‘Ze hebben me er via de achterdeur uitgeflikkerd.’ De Van Mesdag bestrijdt dit.
Drie jaar later verwurgt hij prostituee Michelle Fatol. Zomaar, in een opwelling, zegt hij. Een ongeval. ‘Ze had me niet beledigd of wat dan ook. Of dat ik een rottige dag had.’ De volgende dag voelde hij zich zwaar klote. ‘Ik wist dat mijn leven naar de gallemieze was.’ Hij zegt nog effe met de gedachte te hebben gespeeld
zich bij de politie aan te geven. Hij deed het niet, geen zin om ‘weer voor zoveel jaren voor schut te gaan’. In plaats daarvan zocht hij professionele hulp. ‘Maar bij de reclassering scheepten ze me elke keer weer af. Ze lieten me barsten.’
Begin 1995 wordt in het Eemskanaal het lichaam gevonden van Annelise Reinders. Van Eijk voelt zich opnieuw klote en zoekt ditmaal hulp bij zijn huisarts aan wie hij vertelt dat hij dezelfde nachtmerries heeft als in de jaren zeventig. Ook vertelt hij dat hij toen twee vrouwen heeft vermoord. De huisarts stuurt hem door naar de Riagg in Delfzijl, naar psychiater Gelderloos. Aan haar vertelt Van Eijk dromen te hebben met een seksuele en gewelddadige inslag. Met zijn toestemming vraagt Gelderloos zijn dossier op bij de Van Mesdagkliniek. Van Eijk krijgt medicijnen.
De directie van de Van Mesdagkliniek licht dan de politie in over Van Eijk en het feit dat hij naar de Riagg is gestapt. De Riagg zegt om privacyredenen niets te kunnen zeggen. De rechercheurs krijgen te horen dat de problemen van Van Eijk zijn opgelost. De recherche schrijft in haar journaal over de kandidaat-verdachte Willem van Eijk: ‘Zoals het nu dus lijkt, niet interessant voor ons’.
In juli 2001 wordt Sasja Schenker vermoord. Haar lichaam wordt gevonden in het Slochterdiep, niet ver van de woonboerderij van Van Eijk. Van Eijk noemt de moorden overigens steevast ’ongelukken’, iets dat hem is overkomen. ‘Hadden die hulpverleners tijdig gehandeld en me niet radicaal laten barsten (…) dan was dit allemaal niet gebeurd.’
In zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank wordt Van Eijk tot levenslang veroordeeld. Hij had gehoopt op 20 jaar, gehoopt dat hij nog eenmaal in zijn leven een pilsje zou kunnen drinken op de Grote Markt. In hoger beroep wordt die hoop de grond in geboord. Hij krijgt opnieuw levenslang. Van Eijk ziet dat als een complot.
De gesprekken gaan over de gevangenissen en klinieken waar hij zijn eenzame leven slijt. In De Marwei in Leeuwarden voelt hij zich niet veilig. Volgens hem zit die gevangenis vol met ’figuren uit de Groninger onderwereld, drugshandelaren, souteneurs, dieven; zware jongens die de drie vermoorde tippelaarsters vermoedelijk hadden gekend’. Hij wordt bedreigd en durft zich amper buiten zijn cel te begeven.
Als Willem van Eijk op 12 november 2001 wordt gearresteerd heeft het rechercheteam al een verhoorplan met 1500 vragen klaarliggen. Na zijn bekentenis gaan de verhoren nog maanden door. Wat weet hij van de niet opgeloste prostitutiemoorden op Antoinette Bont, Shirley Hereijgers en de verdwijning van Jolanda Meijer? Tegenover Sytze van der Zee houdt Van Eijk vol: ”Toen twee en later drie, niet meer.’
De schrijver en de seriemoordenaar gaan met ruzie uit elkaar. Van der Zee denkt op het moment dat Van Eijk hem in dat kleine kamertje de huid vol scheldt aan die waarschuwing van de Groninger politieman. ‘In dertig seconden is het met je gebeurd.’ Maar het is Van Eijk die woedend op de rode alarmknop drukt. Het zal meer dan tien minuten duren voordat een bewaarder de deur opendoet.
Van der Zee heeft geen contact meer met Willem van Eijk en dat betreurt hij niet. Na een van de laatste gesprekken, noteert de schrijver: ‘Een marmot heeft meer gevoel dan deze man, en eigenlijk bevroedde ik dat al na vijf minuten, toen ik Van Eijk de allereerste keer ontmoette (…).’
Rob Zijlstra
Anatomie van een seriemoordenaar wordt uitgegeven door De Bezige Bij
update - 12 oktober 2006
televisie-uitzending EenVandaag met Sytze van der Zee